http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/6/65/Gerizim.jpg

GERIZIM IN 1900

 

BERGREDE OP DE GARIZIM

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Open nu je oren, ogen en harten en bereid je voor, want nu geschiedt dat voor jullie ogen, wat de profeet Jesaja voorspeld heeft!' Matthéus zegt: 'Heer, wij zijn gereed om U aan te horen!' Nu begint de bekende Bergrede, die in Matthéus 5, 6 en 7 heel goed weergegeven staat. - Deze prediking duurde echter ongeveer drie uren, want Ik sprak dit keer langzaam ten behoeve van de schrijvers. GJE1-39 [15-17].

 

De Gerizim wordt ook wel genoemd ‘Jabal Jarizim’, ‘Har Geriezim’ of ‘Ar Garizim’. Het is een 881 meter hoge berg. De Noorderbreedte is 32,11 en de Oosterbreedte is 35.16. De huidige Nabius was het vroegere Sichem (Sichar). Op deze berg werden de zegeningen uitgesproken. De Bergrede is hiervan bekend. [Matth. 5,6,7) op de zeer hoge hellingen, maar niet op het topje. Waarschijnlijk lag de bron tussen de berg en het dorpje Sichar. Volgens Deut. 11:29 is er sprake van Simeon, Levi, Juda, Issaschar, Jozef en Benjamin. Zouden zij deze berg ook gezegend hebben? Ebal ligt nog hoger dan de Gerizim. Onderaan ligt de stad Nabbloes. Daar is nog steeds een altaar te vinden op de Ebal, waar Jozua de wet schreef. Het was destijds een uur lopen van het huis van Mattheus de tollenaar tot aan de berg.

 

http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/b/b0/Nablus_panorama-cropped.jpg/266px-Nablus_panorama-cropped.jpg

De stad Nabus aan de voet van de Gerizim

Hoogte: 881 meter nabij Nablus

Coördinaten: 32°11′N 35°16′O

 

De Gerizim (Arabisch: جبل جرزيم - Jabal Jarizim) (Hebreeuws: הר גריזים - Har Gerieziem) (Samaritaans: Ar-garizim) is een 881 meter hoge berg op de Westelijke Jordaanoever, aan de noordzijde waarvan het huidige Nablus (het Bijbelse Sichem) ligt. De Gerizim is een heilige plaats voor de Samaritanen die deze berg ook bewonen in met name de nederzetting Kiryat Luza. De op de Gerizim gevonden ruïnes zijn volgens Edward Robinson de resten van een door de Romeinse keizer Justinianus I gebouwd kasteel. De berg komt zesmaal in de Hebreeuwse Bijbel voor, altijd als een berg vanwaar zegeningen werden uitgesproken. De tegenpool van de Gerizim is de Ebal, de berg vanwaar vervloekingen werden uitgesproken.

Zoals al eerder werd aangeduid, bevonden we ons niet precies op het hoogste deel van de berg, maar vanwege de grotere en aangenamere ruimte meer beneden op de eerste hellingen, omdat veel volk uit de stad Mij gevolgd was, en ook omdat daaronder veeloude en al zeer zwakke mensen waren, die bij de aanmerkelijke hitte van de dag de top van de berg nauwelijks zouden hebben bereikt. Maar ondanks dat waren we toch tamelijk hoog en de stoet bewoog zich vrij langzaam, omdat veel slecht ziende mensen door de schemering het pad niet zo goed zagen.Terwijl we zo behoedzaam lopend van de berg af het vlakke land bereikten….. GJE1-46 [1,2] - Na deze woorden, juist in de buurt van de bron, loopt hij (DE OPPERPRIESTER) naar Mij toe, valt voor Mij neer en zegt: 'Heer wacht even, opdat ik U aanbidden kan; want U bent niet alleen Christus, een zoon van God, maar U bent God Zelf, Die in vleselijke gedaante bij ons is!' GJE1-46 [6]

[Opmerking: de bron ligt tegenwoordig vlakbij aan de voet van de berg in de plaats Nabloes. Vroeger lag de bron even na het dorpje Sichar.Tegenwoordig is het een stad, dus een grote uitbreiding. De bron moet dus niet gezocht worden buiten de stad.]

 

Samaritaanse in Sichar dorst naar liefde

(Johannes 4, 1-42)

http://www.henkbouwmeester.nl/images/stories/Eigen%20afbeeldingen/Samaritaanse.jpg 

Als ook haar vijfde huwelijk op de klippen is gelopen en zij met een ander gaat samenwonen, noemt iedereen in het dorp haar plotseling ‘Rachab’. Zij is echter geen hoer. Ze gaat op het heetst van de dag naar de bron om water te halen. Dat er op een dag een Joodse man bij de put zit, verbaasde haar. Joodse mannen praten toch niet met een vreemde vrouw. En zeker niet met een Samaritaanse vrouw. Maar daarom hoeft hij haar niet zo indringend aan te kijken!

Ineens vraagt hij om water!  Stomverbaasd kijkt ze hem aan. Wie is hij? Wat wil hij? Hij zegt: ‘Als je wist wie ik ben, zou je mij om water vragen; het water dat ik geef is pas echt zuiver’.  Wat een onzin! Is het water uit de put soms niet goed genoeg? Niemand is er toch ooit ziek van geworden? Trouwens, hoe wil hij water putten? Hij heeft niet eens een putkruik bij zich! Is hij soms meer dan Jakob? Helderziend misschien? Weet hij van haar zuivere dorst naar oprechte liefde? Hij beweert zelfs dat je van het water dat hij geeft nooit weer dorst zult hebben. Nooit weer dorst? Nooit weer naar de put?!  Dat water wil ze wel! 

Maar in plaats van haar dat water te geven zegt hij dat zij haar man moet halen!   En hij zegt daarop dat de man met wie ze samenwoont haar man niet is. Hoe weet hij dat? En dat zij vijf keer getrouwd is geweest. Is hij dan toch helderziend? Een profeet?  Dan weet hij vast wel waar je God moet aanbidden. In Jeruzalem of hier bij de Gerizim?     

Deze man gaat nog op haar vraag in ook! Hij zegt dat er een tijd komt dat het niet meer uitmaakt waar je God aanbidt. Ja, dat weet ze wel. Als de Messias komt. Maar zover is het toch niet? En dan beweert hij zomaar, alsof het niets is,  dat hij de Messias is! En zij gelooft het ook nog! Dat moeten haar dorpsgenoten weten. Dit is fantastisch nieuws, ook voor hen! De Messias is gekomen!  Op een holletje gaat ze naar het dorp. Zonder kruik, zonder water. Verlossing van zonde! Ze wil het wel van de daken schreeuwen. Hoe zei de Messias dat ook alweer? Het water dat hij geeft wordt als een fontein van eeuwig leven! Haar kruik kan wel even wachten. Die haalt ze straks wel op….


Johannes 4,6b-7a - Water werd doorgaans laat in de middag gehaald, als de ergste warmte voorbij was. Lees bijv. Genesis 24,10-11 waar verteld wordt dat vrouwen tegen de avond de stad uit gaan om water te putten. [Johannes 4] - De put of bron van een dorp of stad was een soort ontmoetingspunt. (zie bijvoorbeeld de toelichting bij Genesis 24,11 - Johannes 4,9b

  

Op zich was het niet zo verwonderlijk dat de vrouw vroeg of God ook op de Gerizim aanbeden kon worden. Net zoals voor de Joden de Gerizim een heilige berg was, was de Gerizim dat ook voor de Samaritanen. Mozes gebood Jozua de zegen op de Gerizim uit te spreken (Deuteronomium 27,12). Jozua heeft dat later ook gedaan. (Jozua 8,33b).Na de ballingschap hebben de Samaritanen op de Gerizim een tempel gebouwd als tegenhanger van de Joodse tempel in Jeruzalem. In 128 v. Chr. is de tempel op de Gerizim in opdracht van Alexander de Grote verwoest door Hyrcanus. Toch is de Gerizim daarna voor de Samaritanen altijd een plaats van aanbidding gebleven. Het Samaritaanse Pesach werd daar ook gevierd. (bron Wikipedia).

 

'In de eindtijd zal de berg, waar des Heren huis is, zeker hoger zijn dan alle bergen en zal boven alle heuvels verheven worden en alle heidenen zullen er heen gaan. En ook zullen vele volken er heen gaan en zeggen: Komt, laat ons op de berg des Heren gaan, naar het huis van de God van Jacob, opdat Hij ons Zijn wegen wijst en wij op Zijn hellingen wandelen! Maar toch zal Zijn wet uitgaan van Sion en het woord des Heren van Jeruzalem komen (Jesaja 2:2-3). GJE1-38 [11]

En als wij na een uur gaans bij de berg aankomen, vraagt de opperpriester aan Mij of Ik naar boven wil gaan en het oude godshuis wil openen. GJE1-39 [14].

www.zelfbeschouwing.info