Satan neemt ook het goede in zich op en zal geleidelijk overwonnen worden

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Satan moet derhalve toch een latent genoegen scheppen in het goede en wil daarom de gehele goede levenskracht aan zich ondergeschikt maken. Maar juist door dit voortdurend pogen, neemt hij steeds meer van het goede in zich op en maakt daardoor, zonder het te willen, zijn slechtheid steeds minder slecht. Daardoor komt er in zijn levenswezen steeds meer orde, meer kennis en zuiver inzicht en hij zal er op het laatst niet meer omheen kunnen zichzelf geheel over te geven, omdat hij door zijn aard en door zijn neiging onmogelijk kan verhinderen dat hij voor een deel voortdurend overwonnen wordt. Ook nadat hij zich volledig gewonnen heeft gegeven zal hij weliswaar nog steeds een tegenstelling tot het goede blijven vormen, maar nu binnen de orde zoals het zout ook een tegenstelling van de zuivere, zoete olie is. Maar als de olijfboom niet in de juiste mate zout in de wortels, in de stam, in de takken, twijgen en bladeren had, dan zou zijn vrucht nooit een zoete olie geven! GJE3-25 [8,9] De satan kan alleen op de ontvankelijkheid van de ziel, maar niet op haar wil inwerken. De boze geest rust nooit, niet overdag, ook niet in de nacht, hij loopt rond als een hongerige leeuw en in zijn razende honger maakt, dat hij alles aanvalt, wat waar dan ook enigszins binnen zijn bereik komt.

 

Satans terugkeer?

De verlorene wordt gezocht en de zware zieke wordt een geneesmiddel gegeven, maar zijn wil blijft vrij en moet vrij blij­ven, want als zijn wil belemmerd wordt, dan zou dat betekenen dat de gehele bijna eindeloze materiële schepping en al haar bestanddelen in de hardste steen zouden veranderen, waarin geen leven mogelijk is. De gehele materiële schepping is de zo ver mogelijk geoordeelde grote geest en deze is daarbij ver­deeld in talloze werelden, die echter met hun oneindige aantal toch zijn gehele wezen vormen. Maar uit dit ene wezen worden ontelbaren van de ontelbare wezens, zoals de meeste mensen van deze aarde, genomen en door Gods kracht, macht, liefde en wijsheid tot complete op God gelijkende wezens omgevormd, en dat is een betrouwbare terugkeer van de ene grote geest!

 

De hoofdman daagt de satan uit

Dan flitst er een helle bliksemflits en klinkt er een reusachtige donderslag. En satan staat als een vurige reus voor de hoofdman, stampt met een voet zo hard op de grond dat de hele berg rondom beeft. De satan zegt: ik houd alleen maar rekening met de daad en niet op welke manier het gebeurde. Bij mij gelden geen verzachtende omstandigheden en wat mij betreft ben je veroordeeld, hoor je in de hel en zul je mijn macht niet ontlopen. Als de hoofdman de naam Jezus van Nazareth uitspreekt wordt hij met geweld op de grond geworpen en hij dreigt de hoofdman deze voor hem walgelijke naam nooit meer uit te spreken. Hij kent de Nazareeër en vervloekt hem omdat hij de godheid zijn macht wilde ontnemen en het nog maar weinig scheelde of hij zou heer van de hemel en de hele wereld worden. De hoofdman: keer je om en erken, als je dat nog in je hebt, dat Jezus de Heer van hemel en aarde is, dan zul je zeker met ons gelijk gesteld worden! Nu grijnst de SATAN: "Moest je nu weer die naam uitspreken, die mij zo tegenstaat?! Als je over niets anders kunt spreken, omschrijf dan tenminste die naam, want hij pijnigt mij meer dan tienduizend withete hellen! Bovendien ben ik een geest en dat moet ik eeuwig blijven terwille van jullie heil, en daarom kan ik mij niet bekeren tot jullie God en jullie Heer! Ik ben eens en voor altijd verdoemd en voor mij is er geen redding meer!"

 

De HOOFDMAN zegt: Als iemand anders dan jij dat tegen mij gezegd zou hebben, zou ik het geloven, maar van jou geloof ik niets behalve dat je werkelijk de oude, domme ezel uit de hel bent! Als je je wilde bekeren, dan weet ik maar al te goed dat je met je gehele aanhang door de Heer aangenomen zou worden. Maar de slechtheid van jou is hardnekkig en je wilt jezelf daarvan nooit bekeren, omdat het je een soort helse vreugde geeft de Heer met je vrije wil te kunnen trotseren. Maar ik zeg je dat de Heer Zijn hart nog lang niet voor je afgesloten heeft, en Hij heeft je nog lang niet geoordeeld! Wend je daarom naar Hem en Hij zal je opnemen en je al je miljarden maal miljarden misdaden en zonden vergeven! De hoofdman: je bent vanaf je oerbegin als een zuivere geest geschapen door Hem, die nu in het hart van deze heilige Nazareeër woont. Je bent uit eigen vrije wil een onverbeterlijk hellebeest. Satan: waar moet ik dan heen? De engel Rafael sprak nu en zei: ‘waar je dienaren op je wachten en je vervloeken. Ga en verdwijn! Amen! Bij deze woorden van de engel verhief de satan zich als een naar alle kanten vlammende bol onder knallend lawaai bliksemsnel naar het noorden’. bron: GJE2-63,152

 

 


De Heer over de satan: ‘Als hij zichtbaar zou zijn, dan zouden sommigen dapperen de strijd met hem aangaan, maar dan zouden ook nog verscheidene mensen het onderspit delven net als nu hij onzichtbaar is; want hij kan zijn gestalte zo veranderen dat hij mooi is als een lichtende engel, tot de gruwelijkste vorm van een vuurspuwende draak. Wie zou het wagen hem in die vorm zo aan te vallen: Want hij zou door zijn schoonheid of door zijn afschuwelijkheid die iedereen en alles doet verstijven van schrik, overwinnaar over duizendmaal duizenden worden; maar omdat hij zich aan niemand mag en kan vertonen en ieder mens zijn slechte influisteringen gemakkelijk herkend, omdat deze de ziel altijd hardvochtig, onkuis, overspelig, zelfzuchtig, heerszuchtig, meinedig, gierig, onbarmhartig, onverschillig voor al het ware en goddelijke, gevoelloos tegenover armen en lijdenden en begerig naar alle genot van de wereld maken, kan hij deze slechte pogingen van de satan ook altijd het hoofd bieden, omdat de satan alleen op de ontvankelijkheid van de ziel kan inwerken, maar nooit haar wil kan beïnvloeden’. Alle kenmerken werden hier genoemd, waaraan je, als je ziel erdoor beslopen wordt, gemakkelijk kunt herkennen, wat voor een geest zich in je nabijheid bevindt, en wat hij met je voor heeft.

 

Als jullie zoiets bij jezelf opmerken, denk dan aan de Bijbel, aan de leer van Jezus (GJE) en Zijn woorden; verheft je ziel en doe juist het tegendeel van datgene waar je begeerte naar uitgaat, dan wordt je meester van de boze geest! En als jullie hem al op de genoemde punten overwonnen hebben, dan zal hij je daarna volledig met rust laten en je zult niet meer met hem hoeven te vechten. Maar als je je op een of ander punt laat vangen, of ook maar een beetje lichtzinnig aan iets toegeeft, dan raak je hem tot aan je aardse levenseinde niet gemakkelijk meer kwijt. Als het boze in een bepaalde ziel het eenmaal zover heeft gebracht - wat echt niet zoveel moeite is voor hem - dat deze er op het een of ander punt ook haar wil bij gaf waaruit dan natuurlijk een zonde ontstond, dan kost het heel wat strijd om deze schade aan de ziel weer geheel te herstellen. Maar wie de vaste wil heeft en zelf zoveel doet als hij maar kan, en in de geest zijn zwakheid in Mijn handen geeft, die zal dan ook gemakkelijk de totale overwinning op de satan behalen; maar, denk daar wel aan, alleen als hij met een levend geloof Mijn naam aanroept. De Vader in de hemel heeft je alles gegeven wat je nodig hebt; nu komt het op jezelf aan, hoe gewetensvol je dat gebruiken zult voor het ware en eeuwige van je leven. Van je eigen doen en laten zal het afhangen en je woorden en daden zullen je rechter zijn. bron: GJE1-217

 

Satans aard

Zo'n kracht die zichzelf helemaal gevangengezet heeft zal er dan ook altijd naar streven om nog meer krachten in zich­zelf gevangen te nemen om zichzelf in zijn pijnlijke gevangen­schap vrijer te maken. En kijk, dat is het wat men dan 'satan' en 'duivel' noemt. Satan is een grote persoonlijkheid en komt overeen met de onverzettelijke rust en traagheid, want deze geschapen eerste grote persoonlijkheid wilde alle andere krachten in zijn wezen verenigen en is daarom dood en in zichzelf onmachtig geworden om iets te doen. Maar de in hem overwonnen andere krachten rusten toch niet volkomen, zij zijn steeds bezig en personifiëren zich zo als zelfstandige wezens. Door die bezigheid geven ze het hoofdwezen een soort schijnleven, en dat leven is dan duidelijk een leven van bedrog vergeleken bij een echt vrij leven. bron: GJE2-229

 

Heel veel miljoenen en miljoenen geesten leefden, toen Jezus nog niet op Aarde kwam, in de voorportaal van de hel. Zij werden weliswaar afgezonderd gehouden van de slechte geesten en daar bleven zij in de volle verwachting, dat de Heer hen nu in die tijd vrij zal maken, en ze dan binnen zal voeren in de hemelen van de oerwoning van Zijn engelen. Tevens vormen deze geesten van de aartsvaders, profeten en echte koningen een afscherming tussen de werkelijke hel en deze geestenwereld, zodat de hel haar niet verduisteren, verpesten en verleiden kan. De satan mag weliswaar de natuurlijke wereld ingaan om zich daar van tijd tot tijd uit te leven; maar deze geestenwereld is voor eeuwig voor alle duivels onbereikbaar. Want waar het eigenlijke leven begint, daar kan de dood nooit komen. 'Satan', 'duivel' en 'hel' behoren tot het gericht en dus tot de eigenlijke dood en hebben daarom niets te doen in het rijk des levens. Begrijp je dat wel?' bron: GJE1-152

 

Satans betoverende invloeden

Ik antwoord: 'Voorshands hebben jullie alles gedaan wat rechtvaardig is voor God en voor alle redelijke en denkende mensen; maar hoed je ervoor dat de satan jullie niet door allerlei valstrikken betovert en dat je daardoor later getwist en geruzie krijgt, waardoor er dan heel gemakkelijk een toestand kan ontstaan die nog veel erger zou zijn dan waaruit Ik je nu bevrijd heb! Want de boze geest rust nooit, niet bij dag en ook niet bij nacht; hij loopt rond als een hongerige leeuw en zijn razende honger maakt dat hij alles aanvalt wat hem waar dan ook enigszins binnen bereik komt. Als hij zichtbaar zou zijn, dan zouden sommige moedigen de strijd met hem aangaan, -maar dan zouden er nog meer het onderspit delven dan nu hij onzichtbaar is; want hij kan zijn gestalte transformeren van de schoonheid van een lichtende engel tot de gruwelijkste vorm van een vuurspuwende draak. Wie zou het wagen hem in die vorm te bestrijden?! Want hij zou door zijn schoonheid of door zijn alles verstarrende afschuwelijkheid overwinnaar over duizendmaal duizenden worden; maar omdat hij zich aan niemand kan en mag vertonen, en ieder mens zijn slechte influisteringen makkelijk herkent, omdat deze de ziel hardvochtig, onkuis, overspelig, zelfzuchtig, heersgierig, meinedig, gierig, onbarmhartig, onverschillig voor al het echte en goddelijke, gevoelloos tegenover armen en lijdenden en begerig naar het genot van de wereld maken, kan hij deze slechte pogingen van de satan altijd met open vizier bestrijden, omdat de satan alleen het denken van de ziel. maar nooit de wil van de ziel kan beïnvloeden.

 

Nu heb Ik jullie dan ook de kenmerken getoond, waaraan je, als je ziel erdoor beslopen wordt, makkelijk kunt herkennen welke geest zich in je nabijheid bevindt, en wat hij met je voor heeft. Als jullie zoiets bij je zelf opmerken, denk dan aan Mijn leer en Mijn woorden; verhef je ziel en doe juist het tegendeel van datgene wat je zou willen doen, dan word je meester van de boze geest! En als jullie hem op al de genoemde punten overwonnen hebben, dan zal hij je daarna met rust laten, en je zult niet meer met hem behoeven te vechten. Maar als je je op het ene of het andere punt laat vangen of ook maar een beetje lichtzinnig toegeeft, dan raak je hem tot aan je aardse levenseind niet gemakkelijk meer kwijt. Let dus heel precies op alle punten, die Ik je nu heb genoemd!

 

Want als de boze een bepaalde ziel zover heeft gebracht -wat echt niet zoveel moeite voor hem is -dat zij op het een of andere punt toegaf, hetgeen natuurlijk een zonde tot gevolg had, dan kost het heel wat strijd om deze schade aan de ziel weer geheel te herstellen. Maar wie de vaste wil heeft en zelf zoveel doet als hij maar kan, en in de geest zijn zwakheid in Mijn handen geeft, die zal gemakkelijk de totale overwinning op de satan behalen; maar, denkt daar wel aan, alleen als hij met een levend geloof Mijn naam aanroept. Nu weten jullie alles wat je moet weten; je kent de echte en alleen ware, levende God en je kent Zijn wil. Ik zeg jullie: De Vader in de hemel heeft je alles gegeven wat je nodig hebt; nu komt het er op aan, hoe gewetensvol jullie dat gebruiken zullen voor het echte en eeuwige welzijn van je leven. Van je eigen doen en laten zal het afhangen, en je woorden en daden zullen je rechter zijn! GJE1-217 [2-11]

 

Satans nakomelingen

En als jullie, als nakomelingen van de satan, Gods geest nog in jullie dragen, hoeveel temeer dan de nakomelingen van onze scheppingskracht die als die van God is! En zie, dat alles kunnen ook jullie bereiken als je de wegen zult volgen die jullie getoond worden! Wie van jullie die niet wil volgen, zal het welbeschouwd aan zichzelf te wijten hebben als hij gedurende ondenkbaar lange tijden in zijn dodelijk zwakke, niet op God gelijkende staat, blijft. Laat daarom niemand van jullie het wereldse en zijn lichaam méér liefhebben dan Zijn geest! Ieder moet zich vóór alles slechts inzetten voor het geestelijke, dan zal hij ook het snelst dat ontvangen wat des geestes is, namelijk de algehele gelijkheid aan God! Wie zich echter meer bezig houdt met het wereldse en het lichamelijke, heeft het helemaal aan zichzelf te wijten dat hij steeds in het duistere gebied van de dood blijft.

 

Satans terugkeer

Alle Aarden en Zonnen zullen zich op den duur oplossen in mensenwezens, behalve satan zelf. Deze zal zich in een volkomen eenzaamheid na tijden van tijden moeten omkeren. Dit is niet en nooit te omschrijven in getallen. Zo’n getal bestaat niet bij de mensheid, behalve bij God. 1000x1000 periodes van 1000 jaar, waarbij het aantal periodes gelijk is aan het getal van korrels zand in de zee en op de gehele Aarde, vermeerderd met het getal van het aantal grassprietjes in alle landen en alle bergen der Aarde, vermeerderd met het getal van alle druppels in de zee, in alle meren en stromen, rivieren, beken en bronnen, dan zou je het allemaal toch niet kunnen tellen [of berekenen] om zodoende het moment van de uiteindelijke verlossing te bepalen. GJE3-3 [5-8]

www.zelfbeschouwing.info