De Religie van de toekomst

                                               door Wilfried Schlätz

1. Tot de Menswording van in het centrum van God  - en zoals Jezus, waren de Joden de zegelbewaarders van het Oude Woord [OT = Oude Testament]  

2. Vanaf ca. 1000 tot 1840 waren dan de Duitsers de zegelbewaarders van het NT (het Nieuwe Testament); bijv. door Martin Luther, Gerhard Tersteegen, Paul Gerhardt.

3. Nu zal er een volk der toekomst opstaan, dat daar gevormd zal worden uit het edelste geslacht van alle volkeren en die dan de zegelbehoeders van de Nieuwe Openbaringen van Jezus via Jakob Lorber [JL], Leopold Engel [LE] en Gottfried Mayerhofer [GM] zullen zijn.

4.Jesus via LE: [= Leopold Engel]

29e hoofdstuk  – Het volk van de toekomst.

[GEJ.11_029,01] (De Heer:) ‘Als er geen stormen over de Aarde raasden, maar overal een gelijkmatige temperatuur en stroming zou heersen, zou de hele Aarde weldra verbrokkelen en barsten; want alleen door hevige stormen en aardbevingen treedt er een krachtige levenswerking op, een verfrissing, die merkbaar wordt in de verfrissende lucht na een storm.

[GEJ.11_029,02] Zouden jullie je lichaam zo weinig mogelijk bewegen, het steeds aan een gelijkmatige temperatuur blootstellen en al het onaangename vermijden, dan zal er weldra een vervaloptreden van de krachten die jullie niet oefenen, en daarmee een verval van het lichaam. En als dat al met het lichaam gebeurt, hoeveel te meer dan met de ziel die steeds in hetzelfde bestaan voort droomt zonder dat ze geprikkeld wordt -want alleen de ziel leeft immers, niet het lichaam. Om levenslustig en creatief te kunnen zijn, moet ze werk te doen hebben. Door het werk doet ze kennis op en beleeft ze vreugde aan wat ze gedaan heeft. Op het materiële vlak uit dit werk zich als strijd van het zwak­kere tegen het sterkere, op het geestelijke vlak echter in de kennis en het toe­nemen van de liefde.

[GEJ.11_029,03] Omdat God in Zijn [buiten-]wezen oneindig is, kan ook de geest oneindig verder groeien. Die groei brengt echter het ontstaan en vergaan van aardse volkeren teweeg, waarbij het vergaan van de lichamen er niet toe doet; want alleen de zielen moeten groeien, het lichaam is vergankelijk.

[GEJ.11_029,04] Zoals een heel edele plant uit een veel minder edele soort is ontstaan, langzaam, door het zorgvuldig verzorgen en het wegsnijden van alle wilde scheuten, zo groeit ook het volk van de toekomst - dat één kudde zal zijn, geleid door slechts één herder, die Ik zal zijn -slechts door langzame zorg, nadat er eerst heel veel weelderige wilde scheuten verwijderd zijn.

[GEJ.11_029,05] Het voltooien van dat werk en daarmee ook de grote verlossing van de werelden is het doel van Mijn menswording, dat echter bij ieder individueel begonnen moet worden, niet bij de grote massa; want ook een oceaan bestaat uit afzonderlijke druppels. Als men daar het zout aan zou willen onttrekken, zouden er ook maar kleine hoeveelheden uitgehaald, van zout ontdaan en in een voor dat zoutvrije water geschikt vergaarbekken bewaard moeten wor­den -een werk dat nutteloos lijkt, maar tenslotte toch naar het doel leidt, als iemand eeuwigheden tot zijn beschikking heeft. -Hebben jullie nu begrepen wat jullie in Mijn woorden is gezegd?'

[GEJ.11_029,06] Raël en ook de leerlingen zeiden: ']a, Heer, wij denken dat wij U, voor zover dat mogelijk is, helemaal hebben begrepen, hoewel wij het idee hebben dat Uw woorden nog veel bevatten wat U niet hebt uitgesproken, maar wat er toch uit op te maken is. In latere tijden zal ons dat ook nog wel duidelijker worden, als ook datgene wat U nu in woorden tegen ons hebt gezegd, volko­men opgenomen is.'

[GEJ.11_029,07] Ik zei: 'Beste vrienden, Ik lees in jullie gemoederen nu nog de vraag, welk volk dan nu in de plaats van het volk der Joden kan treden, ingeval zij niet aan de verwachtingen beantwoorden -wat inderdaad het geval is, zoals jullie weten, want anders zou Ik niet zo vaak de verwoesting van de stad Jeruzalem hebben voorspeld –aangezien jullie niet bekend is dat er een ander volk is, [die hun positie inneemt] als een enigszins soortgelijke scholing, dan het volk Israël heeft doorlopen.

[GEJ.11_029,08] Welnu, ook dat zal Ik voor jullie beantwoorden. God, als de Alwetende, is nooit zo onverstandig dat Hij Zijn werk op slechts één pilaar bouwt, maar Hij bouwt het steeds op verscheidene steunpunten, om te zorgen dat het gebouw dat Hij neerzet, niet in één nacht instort ingeval de worm aan de ene of de andere steunpilaar heeft geknaagd. Ook het werk van verlossing staat daarom op heel veel veilige steunen, zodat het moet lukken, zelfs wanneer de vijand uit alle macht probeert het te verhinderen.

[GEJ.11_029,09] Hier op deze Aarde zijn verscheidene volkeren die geschikt kunnen zijn om in plaats van de Joden als zegelbewaarders van het nieuwe woord te die­nen; want het oude zal voortaan door de oude bewakers des te angstvalliger worden bewaakt, naarmate er meer ellende over hen zal losbarsten. En ook al zullen de Joden over de hele Aarde verstrooid worden, ze zullen des te steviger vasthouden aan het oude geloof, omdat dat en de hoop op het herstel van hun vroegere, vergane grootheid het enige anker is waardoor ze van algeheel verval en vernietiging gered kunnen worden, waar ze zich goed bewust van zullen zijn.

[GEJ.11_029,10] Mijn nieuwe woord heeft echter eveneens zegelbewaarders nodig, dat wil zeggen: een volk uit welks midden steeds weer nieuwe leraren kunnen opstaan, die de enigszins drassig geworden leer weer reinigen en het moeras­water in een heldere stroom veranderen. Want evenals de Joden slechts lang­zaam rijp werden, zo kan ook dat volk slechts langzaam rijpen. En evenals de Joden gevangenschap moesten ondergaan vanwege hun zonden en tot afgo­derij vervielen, zo zal ook het volk van de toekomst ter wille van hun rijping tot soortgelijke fouten, ja zelfs precies dezelfde kunnen en moeten vervallen. ­Evenals Ik in het Joodse volk profeten heb opgewekt, zullen er daar profeten opstaan en de zuivere leer vanuit de hemelen zuiveren van alle toevoegingen.

[GEJ.11_029,11] Dat volk [vanaf 1000 n. Chr. – de Duitsers*] is jullie nu echter zo goed als onbekend, maar mettertijd zal het met grote kracht tevoorschijn komen en alles wat verrot en onbruikbaar is in stukken slaan; want het is machtig in zijn nog onaangetaste natuurlijke kracht. Dezelfde leraren die hier nedergedaald zijn als Mijn dienaren, zullen ook daar weer terugkomen, deels in het vlees, deels in de geest, en zij zullen met grote geestdrift en alles overwinnende macht van Mij getuigen, zoals ze tot nu toe van Mij getuigd hebben, en Ik zal hun onzichtbaar terzijde staan en hen lei­den. [* destijds waren de Nederlanders ook nog ‘Germanen’!]

[GEJ.11_029,12] Maar dan, als dat volk [de Duitsers] ook eenmaal een zodanige hoogte bereikt zal heb­ben dat de vreemde koningen bang zijn dat het de Aarde wil bezitten, zoals de Romeinen nu, dan zal er een tijd aanbreken die rijk zal zijn aan verrassingen voor de volkeren der Aarde. Want niet dat volk [de Duitsers] zal dan het middelpunt wor­den, maar er zal een nieuw volk ontstaan, dat gevormd wordt uit de edelste geslachten van alle volkeren. Die zullen de wereld overwinnen met Mijn kracht en vrede en eendracht zullen en moeten dan heersen over alle landen en volkeren. En te midden van dat nieuwe volk [= de edelste en geestelijk de rijpste van alle landen en volkeren] zal dan het heil geboren wor­den, dat geen koning en geen wet verder nodig heeft dan alleen dit ene: 'Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf.'

[GEJ.11_029,13] En jullie, Mijn getrouwen, zullen medewerkers zijn aan dit nieuwe mate­riële en geestelijke rijk. Daarom zijn jullie hier verzameld, namelijk om nu al in jullie eerste aardse dagen uit Mijn mond te horen waartoe Ik jullie roep; want al diegenen die, voor jullie nu onzichtbaar, eveneens werkers zullen zijn voor de grote gelukzaligheid van deze aarde en door deze aarde van het universum en het geestenrijk, zijn eveneens aanwezig en verheugen zich over jullie als medewerkers aan het begonnen werk. Jullie zullen hen echter zien, die grote scharen, die ervoor nodig zijn om het werk te laten gedijen!'

[GEJ.11_029,14] Na deze woorden opende Ik bij alle aanwezigen hun geestelijk gezicht, en zij zagen alle profeten en engelen van Mijn hemelen, die hen heel vrien­delijk naderden en met hen over Mijn laatste openbaringen spraken.

5. Tot dit nieuwe volk behoren uit dezen de edelste mensen uit alle volkeren en uit alle religies, waarbij de edelste mensen zich allen tot de Nieuwe Openbaringen van Jezus via Jakob Lorber zich bekend zullen maken, daartoe behoort dan ook de religie van de toekomst, d.w.z. in het duizendjarige Rijk eerst na het grote Gericht en na de persoonlijk fysieke wederkomst van Jezus in een materieel hulplichaam [zie hiertoe het artikel A3247 – [De wederkomst van Jezus en het grote Gericht)]

6. Deze religie van de toekomst in het duizendjarige vredesrijk zal zijn een pure kerk vanuit het hart en zonder een speciale tempel en zonder kerken en zonder een priesterdom – zoals onder de eerste oerchristenen, want deze edelste aanhangers van de Nieuwe Openbaringen van Jezus via Jakob Lorber zullen de volgende woorden van Jezus vele eeuwen streng in acht nemen:

7.Jezus via JL:

7.1. [GEJ.05_132,01] (DE HEER:) 'Ik geef jullie hiermee een Gods­- en levensleer, die zo ver van iedere ceremonie afstaat als de ene pool van de hemel van de andere; deze behoeft geen sabbat, geen tempel, geen gebedshuis, geen vasten, geen eigen Aäronstaf en -kleed, geen hoofdbedekking met twee horens, geen ark van het verbond, geen rookvat, geen gewijd water en al helemaal geen vervloekt water! In deze leer is de mens zelf alles in alles en heeft niets anders nodig dan zichzelf.

7.2. [GEJ.09_044,01] Hierop vroeg de Griek aan Mij:'O Heer en Meester! Aangezien wij alle­maal nu het eeuwig onschatbare geluk hebben gehad om Uzelf in Uw god­delijke persoonlijkheid te leren kennen en uit Uw mond de woorden des levens hebben gehoord, ben ik althans wat ons Grieken betreft van mening dat wij een huis voor U moeten bouwen, waar wij eenmaal per week bij elkaar komen om daar Uw leer te bespreken en Mozes en de profeten te lezen; want op andere dagen is ieder van ons toch meer of minder met werk bezig, nu eens hier en dan weer daar, en dan is het niet goed mogelijk om met elkaar over Uw leer en daden te spreken en elkaar tot actiefbezig zijn volgens Uw wil aan te sporen. O Heer en Meester, zeg ons toch of dat U welgevallig zou zijn!'

[GEJ.09_044,02] Ik zei: 'Waarom zou je een apart huis bouwen, terwijl jullie toch jullie huizen al hebben waar je in woont, waar jullie ook in Mijn naam bij elkaar kunnen komen om over Mijn leer te spreken en de ervaringen die je hebt opgedaan, die zeker voor iedereen uit het leven volgens Gods wil zullen voortvloeien?! Evenmin is het nodig om daar een bepaalde feestdag voor in te voeren die jullie, zoals bijvoorbeeld de Farizeeën de sabbat, de 'dag des Heren' zouden noemen; iedere dag is immers een dag des Heren, en men kan dus ook op iedere dag evenveel goeds doen. Want God kijkt niet naar een dag en nog minder naar een huis dat ter ere en aanbidding van Hem is gebouwd, maar God kijkt alleen maar naar het hart en de wil van de mens. Als het hart zuiver en de wil goed is en deze de hele mens tot daden brengen, dan is dat al de ware, echte woning van Gods geest in de mens, en zijn altijd goede en actieve wil volgens de bekende wil van God is de ware en dus ook altijd echte dag des Heren!

[GEJ.09_044,03] Kijk, dat is de waarheid, en daar moeten jullie ook onafgebroken bij blij­ven! Al het andere is ijdel en heeft geen waarde voor God.

[GEJ.09_044,04] In latere tijden zullen de mensen wel bepaalde huizen voor Mij bouwen en daar, net als de Farizeeën in de tempel te Jeruzalem en de heidense priesters in hun afgodstempels, een bepaalde godsdienst verrichten op een bepaalde dag van de week, waar ze dan ook nog andere grote hoogtijdagen in het jaar aan toe zullen toevoegen. Maar als dat in strijd met Mijn advies en Mijn wil algemeen gangbaar zal worden onder de mensen, zullen de hiervoor te bespro­ken tekenen van Mijn levende tegenwoordigheid bij, in en te midden van de mensen geheel en al verdwijnen! Want in tempels, die onder het predicaat 'Tot groter eer van God!' door mensenhanden gebouwd zijn, zal Ik evenmin wonen als nu in de tempel in Jeruzalem!

[GEJ.09_044,05] Maar als jullie in een gemeente uit liefde voor Mij een huis willen bou­wen, laat dat dan een school voor jullie kinderen zijn, en geef hun er leraren volgens Mijn leer bij! Ook kunnen jullie een huis bouwen voor armen, zie­ken en gebrekkigen! Voorzie zo'n huis van alles wat nodig is om de mensen die daar wonen te kunnen verzorgen, dan zullen jullie je daarmee altijd kun­nen verheugen in Mijn welgevallen! Al het andere en wat daar bovenuit gaat is uit den boze en heeft, zoals reeds gezegd, voor God geen waarde.

[GEJ.09_044,06] In een goed ingericht schoolgebouw kunnen jullie dan ook jullie verga­deringen en besprekingen in Mijn naam houden, en is het niet nodig dat jul­lie voor dat doel nog een derde huis bouwen.

[GEJ.09_044,07] Hoe God echter in de geest en in waarheid zonder onderbreking aanbe­den moet worden, heb Ik jullie allemaal duidelijk en in goed begrijpelijke woorden gezegd, en daarom heb Ik daar verder niets meer aan toe te voegen. Ik heb jullie de weg getoond waarlangs jullie gaandeweg tot alle waarheid en wijsheid kunnen komen, en dat was in eerste instantie noodzakelijk voor jul­lie. Maar handel en leef nu op die manier, en zoek het Godsrijk vooral in jezelf; al het andere zal jullie erbij gegeven worden!'

[HuishGod.01_004,09] Zeg het aan de kinderen en zeg het tegen allen van welke godsdienst ze ook mogen zijn – roomsen, protestanten, joden, mohammedanen, brahmanen of duistere heidenen -, kortom aan allen zij het gezegd: op Aarde is er slechts één ware kerk en dat is de liefde tot Mij in Mijn Zoon, die echter de Heilige Geest in jullie is en zich openbaart door Mijn levende Woord, en dat Woord is de Zoon en de Zoon is Mijn liefde en Hij is in Mij en Ik doordring Hem geheel en Wij zijn één en zo ben Ik in jullie, en jullie ziel, wier hart Mijn woonstede is, dat is de enige ware kerk op Aarde. In haar alleen is eeuwig leven en zij is de enig zaligmakende.

[HuisGod.01_004,10] Want zie, Ik ben Heer over alles wat er is! Ik ben God, de eeuwige en machtige en als zodanig ben Ik ook je Vader, de heilige en meest liefdevolle. En dat alles ben Ik in het Woord; maar het Woord is in de Zoon en de Zoon is in de liefde en de liefde is in de wet en de wet is aan jullie gegeven. Als je die in acht neemt en ernaar handelt, dan hebben jullie haar in jezelf opgenomen; dan wordt zij levend in je en verheft je zelfs en maakt je vrij en dan staan jullie niet meer onder de wet, maar erboven in de genade en in het licht, wat allemaal Mijn wijsheid is.

[HuishGod.01_004,11] En dat is de zaligheid of het Rijk Gods in jullie of de alleen zaligmakende kerk op Aarde en alleen hierin ligt het eeuwige leven en in niets anders.

[HuishGod.01_004,12] Of denken jullie soms dat Ik in de muren woon, of in de ceremonie, of in het gebed of in de verering? O nee, jullie vergissen je heel erg, want daar ben Ik nergens, - maar alleen waar liefde is, ben ook Ik; want Ik ben de liefde of het leven Zelf. Ik geef je liefde en leven en verbind Me alleen met liefde en leven, maar nooit met het stoffelijke of met de dood.

[[HuishGod.01_004,13] Want daarom heb Ik de dood overwonnen en de Godheid aan Mij onderworpen, opdat Ik alle gezag zal hebben over alles wat er is en Mijn liefde eeuwig zal heersen en alles wat aan haar onderworpen is levend zal maken.

[HuishGod.01_004,14] En hoe denken jullie dan dat Ik in de dood met ongeduld op jullie wacht, terwijl Ik toch het leven Zelf ben?! Ga daarom van tevoren de ware kerk binnen, waarin het leven huist,- en dan pas in de dode kerk, opdat die door jullie levend zal worden!

www.zelfbeschouwing.info  - bron: Jakob Lorber Bulletin Internationaal, juni 2016 – maandelijks gratis tijdschrift voor de bewuste mens