Na-Bijbelse Profeten

 

De Bijbel, het Woord van God, werd ook door de Farizeeën gelezen in de tijd van het Nieuwe Testament. Het Oude Testament beslaat voornamelijk de wetten van Mozes en de profeten. Het Nieuwe Testament is veel later gebundeld en pas na enkele eeuwen na Jezus door het Concilie van Nicea (325 n. Chr.) vastgelegd en door de meeste kerken goedgekeurd.

 

We lezen in de Bijbel de waarschuwing om aan haar laatste boek niets meer toe te voegen, anders zal zo iemand het slecht vergaan. Hier betuigt de Heer, dat degene die de woorden van de profetie van het boek Openbaringen hoort, hij daaraan iets toevoegen zal, Hij de plagen, die daarin beschreven staan, aan die persoon ook toevoegen zal. En zal iemand maar enkele woorden van dit boek weghalen, zo zal de Heer zijn aandeel weghalen van de boom des levens en van de heilige stad Jeruzalem. (Openbaringen 22:18-19)

 

Johannes ontving deze woorden van de Heer in een visioen. Toen was het Nieuwe Testament nog niet helemaal gebundeld, maar zou het met de Bijbel als laatste boek voor de wereld als het boek der boeken dan ook voor de kerken daarmee definitief afgesloten zijn. En nieuwe Openbaringen verwachtte men nadien ook niet meer, die waren uitgesloten. Maar waar staat zoiets in de Bijbel, dat het hiermee afgelopen zou zijn? We hebben het nergens kunnen vinden. We troffen wel vele getuigenissen aan in het Woord, dat de Heer weer terug zal komen met profeten, dienstmaagden en knechten.

Het citaat van Openbaringen 22:18-19 kan geen betrekking gehad hebben op de gehele Bijbel, want die was toen immers nog niet compleet. Het had wel betrekking op het laatste deel van het Nieuwe Testament. Eerst in 325 n. Chr. en ook nadien, kwam de “complete” Bijbel op het Conciliecongres ter sprake en daar werd de Bijbel unaniem als het Boek der Boeken beschouwd! Een algemeen geldende mening dus, dat de canonieke boeken van de Bijbel als Gods Boek het gezaghebbende Woord is.

Openbaringen legt trouwens in zijn geheel een krachtig getuigenis af van de onbegrensde werkzaamheden van profetische aanwijzingen. De huidige theologen halen hierbij graag de brief van Hebr. 1:1 aan om aan te tonen, dat de tijd van de profeten sinds de tijd van Jezus, voorbij zou zijn: “Hij heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon!”

Nu, dat zou dan het definitieve einde zijn van alle Openbaringen. Toch krijgen we het idee, dat een aantal theologen (Schriftgeleerden) en ook een aantal kerken het wezenlijke van de Bijbel niet echt begrijpen. Met de uitdrukking “laatste dagen” gaat het al (welbewust) mis met hun gedachte daarover. Met “laatste dagen” wordt echter “het nu” en niet een vroeger bedoeld. Deze uitspraak staat analoog en is ook inherent aan “de jongste dag”. De laatste dag is steeds de jongste dag, waarin men nu leeft. Met “de laatste dagen” wordt in het boek Openbaringen “de laatste tijd vóór het wereldgericht bedoeld. Zelfs de apostelen dachten aanvankelijk, ondanks de duidelijke boodschap van de Heer, dat het wereldgericht nog tijdens het leven zou optreden. We verwijzen naar Handelingen 2:17, 2 Tim.3:1, 2 Petrus 3:3, 1 Korinthe 10:11 en 1 Joh. 2:18.

Jezus geeft de apostelen de troostende verzekering, dat na Zijn Hemelvaart zij in geen geval door Hem verlaten zullen zijn. Want Johannes 14:18 beschrijft duidelijk, dat Jezus tot de Vader (in Hem Zelf) zal bidden en een andere trooster zal geven, om tot eeuwigheid bij Zijn apostelen (en Zijn kinderen) te zijn, namelijk als Geest der Waarheid. De Heer heeft hen (en allen) nog veel te zeggen, maar het kan nu nog niet verdragen worden. Maar als Hij eenmaal terugkomt, dan zal Hij hen (en ons allemaal) in de Geest der (volle) Waarheid binnenleiden. Want degene die van de profetische Geest is vervuld, zal niet uit zichzelf spreken. Wat degene hoort, dat zal hij ook spreken; wat er in de toekomst ligt, dat zal de Heer ons verkondigen volgens Joh. 16:12 en 13. Zie ook Joel 2:28 en Handelingen 2:17.

 

Jezus verwijst hier naar nieuwe en verder leidende Openbaringen. Men moet echter wel zeer blind zijn, om dat niet te kunnen zien. Zo schrijft de brief der Hebreeën: “Melk heb Ik u gegeven, maar geen vast voedsel, want dat kunt gij niet verdragen!” Cor. 3:2. Dat men u de eerste beginselen van de uitspraak Gods leert en gij hebt nog melk van node en geen vaste spijs, beschrijft Hebr. 5:12. Want ieder, die (nu) nog van melk leeft, heeft geen weet van de rechte (juiste) prediking (theologie) volgens Hebr. 5:13.

 

In de loop van de geschiedenis (na de “reguliere” afsluiting van de Bijbel) zijn er steeds grote Openbaringen gedaan. De Bijbel is trouwens altijd al een open boek geweest voor degenen die naar het Woord snakken. Voor de wereld is de Bijbel echter een gesloten boek geworden.

 

De vier Evangeliën zijn in de Bijbel in beperkte mate verhaald en beknopt opgeschreven. Dat was trouwens ook nodig Anders zou de belofte van de komende Geest der Waarheid immers ook niet nodig zijn geweest. De Heer is altijd in ons midden, vaak via Zijn profeten, dienstknechten of dienstmaagden. Hij is allang teruggekomen om de mensheid in plaats van melk, nu vaste spijze te geven die daarvoor rijp zijn. Voor volwassenen met goede zintuigen is er nu de vaste spijze, die door de gewoonte geoefend zijn om goed en kwaad te kunnen onderscheiden (zoals dat met voedsel ook het geval is). (Hebr. 5:14).

 

Jezus herinnert Zijn leerlingen eraan, dat Hij hen alles zal leren en hen ook in herinnering zal brengen, wat Hij destijds (2000 jaar geleden) tegen hen heeft gezegd (1 Joh. 14:26). Dit zal Hij echter niet meer in een beeldende taal of in gelijkenissen doen, maar dan geheel vrijuit.

(1 Joh. 16:25). Deze tekst slaat ook op de tijd na de apostelen, dus op de toekomstige tijd.

 

Zoals geschreven, moest de Bijbel in een zeer beknopte weergave gedicteerd worden, bijna in telegramstijl. Het spreekt vanzelf, dat er in de tijd van Jezus op aarde veel meer is gedaan en gesproken, dan dat er daadwerkelijk verhaald kon worden. Zo beschrijft Joh. 21:25 notabene, “dat er nog vele andere dingen zijn geweest, die Jezus heeft gedaan. Als deze echter één voor één beschreven werden, dan zou, naar Ik meen, de wereld de boeken niet kunnen bevatten, die te beschrijven waren”.

 

Zo heeft Jezus vele andere tekenen gedaan, die niet in dit boek beschreven staan. (Joh. 20:20). Wat Jezus beloofde in Zijn afscheidsrede was, dat Hij terug zal komen om daar uitvoerig nog op terug te komen, van wat Hij allemaal gezegd heeft gedurende Zijn driejarige wandel met Zijn leerlingen op aarde. Aan deze belofte heeft de Heer Zich gehouden. Hij is allang teruggekomen met Zijn Nieuwe Openbaringen (ruim 150 jaar geleden). De nieuwe Openbaringen vervangt de Bijbel niet, zoals veel kerkelijke mensen denken, maar ze vullen de Bijbel aan en vervullen zelfs de Bijbel, dat als een zeer grote genade mag gezien worden.

 

Daarover profeteerde al heel lang geleden een eenvoudige en vrome vrouw, Hildegard van Bingen, die leefde van 1098-1195. Zij profeteerde zelfs in een van haar theologische boeken (door de Heer ontvangen!), dat er over zes eeuwen na haar de Heer zal terugkomen met een Nieuw Evangelie, die de mensheid hard nodig zal hebben heeft. Om de Bijbel als ook de levenswandel van Jezus destijds op aarde uitgebreid te verhelderen. Dit mag al een groot wonder genoemd worden! Inderdaad kwam er na zes eeuwen de schrijfknecht Jacob Lorber, precies zoals de Heer het had voorspeld. Deze schrijfknecht kreeg gedurende 25 jaar van God de Nieuwe Openbaringen gedicteerd (1845). Voor degene die dan de moeite nemen wil om die verhelderende Openbaringen te lezen, zal zijn ziel beproefd en gesterkt zien worden. Nagenoeg negeren de kerken deze unieke hemelse gaven (spijzen).

Lukas 18:8 schrijft naar aanleiding van bovenstaande echter: “Als de Mensenzoon zal terugkomen, denk je dan, dat Hij geloof zal vinden op deze aarde?” Dat Jezus Zijn Heilige Geest bij het pinkstergebeuren in vervulling zou brengen, was maar een bescheiden begin voor een veel grotere nieuwere gemeenschap. De profeet Joel beschrijft, dat het grote pinkstergebeuren pas in de laatste dagen zal geschieden, wanneer de volle maat is bereikt, kort vóór het gericht over deze wereld. In de laatste dagen, zo schrijft weer Handelingen 2:17, zal de Heer Zijn Geest uitstorten op alle vlees. Uw zonen en dochters zullen profeteren en uw jongelingen zullen gezichten zien. Uw ouders zullen dromen hebben. Deze tekst heeft betrekking op de laatste tijd en dat is het NU, dit tijdperk, waarvan God vanaf het eerste begin al gesproken heeft door de mond van Zijn heilige profeten (Handelingen 2:19-21). De Heer heeft allen verzekerd, dat Hij na Zijn Hemelvaart ons nooit in de steek zal laten (Joh. 14:18). Hij zal altijd met ons zijn tot aan het einde der wereld, ja in alle dagen (Matth. 28:20).

 

Toen Hildegard van Bingen 42 jaar was, kreeg zij een Goddelijke opdracht: “Maak de wonderen bekend, die je ervaart, schrijf ze op en spreek!” En zij gehoorzaamde aan deze stem. Zelf zegt ze hiervan: “Ik spreek en schreef niets als eigen bedenksel of van iemand anders, maar zoals ik het door de hemelse ingeving zag en hoorde en door de verborgen geheimen van God ontving. Zij was beslist geen medium. Wat is een medium, dat is iemand, die veelal informatie doorkrijgt van (lagere geesten). Jacob Lorber was dit ook niet, hoewel ook hij van de Heer persoonlijk de Nieuwe Openbaringen doorkreeg voor de hele wereld. Zelf was Lorber een zeer bescheiden, vroom en eenvoudig mens. Echt gelovige mensen kunnen de waarheden van God degelijk wel onderscheiden van onzuivere waarheden.

 

Sommige kerkgenootschappen verloochenen de drie-eenheid van God. Zij denken te maken hebben met drie personen van God. De Bijbel is hierover duidelijk, als er gesproken wordt over de vader, de Zoon en de heilige Geest. Het gaat dus niet om drie personen, maar om de drie EIGENSCHAPPEN van God. De zoon van de Vader is het zoonschap in de vader, dat wil zeggen, Zijn liefde in Hem. Johan. 14:7 en 9 geeft daarover nog meer informatie: “Als gij Mij zoudt kennen, dan zoudt gij ook Mijn Vader kennen en van nu af kent gij Hem en hebt gij Hem gezien. Wie Mij ziet, die ziet ook de Vader. In verband met deze triniteit (drie-enigheid van God) is de tekst van Johannes 14:28 daarin erg duidelijk: “De Vader is groter dan Jezus.

De Heer Zelf geeft hierover een duidelijke openbaring en dus opheldering in het boek “Hemelsgaven” via Zijn schrijfknecht Jacob Lorber, deel twee, bladzijde 66: “Het Woord (dat dus God Zelf is, zou zonder de Vader of de voorafgaande gedachte (van Hem) immers een onmogelijkheid zijn! Vandaar ook, dat er verder staat, dat de Vader als de eeuwige Verwekker van het Woord meer is dan het verwekte Woord zelf. Als echter het Woord verwekt is, dan is dit Woord toch zeker ook volkomen identiek met de Vader!” De drie-eenheid van God zijn de drie eigenschappen van Hem. God bestaat dus niet uit drie personen, zoals veel (on)kerkelijke mensen nog geloven. Wij mensen zijn uit God voortgekomen en bezitten ook drie eigenschappen zoals lichaam (1), ziel (2) en geest (3). God echter is louter Geest. In Hem wonen de Vader (Zijn macht), de Zoon (Zijn liefde) en Zijn Heilige Geest. De Heer zegt niet zomaar tegen Zijn discipelen: “Wie Mij ziet, die ziet echter ook de Vader!” (Joh. 14:9). Wie Mij ziet, ziet Degene, die Mij gezonden heeft (Joh. 12:45). Ik en de Vader zijn één. (Joh. 10:30). Als gij Mij zoudt kennen, dan zoudt gij ook Mijn Vader kennen (Joh. 14:7). Van nu af aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien.

 

Sommige kerken prediken vaak over de eeuwige verdoemenis, alsof zij daar voldoening in schenken, dat de Heer allen zondige mensen met de hel bestraft. De Bijbel geeft daarover voldoende informatie. De profeet Jeremia beschrijft glashelder, dat de Heer de mensen niet voor eeuwig verstoot. (Klaagliederen 3:31) Micha 7:18 beschrijft, dat Hij Zich niet eeuwig aan Zijn toorn vasthoudt, want Hij is barmhartig. Het Rijk van God is in de mens, zegt Lucas 17:21.

Als de kerk spreekt over een verdoemenis, dan informeert 1 Tim. 2:4 daarover, dat God wil, dat alle mensen behouden worden, (ook aan gene zijde, ongeacht in welke hemelse of helse sfeer de mens leeft).

 

In de moderne vertaling staat jammer genoeg, dat het rijk van God in het midden van ons is. Helaas missen we dan de diepere betekenis van deze tekst. Met andere woorden hier: Men heeft het rijk van God wel of niet (voor eeuwig) in zich.

 

De mens is als een god (klein geschreven) en zonder uitzondering ook een zoon van de Hoogste. (Psalm 82, Johannes 10:34) Psalm 8:6 beschrijft, dat de mens een weinig minder is gemaakt dan God. 1 Korinthe 6:3 zegt, dat wij over de engelen zullen oordelen. Zie ook Romeinen 8:29.

 

Maar eerst moeten we leerling van Jezus worden en Hem ook navolgen (Matth. 16:24). De Heer heeft aan velen, na de Openbaringen van Johannes nog gesproken door alle tijden heen. De Nieuwe Openbaringen openen naast de Bijbel de verborgen geheimen van de goddelijke Orde. Ze leiden de mens dieper in de innerlijke betekenis van het Evangelie, het Woord of de Bijbel. Toen het Oude Testament werd afgesloten als boek voor de mensheid (met weliswaar ontbrekende delen), is ook het Nieuwe Testament er gekomen. Met de ontbrekende delen bedoelen wij het vierde en vijfde boek van Mozes en nog vele andere boeken, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Dergelijke boekdelen zijn helaas door de bisschoppen en synodes geschrapt. Gelukkig heeft Jacob Lorber weer een aantal van de ontbrekende, maar oorspronkelijke Bijbeldelen in haar volheid ontvangen van de Heer. Als men moeite doet die delen in zich op te nemen, dan kan men al snel merken, wat en hoe de ziel in iemand spreekt of deze zich daarmee kan verenigen.

 

Niemand kon vroeger het Nieuwe Testament verwerpen, omdat ze genoeg zouden hebben aan het Oude Testament. Het Oude Testament is grotendeels een profetische Testament. Vele profetieën daarvan gaan nog steeds in vervulling van zowel vóór de tijd van het Nieuwe Testament als ook in het heden. Het Nieuwe Testament verwijst vaak naar het Oude Testament en naar toekomstige tijden.

 

Op dezelfde wijze zijn naast de Oude Openbaringen (Bijbel) nu ook de Nieuwe Openbaringen geschreven. Waarom worden deze de Nieuwe Openbaringen van Johannes genoemd? (het grote Johannes Evangelie) Omdat ten eerste Johannes een lievelingsdiscipel van Jezus was en ten tweede bevatten zijn boeken (Johannes en de Openbaringen) de meest diepzinnige dingen, zelfs meer nog dan alle andere drie Evangeliën in de Bijbel.

 

Dat de Heer vaker op deze aarde is geweest, is de kerk wel bekend, maar daar heeft de kerk zich nooit expliciet over uitgelaten (benadrukt). In de tijden van Noach, toen de Heer de zondvloed zond, kwam Hij na deze zondvloed als Melchizedek (voor de wereld een legendarische koning). Deze was noch uit ouders geboren, noch sterfelijk (Hebr. 7:13). Volgens Matth. 24:38-39 zal de Heer weer pas terugkomen, als de wereldmaat van de zondige aarde vol is geworden, zoals in de tijd van Noach. Daarom kwam de Heer na de zondvloed terug als de hoogste Hogepriester, om orde op zaken te stellen. Ervoor leefde Hij een tijd met Adam en de zijnen gedurende een bepaalde periode onder naam Abedam. Straks komt de Heer ook weer terug, zoals Hij dat beloofd heeft aan zijn apostelen.

 

Alle diepzinnige verborgenheden heeft de Heer onthuld aan Zijn leerlingen. Tot de wereld moest Hij spreken in gelijkenissen, zodat “kinderen” dat eenvoudig kunnen begrijpen. Markus, schrijver en zoon van Petrus beschrijft dit in Markus 4:11 en 34. De profeten werden vroeger gedood (Matth. 23:31), nu worden ze bespot. Als de kerken de komende tijd het Goddelijk gericht wil overleven, dan dienen ze het vermanende woord uit de Openbaring van Johannes ter harte te nemen (Openb. 3:22): “Wie ore heeft, die hore, wat de Geest tegen de gemeente zegt!”

In het laatste boek van de Bijbel worden wij steeds vaker geconfronteerd met het Openbaringsgebeuren van onze moderne tijd. De mensheid zal volgens dat laatste boek van de Bijbel, en weliswaar kort voor het wereldgericht, een “eeuwig evangelie” gegeven worden. Toen dit geschreven werd bestond de Bijbel al als het Oude Testament.

 

Openbaringen 14:6-7 schrijft: “Ik zag een engel vliegen door het midden van de hemel die had een eeuwig evangelie, om te verkondigen aan degenen, die op de aarde wonen, en aan alle naties en geslachten en talen en volkeren. En hij sprak met luide stem: “’Vrees God en geef Hem de eer; want het uur van Zijn gericht is gekomen!”

Deze woorden zijn gemakkelijk te begrijpen en te herkennen in dit duidelijke visioen. Ook de Nieuwe Openbaringen getuigen hier steeds van, precies zoals het in de Bijbel staat. Jezus bedoelde daarmee ook, dat Hij zal terugkomen op de Wolken.

Het zou zeker naïef zijn te denken, dat we Hem letterlijk in de Wolken zullen ontmoeten. Die Bijbeltekst bevat veel diepzinnigheid en geestelijkheid. Daarover zegt de Heer, dat wij nog veel licht zullen ontvangen (van de Nieuwe Openbaringen).

Als wij iets moois vinden en er vol van zijn, dan drukken we dit uit in het spreekwoord “Ik ben in de wolken!” terwijl we dat niet letterlijk, maar figuurlijk bedoelen. Zo bedoelt de Heer het ook, dat Zijn gelovigen Hem tegemoet gaat in het “vol zijn van over Hem!” waardoor de Heer ons dan ook (persoonlijk) tegemoet zal komen.

 

De Bijbel roept op om goed te luisteren, wanneer er een gegrond vermoeden bestaat, dat God gesproken heeft. Voordat de Heer als Heiland weer persoonlijk zal verschijnen (terugkomen), zal Hij Zich opnieuw aan de mensen door het profetische Woord, de Geest der Waarheid openbaren en Zijn terugkomst voorbereiden volgens Handelingen 3:19-21.

 

Helaas wijzen over het algemeen vooral de protestantse kerken iedere profetie na de Bijbel af met de dood van Jezus. Maar het Openbaringsgebeuren heeft nagenoeg geen definitief einde genomen. Integendeel zelfs. Naast de eerste apostelen hebben ook andere door de genade van onze Heer vele profetische opdrachten gekregen. De Heer Zelf heeft immers beloofd ons niet als wezen achter te laten (Johannes 14:18). Hij heeft beloofd Zich in de toekomst aan diegenen te openbaren, die Zijn geboden ter harte nemen en deze opvolgen. (Joh. 14:21-23). Verder heeft Hij beloofd, dat Hij eenmaal zal terugkeren om Zijn trouwe aanhangers alles in herinnering te brengen, wat Hij tijdens zijn leven aan Zijn leerlingen heeft verteld.

 

In de Bijbel kan men echter geen enkele zin of tekst vinden waar vermeldt staat, dat de Nieuwe Openbaringen zouden uitgesloten worden. Wel bevindt zich in het Nieuwe Testament een overvloed aan verwijzingen naar toekomstige en dus na-Bijbelse Openbaringen. De Bijbelse God is geen zwijgende, maar een sprekende en openbarende God. De mond van de profeet is Gods mond. “Ik de Heer, spreek tot de profeten en Ik ben Degene, Die veel openbaringen geeft en Zich door de profeten kenbaar maakt!” (Hosea 12:10-11). Mathh. 23:37 betreurt degenen, die de profeten stenigt en zelfs doodt, die tot ons gezonden zijn. Maar de mensen hebben het niet geloofd en gewild.

 

Het kan nooit de bedoeling zijn geweest het profeetschap af te schaffen. Het tegendeel is waar. Jezus was gekomen om de volkomen gelding te verschaffen volgens Matt. 5:17. Want wie een profeet opneemt, zei Jezus op een niet te mis verstane wijze, die zal het loon van een profeet ontvangen. Deze belofte geldt nog steeds (Matth. 10:41). “Wie iemand opneemt, die Ik zendt, neemt Mij op, die Mij gezonden heeft!” (-de vader in Jezus-) – zie Joh. 13:20). Daarin eist de Heer overduidelijk een getuigenis van het voortbestaan van de profetische werkzaamheid.

 

 

 

In de Oudtestamentische traditie wordt duidelijk gemaakt, steeds wanneer er een profeet optreedt, God dan ook Zelf aanwezig is.

Handelingen 21:10 beschrijft een profeet uit Judea, die Agabus heet en die door de Heilige Geest sprak. Als deze profeet Agabus in het jaar 43 in Antiochie de op komst zijnde tijdsduurte onder keizer Claudius voor de hele wereld voor het jaar 44 profeteerde, besloten alle apostelen de arme broeders in Judea naar hun beste vermogen hulp te bieden. Dat zijn de echte werken der naastenliefde.

 

Het boek Handelingen der apostelen levert het bewijs, dat ook vrouwen de profetische geest kunnen krijgen. We denken hierbij nog eens aan de historische Duitse vrouw, non, arts en theoloog Hildegard van Bingen. Zij profeteerde, dat er na haar, dus over ongeveer 600 jaar,  een Nieuw Evangelie zal komen en die getuigenis zal geven voor de hele wereld. Inderdaad gebeurde dat precies 600 jaar later door de schrijfknecht Jacob Lorber, die door de engel des Heren gedurende 25 jaar dagelijks teksten gedicteerd kreeg, in totaal meer dan 25.000 bladzijden. Deze nieuwe Openbaringen – gedicteerd door dus God Zelf, ontsluieren de Bijbel en geven veel licht over haar versluiering.

 

De Evangelist Filippus 21:9 schrijft: “Deze had vier dochters, maagden, die profeteerden. Volgens Efeze 13:3 of 1 Kor. 13:3 zijn profeten zelfs hogepriesters. “Blus de geest niet uit en veracht de profetie niet!”, vermaant Paulus ernstig in 1 Thess. 5:19-20. “Maar streef naar geestelijke gaven, maar het meest, dat gij moogt profeteren!” (1 Kor. 14:1). “Want alle schrift, door God ingegeven, is nuttig tot lering en tot onthulling van schuld en tot verbetering, tot opvoeding in de gerechtigheid!” (2 Tim. 3:16).

 

Verbazingwekkend is, dat de calvinistische geschriften naast de Bijbel door de kerken wel graag gelezen worden. Maar nieuwe Openbaringen, nee, dat kan niet en zeker niet door God Zelf geschreven of gedicteerd. Nieuwe Openbaringen kunnen niet, zoals ook de Bijbel, door mensenhanden geschreven zijn, zeggen de protestantse kerken.

 

Maar de Geest van God waait zoals Hij dat wil en wanneer Hij dat wil en door wie Hij dat wil. (1 Kor. 12:11) En dat bij alle volkeren en in alle tijden. Er is nog nooit een profetie vanuit menselijke wil voortgebracht, maar wel gedreven door de heilige Geest. De mensen hebben in naam van God gesproken, beschrijft 2 Petrus 1:19-21. Dit wordt zelfs door Openbaringen 19:10 bekrachtigd. Het getuigenis van Jezus is de Geest van de profetie.

 

Al te graag wordt met betrekking tot de na-bijbelse Openbaringen gewezen op de waarschuwing van Jezus voor het optreden van valse profeten en Christussen. Men doet echter geen moeite van een onbevoordeeld onderzoek. Al te voorbarig beweert men (vanuit dogmatische achtergrond) het gevaar van een misleidende profetie. Graag haalt men zelfs enkele citaten aan uit de Bijbel om daarmee te bewijzen, dat het voor de Bijbel altijd afgesloten is, terwijl er overvolle tekstbewijzen in de Bijbel staan, die vertellen, dat er wel na-bijbelse profeten zullen opstaan. Alsof God die macht niet zou kunnen hebben. Men wekt dan ook gemakkelijk de indruk of de schijn, alsof iedere na-bijbelse profeet een valse zou zijn.

 

Als er in de natuurgeneeskunde één foute dokter “kwakzalvert”, dan zijn allen in die categoriegroep ook “kwakzalvers”. Zoals men een dergelijk mening daarop baseert, zo doet men het ook in de kerken. Helaas is het al te vaak ook een napraten “hogere” statusgroepen en heeft men nooit zelf moeite gedaan, een grondig onderzoek te doen, zoals ook de Bijbel ons stimuleert: “Onderzoek alles, en behoudt het goede!”

 

Natuurlijk zijn er in alle tijden valse profeten geweest, die zijn immers gemakkelijk te herkennen. Dat kunnen alleen zij, die de Heer liefhebben en de Bijbel als het Woord van God in hun hart en ziel echt begrijpen. De Bijbel heeft nooit een blind geloof geëist, maar roept steeds op tot waakzaamheid.

We moeten echt alles onderzoeken en het goede behouden, waarschuwt Paulus dus in 1 Thess. 5:21. Heeft iemand profetie, dan zij die in overeenstemming met het geloof, voegt Paulus hieraan toe in Romeinen 12:7. Want echte profetie moet in harmonie zijn en dus ook in overeenstemming met de Bijbelse leer. Wie zich echter alleen maar beroept op de Bijbel en het christelijke geloof, maar tegelijk de wezenlijke uitspraken van de Bijbel ontkent, die is ongetwijfeld een valse profeet.

Valse profeten zijn echter heel gemakkelijk en als zodanig te herkennen, ook in onze dagen. Paulus schrijft hierover in Galaten 1:7-8. “Er zijn er enkelen, die u van de wijs brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. Maar ook al zouden wij of een engel uit de hemel u het Evangelie anders verkondingen, dan wij het u verkondigd hebben, die zij vervloekt!”. Als er dus een aanvullende Evangelie is gekomen is van God Zelf, naast de heilige Bijbel, dan is dat evangelie beslist geen verdraaiing van de Bijbel, maar zelfs een genadevolle aanvulling. Men beroept zich toch maar al te graag (en te gemakkelijk) op bovengenoemde Bijbeltekst, zonder ook buiten-Bijbelse verkondigingen te “proeven” of dit uit God of de satan zijn. Ja, men leest wel graag geschreven boeken van mensen en stellen dergelijke boeken zelfs boven de Nieuwe Goddelijke Openbaringen. Maar een blinde kan niet lezen, wat zijn hart niet ziet.

 

Jezus zegt Zelf in Matth. 7:16 over de valse profeten: “Aan hun vruchten zult gij hen kennen. In het doen van de goddelijke wil blijkt, welke “geest” er in hen heerst. De ware profeet leeft, net als Jezus, in ware deemoed en daadwerkelijke naastenliefde. Echte profeten dwepen niet met hun persoon. Zij zoeken nooit eigen eer, maar steeds de eer van Degene, die hem gezonden heeft. Zo iemand is waarachtig en er is geen onrecht in hem, verzekert Jezus ons in Joh. 7:18.

 

Openbaring 22 waarschuwt ons ervoor om (zelf) aan het laatste boek van het Nieuwe Testament niets toe te voegen. Want de Heer betuigt aan een ieder, die de woorden der profetie van dit boek hoort: “Als iemand hier iets aan toevoegt, God zal de plagen, die in dit boek beschreven staan, hem toevoegen!”

 

De Bijbel is geen gewoon boek, waarbij elk mens naar believen alle Bijbelteksten zomaar kan duiden. Het is echter de Heer, die de Bijbel heeft doen laten ontstaan en die Zelf geschreven heeft, weliswaar door Zijn profeten en Evangelisten.

Het is de menselijke opgave zich aan Hem te wenden om licht en waarheid te bidden. De Bijbel is een geestelijk boek. Niemand kan zomaar op de juiste manier puur de Bijbel duiden. Dit kan hij slechts met hulp van de Heer. Hoe zal men dan leven om licht bij het lezen van de Bijbel te verkrijgen, als men deze hulp niet bidt tot God?

 

Wanneer wij accepteren, dat de Bijbel van de Heer Zelf afstamt en dat we naar waarheid er naar leven en handelen, dan zal men zich dit nooit berouwen. Het advies, dat de Bijbel iedere keer weer geeft, is om de Heer boven allen lief te hebben. Op deze wijze zal Zijn Woord ook overal als van Hem komend in de mens binnentreden, indien dit in overeenkomst is met zijn juiste handelwijze en in de waarheid. Als de mens de liefde niet heeft, dan handelt hij niet naar de geboden van Gods liefde.

 

De kerken spreken over het rechtvaardigen, dat wil zeggen, het zich geestelijk reinigen en bevrijden van de zonden en weliswaar door het geloof. Maar dat gaat niet zomaar! De kerken geloven tegenwoordig alleen nog maar in een bijbelgod. Niet echter in een God van heidenen, joden, de goddeloze, Turken, Islamieten, Arabieren en die Hij allen evenveel liefheeft en in Zijn woningen wil opnemen. Dit doet Hij alleen, wanneer zij ook een deemoedige en berouwvol hart hebben en op Zijn Woord, deze aannemen en er naar handelen.

 

Als God een gekenmerkte bijbelgod van Bijbelletters zou zijn, dan zou bijna de hele wereld niet in de hemel kunnen komen, als zij niet meer Bijbelvast geloven. Zulke mensen zijn echter blinde Bijbel letterhelden.

Zij denken dat God kinderen schept om ze dan, omdat ze nooit een Bijbel gezien hebben of gelezen hebben voor altijd in de duisternis van hel verstoot. Wat een verschrikkelijke gedachte en dwaling. Waar is hun verstand, hun liefde en hun begrip van een liefdevolle God? De kerken pretenderen, dat niet-protestanten, niet-calvinisten en meer van zulk soort, die de Bijbel niet gelezen hebben, zeker zullen sterven en als zij dan in het geestenrijk aangekomen zijn, hen onmiddellijk gevraagd zal worden of zij wel naar de Bijbel geleefd hebben en de letters van de Bijbel geloofd hebben.

 

Het zal echter anders zijn. Er zal echter gevraagd worden naar hun handelwijze tegenover de naaste. Niet het geloof, de joodse Talmud, zelfs de koran of een ander religieus boek of een of ander christelijk geloof is in het nu en in het geestenrijk bepalend volgens de Bijbel, maar slechts de naastenliefde. Daarom heeft de Heer gezegd, dat de liefde het grootste gebod in de wet is. Waar staat in de Bijbel geschreven, dat God onze zonde, die we begaan hebben, zomaar kwijtgescholden heeft? Een dergelijke gedachte is onjuist en niet goed voor het zielenleven. Want ieder mens is te allen tijde verantwoordelijk voor zijn eigen zonden. Ieder mens dient daarover echt berouw te hebben (als hij dat op zijn minst echt doet). Op deze wijze kan hij met de werken der liefde dit weer goedmaken, zodat hij dan de genade van de Goddelijke liefde en de barmhartigheid, en de vergeving der zonden, deelachtig worde.

 

Als we tegen de geboden van God ingaan, kunnen we geen genade van de Heer ontvangen, om zomaar in het Hemelrijk te komen. Dit kan alleen, tenzij men echt berouw van zijn daden heeft en dat ook bewijzen zal zijnde naasten te helpen in deemoed en zich verder aan de geboden van God houdt. De mens wordt niet zalig door het geloof alleen! Dat zou wel heel gemakkelijk zijn. Mensen die zeggen, “ja ik geloof in God!”, maar als hun vruchtbare werken verre van God zijn, zullen zij nog heel wat bijgeschoold moeten worden in het nu of aan geestelijke zijde.

 

Behouden worden door het geloof alleen is een dwaling van de kerk. Men kan wel zalig worden door de goede werken, hoe goed we doen tegenover onze naaste en daarmee ook God te dienen. In de werken der naastenliefde zit tegelijk ook verweven het geloof. Paulus schrijft hierover in zijn zendbrieven aan de Romeinen, de Korintiërs en de Kolossenzen.

 

Als de mensen alleen het geloof, maar niet de naastenliefde hebben, dan is hij dood in zijn geest. Paulus schreef volgens de ingeving van de Heer: “Als ik het sterkste geloof zou hebben, dan zou ik bergen kunnen verzetten!” - “Maar als het me aan liefde ontbreekt, zo was ik niets!” (1 Kor. 13). Als het geloof alleen voldoende zou zijn, dan konden zelfs de grootste schurken in de hemel komen, als ze slechts aan het christendom geloofden. Waarin bestaat dan de opgave waarmee de mens de hemel met geweld zich moet toe eigenen? Jacobus en Paulus schrijven, dat het geloof zonder goede werken, (naastenliefde), in dat geval waardeloos is. Wie de hemel niet met geweld tot zich neemt, die komt er dus ook niet in, zegt Jezus.

 

De Heer heeft het kruis op Zich genomen om de erfzonde van de hele wereld op Zich te nemen. (1 Petr. 9:15) Ondanks die erfzonde, wijst de Heer ons er op, dat wij het “onze Vader moeten bidden!” En we moeten daarin ook vooral om vergeving vragen over al onze zonden. Dit is niet in tegenspraak met de Heer, die alle erfzonde van ons heeft weggenomen, maar Hij heeft niet weggenomen de zonden, die we dagelijks doen. Vandaar de grote noodzaak het bidden om vergeving. (1 Kor. 6:9,10,18). Als de Heer aan het kruis Zijn bloed gegeven had voor alle zonden der mensen, waarmee de mens ook van toekomstige zonden gevrijwaard zou zijn, dan hadden de apostelen nooit ook zoveel gesproken over de zonden van de mensen. Het geloof zonder de werken der naastenliefde is dood en waardeloos, schrijft Jacobus 2:14-26.

 

De Bijbel is een geestelijk boek. Daarvoor mogen degenen, die de gave hebben van het uitleggen of van het ingegeven profetisch woord van God, tot Hem bidden voor juiste uitleg. In de huidige tijd echter zijn de mensen zo materieel geworden, dat zij de Bijbel niet meer begrijpen, omdat de Bijbel zelf een geestelijk boek is. De Bijbel is immers een boek van wetten, profeten en geestelijke leringen, afgezien nog van de historische gebeurtenissen. Paulus schrijft in 1 Kor. 12, dat we voor de uitlegging van de Bijbel de Heilige Geest nodig hebben. Vaak wordt de Bijbel echter verkeerd geïnterpreteerd en dan hapert het aan alle kanten.

 

Daarom heeft de Heer beloofd – en dit heeft Hij allang voorzien in de eeuwigheid – om terug te komen op de wolken. En zie, Hij is al teruggekomen, maar men heeft Hem niet herkend, zoals in de tijd van Zijn persoonlijke levenswandel op de aarde. Hij is eerst onzichtbaar teruggekomen met Zijn nieuwe Woord, dat een genadevolle aanvulling genoemd mag worden op de bestaande heilige Bijbel.

 

Pas later zal de Heer Zich ook persoonlijk laten zien aan degenen, die Hem echt liefhebben en Zijn geboden onderhouden. Zo heeft de Heer de Bijbel weer hersteld, want er ontbraken vele boekwerken daaraan. Zulke boekwerken zijn jammer genoeg nooit opgenomen, maar door de vroegere kerken achterwege gehouden, om het volk dom te houden. De Bijbel zal geleidelijk weer in zijn volheid terugkomen (als aanvulling en als verlichting), zodat iedereen, die het wenst dit bijzondere boek der boeken te lezen en er naar te handelen, het dan ook weer zal gaan begrijpen. Dan zal zijn leven ook andere inhoud krijgen. Het is echter niet voldoende, dat men de Bijbel alleen leest. We zullen in de toekomst nog dictaten en aanwijzingen ontvangen, die betrekking hebben op de Bijbel en de Nieuwe Openbaringen. Veel Bijbelteksten van de Bijbel zullen grondig verklaard en opgehelderd worden. Voortaan zal de Heer Zichzelf openbaren in het Evangelie en dat Evangelie zal anders dan voorheen gebracht worden. Omdat de mensen de Bijbel niet meer begrijpen en hun harten vol duisternis zijn. De Heer Zelf zal dit bewerkstelligen via Zijn nieuwe profeten, schrijfknechten of schrijfdienstmaagden, zoals ook in de Bijbelse tijd, maar het zal dan anders voorgaan, dan toen.

 

Johannes 16:13 benadrukt dat de profeten ook zeggen zullen, wat er in de toekomst te gebeuren staat. Amos 3:7 zegt het identiek. De Heer zal Zich alleen openbaren aan degenen die Hem liefhebben (Joh. 14:21+23) en Joh. 21:25. De Heer heeft daarover veel gezegd, zodat de hele wereld wel met boeken figuurlijk gezien daarmee gevuld zou kunnen worden. De Bijbel is zeer versleuteld geschreven en met diepgeestelijke waarheden. Daar kunnen materiële mensen niets mee beginnen. Daarom zijn in deze tijd de Nieuwe Openbaringen gekomen, met meer dan 25.000 bladzijden. Als men zijn hart en ziel ervoor openstelt, dan zal de ware leerling van de Heer zulke belangrijke genadewoorden beslist verstaan. De versluierde Bijbel zal nu weer geopenbaard worden door het Nieuwe Woord van de Heer.

 

Het is dus een vergissing aan te nemen, dat het met de Heilige Schrift, het boek der vaderen, het Woord van God afgesloten is. Waar staat in de Bijbel, dat de Heer niet meer tot de mensen zal spreken en hen aan hun lot zal overlaten? Fanatieke Bijbellezers wijzen elke vorm van nieuwe Openbaringen van de hand af. Zij zeggen dat dit gegeven is door lage mediums. Maar onderzoek hiernaar hebben zij nooit gedaan. Oordeelt niet, opdat gij geoordeeld worde, staat er in de H. Schrift. Zulke mensen hebben niet de geestelijke onderscheidingsvermogens de ware leer nog van een onechte leer te onderscheiden. Zij leven, zonder het feitelijk te weten in de diepte van hun eigen verdonkerde geestelijke wereld. In die toestand zullen ze nooit de Bijbel kunnen begrijpen. Zulke mensen zijn wel goed in het aanhalen van bepaalde Bijbelteksten en zeggen dan: “Kijk, dat staat er in de Bijbel!” en ze hangen nog meer aan de letters van de Bijbel, dan aan de ware betekenis. De Heer zal zich echter openbaren aan degenen die Zijn geboden echt naleven. (Joh. 14:21).

 

De kerken verloochenen (negeren) de Nieuwe Openbaringen. Maar in Joh. 14:26 staat, dat Hij ons zal inwijden in elke waarheid. Het grootste gebod van de Bijbel is in de wet: de twee liefde geboden. In het eerste boek van de Huishouding van God schrijft de Heer persoonlijk: “De Geest van de Heer openbaart zich niet aan het verstand van de verstandige van de wereld, maar alleen aan het hart van de eenvoudige, die in de wereld van de verstandigen, als dwazen gelden en bekend staan!”

 

Hoe vaak zijn de vier Evangeliën niet al verdacht gemaakt? Gelden zij daarom als minder in het hart van degene, die zich werkelijk tot God bekennen? Alleen de reinen, wiens hart vol deemoed is, zullen de klank van Mijn stem vernemen. Degenen die de Heilige Schrift bezitten en deze niet lezen, die lijken op een dorstige bij een bron van zuiver water, waarvan zij echter niet willen drinken uit een zekere geestelijke watervrees zoals bij dolle honden die in plaats van hun snuit in het water te steken en te genezen, in de hardste stenen te bijten om hun brandende dorst te stillen.

 

Er staat al een ster in het Oosten, die de baan van de Orion zal onderbreken en het vuur van de Grote hond zal hen allen verteren. Ik zal in grote hoeveelheid sterren op de aarde slingeren, opdat alle booswichten omkomen en Mijn Licht overal gloort. Wie Mij vanwege het geld dient, dient Mij niet uit liefde, maar wie Mij niet uit liefde dient, diens dienst is Mij vreemd. Wie zijn kapitaal bij Mij belegd, zal een hoge rente krijgen. Zeg hen tevens, dat zij zich niet in en aan de kerk moeten ergeren, want iedere spijze die Ik aanbeveel, reinig Ik voor diegenen die haar in geest en in waarheid wil genieten. Zeg tegen allen, die Mij zoeken, dat ik altijd thuis ben en nooit uitga en dat Ik niet slechts bepaalde uren of tijden bestemd heb waarin men tot Mij komen kan. En al had je Mij vanuit de hel iets gevraagd, dan antwoordde ik je. Maar voor Mijn kinderen heb Ik ook massa’s straffen en ik zal de ongehoorzame straffen tot op de laatste druppel van hun bloed. Op de aarde is er slechts één ware kerk, en dat is de liefde tot Mij in Mijn Zoon. Jullie hart is Mijn Woonstede, de enige ware kerk op aarde. In haar alleen is eeuwig leven en zij is de enig zaligmakende. Ga daarom de ware kerk binnen, waarin het leven huist….”

 

De Bijbel is het Woord van God – en dus van God Persoonlijk en daarmee van Goddelijke oorsprong. De Bijbel als uitermate belangrijke boek is geen gewoon geschreven mensenwerk, maar door God persoonlijk gedicteerd aan een aantal door Hem aangestelde menselijke personen. Daarom onderscheid de Bijbel zich van alle wereldse literatuur of geschriften. De Bijbel is geen aards leesboek, maar echt zuivere hemelse literatuur. Als men de natuur observeert en haar doordringt, aanschouwt men zonder uitzondering toch haar bijzonderheden en verbaasd men zich over al haar wonderlijke en geniale vormen. Want er is veel zich over te verwonderen, vanwaar deze natuurlijke levende kunstwerken tot gestalte zijn gekomen. Er moet een kracht zijn die dit tot ontwikkeling heeft gebracht. Ditzelfde geldt ook voor de Bijbel. Uiterlijk zien we de dode letters op het papier en ziet de Bijbel eruit als een gewoon boek. Zo zien wij ook uiterlijk de mensen om ons heen, maar we zien niet de geest van de mens, hooguit de afspiegeling van zijn zielsmatige gesteldheid, als men enigszins de begaafdheid heeft van een bepaalde vorm van doorschouwen. Materieel ingestelde mensen lezen de Bijbel als een gewoon boek, als ze die eens te lezen krijgen – veelal uit nieuwsgierigheid en interpreteren deze als een saai onbegrijpelijk boek. Men ziet uiterlijk dode letters op het papier. Zo zien zij ook de mensen om zich heen en voelen of zien niet de geestesgesteldheid van elk individu. Want de geest van de mens is evenzo verborgen als de lettergeest van de Bijbel. Elk boek heeft wel een bepaalde geestesgesteldheid, namelijk de geestelijke inspiratie, die de schrijver erin heeft gestoken. Daarmee is een dergelijk boek meer of minder ook bezield. Hoeveel en destemeer is het dan met de Bijbel gesteld, waar God Zelf Zijn Geest daarin heeft achtergelaten, ja in elke letter. Daarom onderscheid de Bijbel zich van de mens. De Bijbel is de mens gegeven als een wegwijzer op het geestelijk te doorlopen pad en de voorbereiding voor het eeuwige hiernamaals. Het Woord van God, dat wij ook Bijbel noemen, is een grote bron van geestelijke waarheid voor zowel engelen als voor mensen. Psalm 119:89 beschrijft dit als volgt: ´O, Heer! Uw Woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen´. De Bijbel beschrijft dus niet alleen de historische en materiële gebeurtenissen, maar maakt er gebruik van om deze uiterlijke dingen als een kleed of omhulsel te relateren aan de geestelijke waarheden en de lessen en de vermaningen te onthullen.

 

Nu wordt meer begrijpelijk dat de Bijbel een geestelijke inhoud heeft zoals ook de natuur en de mens die in zich heeft. We moeten ons alleen moeite geven om dieper door te dringen in de kern der dingen en in de schijnbare materie, waarin men vandaag of morgen, of vroeg of laat toch de geestesgesteldheid ervan zal tegenkomen. Want hoe zou het zijn als er geen materie zou zijn? Hoe zou het zijn als de mens geen lichaam meer zou hebben en op zou lossen waardoor alleen zijn geesteslichaam overblijft. Maar de kerken durven nauwelijks te prediken over het hiernamaals zoals Paulus aangeeft in 1 Corinthe 15: ´het Hooglied van de opstanding en het hemelleven´.

Zowel Swedenborg als Lorber schrijven dat de ziel zijn oorsprong heeft in de Vader en het lichaam van de moeder. In de natuur van elk levend wezen – zowel vanaf mineraal, plant, dier en mens – bestaat een geest. Dat zien we ook in de gedachte die in de spraak gehuld is en ook in de genegenheid in de klank van de stem. Elk materieel lichaam of object ageert nooit uit zichzelf, maar heeft ergens – dus door een vroeger iets, zijn oorsprong, namelijk de geest, die uit God komt en waardoor God de oorsprong van alles is. Dat Paulus in de derde hemel was en hij en Johannes zagen in de geest. 2 Cor.12:2,4).

 

Hoewel wij met onze ogen de geestelijke wereld niet meer kunnen zien, ligt aan het feit, dat onze ogen geestelijk hiervoor gesloten zijn. In 2 Koningen 6:15,17 opende de Heer de ogen van de jongen, die bij Elisa was en deze zag, dat de berg vol was met vurige paarden en wagens rondom de beiden. Zoals Paulus destijds in de geest zag, zo zag Johannes gezichten en visioenen op Patmos. Niet alleen deze ´profeten´ of ´zieners´, maar ook daarna heeft de Heer aanhoudend de mensen gezichten en dromen laten beleven, die echter niet opgetekend hoeven te worden. Maar daarom zijn deze niet onbelangrijk, vergelijkbaar met de ´ouden´ van vroeger, die gezichten zagen en verbonden waren met de hemel.

 

De kerken prediken hel en verdoemenis, terwijl de Bijbel ons dit niet leert. Want er wordt nooit iemand in de hel gestraft voor het kwaad dat mens op aarde heeft bedreven, maar voor de zonden die hij in de hel tracht te begaan. Alle dingen in de natuurlijke wereld zijn gevolgen van de dingen uit de geestelijke wereld, waarin hun oorzaak ligt. De Bijbel is geheel in die overeenstemming geschreven. Alle schrift in de Bijbel is met het doel gegeven, dat ieder klein incident – in welke hoedanigheid ook – voor de mens een Goddelijke les is en dat dit een waarschuwing bevat – 2 Tim. 3:16.

 

Als wij het hemelse Kanaan willen ingaan, dan moet eerst het kwaad in onszelf worden uitgeroeid. In Jozua 9 wordt het verhaal beschreven dat men onder valse voorwendsel tot Jozua kwam, om niet te worden vernietigd. Dit heeft een veel meer diepere betekenis, dan oppervlakkig beschouwt. In de Bijbel worden soms merkwaardige schijnbare ruwe wreedheden aanbevolen, die de mens echter verkeerd opvat. Zoals in Psalm 87:9: ´welgelukzalig zal hij zijn, die uw kinderen grijpen en aan de steenrots verpletteren zal´. In de Bijbel is echter alles met een overeenkomst of analogie geschreven en hier betekent ´steen´ waarheid. De Bijbel beschrijft op diverse plaatsen over stenen en bedoelt daarmee ook die overeenkomsten of gradaties. Als er stenen opgezet worden, betekent het een getuigenis van iets. Wandelaars in de bergen doen dit ook op cruciale plekken om de volgende wandelaar te laten blijken, niet te verdwalen. In de Bijbel betekent het hier, dat er een getuigenis is over een waarheid of realiteit. Vroeger mocht men de werktuigen niet zomaar met stenen bewerken en de scherpe natuurlijke hoeken er afhakken (Exodus 20:25). Kunstmatige stenen worden door de mensen gemaakt, zoals de Israëlieten in Egypte klei maakten. Dit betekent de schijnbare waarheden en leugen. Genesis 19:2: ´de grote steen die de mond van de put bedekte, dat betekent het Woord, dat gesloten was. Het wegrollen van de steen in het derde vers betekent het afsluiten van het Woord.

 

In de eerste zin van de Bijbel begint de geestelijke wet der analogie. In den beginne is de Aarde en de Hemel woest en ledig. Dan is er nog niets bij God geschikt voor enig werkelijk geestelijk leven. Maar toch zweeft Zijn Geest met liefderijke zorg boven de wateren, dus boven de verzameling van de diverse waarheden en kennis. Als er in de Bijbel over getallen geschreven staat, dan verstaan de engelen hieronder een omschrijving van geestelijke toestanden. De wil is het beginsel in het mensdom en die verleidde eens het verstand van de mens. Eva verleidde Adam of de vrouw verleidde de man. Met Cain kwam de schrijfkunst en dus ook werd het geschrevene over de begintijd bewaard. De Bijbel, het Oude Woord, wordt nu nog bewaard onder een volk in Groot Tartarije, waarschijnlijk in Tibet-Mongolie. Een Goddelijke Openbaring heeft altijd al bestaan. Het Woord is de kroon der Openbaringen.

Zoals de derde hemel de overeenkomst heeft met de liefde, heeft de derde hel overeenkomst met haat. De tweede hemel is geestelijk, de tweede hel materie in het gericht. De eerste hemel is het natuurlijke uit het hemelse en geestelijke, de eerste hel het natuurlijke uit de materie.

 

Ook getallen hebben in de Bijbel hun overeenkomsten. Het volk Israel leefde veertig jaar in de woestijn en Mozes was 40 jaar bij zijn schoonvader. Veertig jaar waren de joden in de vreemde en de Heer was veertig dagen in de woestijn. Zo betekent het getal zes strijd en worsteling in verzoeking. De ark rustte in de zevende maand. In het Assyrische verhaal staat: de vloed bedaarde met het begin van de zevende dag. De raaf werd het eerst uitgezonden en dit betekent dat de dwalingen nog steeds verwikkelingen veroorzaakten. Met paard bedoelt de Bijbel het verstaan van de waarheid. In omgekeerde zin zijn het de redeneringen, waardoor valse voorstelling als het ware door het verstand worden bevestigd. De hele Bijbel is in overeenstemming geschreven. Daarom kan er verbinding plaats hebben tussen de mensen van de kerk en de engelen in de hemel.

 

Wat is de kerk? De kerk maakt volgens Swedenborg en Lorber vier perioden door. De eerste kerk was die van Adam, toen volgde Noach, daarna Israel en uiteindelijk de christenen. In deze volgorde worden zij aangeduid met ochtend, overdag, avond en nacht. De christelijke kerk bevindt zich in de staat van de donkere nacht. Genesis beschrijft in het eerste Bijbelboek vooral de eerste en de tweede kerk. De derde kerk in de daarna volgende boeken. De Christelijke kerk vooral in de Evangeliën, het boek der Handelingen der apostelen. Elke kerk kent in principe de periodes van dag en nacht. Als de Bijbel over de verwoesting van een kerk spreekt en dan met name de christelijke kerk, dan wordt dit beschreven in de Openbaringen van Johannes, waarin de huidige nachtsituatie wordt aangeduid.

 

Na de vier kerken zal er een ware christelijke kerk komen, die zowel in Daniel, in de Openbaring van Johannes en door de Heer Zelf in de vier Evangeliën is voorspeld en door de apostelen werd verwacht. De eerste kerk eindigde in een zondvloed. De tweede kerk eindigde in een uitroeiing van de volken in Kanaan. En het einde van de derde kerk staat niet expliciet in de Bijbel beschreven, maar is wel voorzegd, dat de verwoesting van Jeruzalem en de verspreiding over de hele wereld zal geschieden. De verwoesting van de huidige christelijke kerk is nu al gaande. Want er is geen geloof en liefde meer jegens de naaste. Mattheus 13:30,39 zegt hierover: ´laat ze beiden tezamen opwassen tot de oogst. Want de oogst is de voleinding der eeuw.

 

Tweeduizend jaar geleden heeft de Heer onder de mensen gewandeld. Hij zal terugkomen en een nieuwe kerk oprichten. Hij zal niet komen in een persoon, maar in het Woord, dat van Hem en ook Hij Zelf is. Op vele plaatsen in de Bijbel is geschreven dat Hij zal komen op de wolken des hemels. Maar de Heer is al lang teruggekomen. Eerst via de boeken van Swedenborg (1688-1772), daarna via Lorber. Want eerst in 1800 kwam er een geleidelijke ontwikkeling in de boekwerken van Swedenborg. Deze kan vergeleken worden met Johannes de Doper, die de voorbode van de Heer was, maar riep als een roepende in de woestijn. In de tijd van Swedenborg begreep ook velen niet, wat hij schreef en keurden zelfs zijn boeken af. Toen Jakob Lorber (1805-1885) leefde gebood de Heer hem op te schrijven. Dit opgeschrevene gelden als de Nieuwe Openbaringen. De Heer heeft op diverse plaatsen in Zijn Woord voorzegd, dat Hij terug zal komen op de wolken des hemels. Maar ook tot nu toe hebben weinigen begrepen wat hiermee wordt bedoeld, omdat men geloofd dat de Heer letterlijk op de wolken zal verschijnen.

 

Hiermee wordt echter het Woord van de Heer persoonlijk bedoeld. Met de geestelijke zin van Zijn Woord wordt de macht en de heerlijkheid van de Heer aangeduid. De wolken betekent in natuurlijke fysieke zin: Zijn nieuwe Woord en met de heerlijkheid: Zijn Woord in geestelijke zin. Met Zijn macht de werkzaamheid van de Heer door Zijn Nieuwe Openbaringen. Mattheus 24:3 schetst het teken van Zijn komst en van de voleinding der eeuw: dat wil zeggen het begin van een nieuwe kerk en het einde van een vorige kerk. Wij moeten waken, omdat wij niet weten in welk uur de Heer (persoonlijk) tot ons komen zal. Want de Heer kan ook persoonlijk tot een ieder komen, als deze er ´klaar´ voor is. Als we goed gewaakt hebben, dan moet de mens Hem al lang herkend hebben. Want Hij komt niet meer persoonlijk tot ons (behalve tot enkelingen). Zo zal Hij zich openbaren.

 

Met dit doel heeft de Heer de innerlijke of de geestelijke zin van Zijn Woord geopend. De Heer is Zelf het Woord zoals Hij toch ook zo genoemd wordt in Johannes 1:1,2 en 14. Als de Heer Zichzelf via Zijn Woord openbaarde, dan is er toch ook sprake van Zijn komst. Hij heeft het de discipelen beloofd met Pinksteren. En in de tijd, in die dagen, dat de Heer zal terugkomen, dan is er verdrukking. Dan is de staat der kerk niet meer in haar oorspronkelijke geloof. Toch is de Heer zo vaak aan mensen verschenen, zoals aan Abraham in Mamre, aan Mozes in de Braambos, aan het volk op de berg Sinai, aan Jozua toen hij het land Kanaan binnentrok. Verder verscheen de Heer als Abdedam aan Adam en de zijnen, als Melchizedek aan Abraham en zo ook bij diverse verschijningen meer.

 

Zacharias 12:10-14 beschrijft alle dingen van het goede en het ware, waarin de geslachten verkeren. Want zij weeklagen en verlangen naar de Heer, die zich via Zijn Nieuwe Woord wederom zal openbaren, komende dus op de wolken in de waarheden van het Woord Zelf, dat Hij Zelf is. Jesaja 19:1: ´zie, de Heer rijdt op een snelle wolk. Hij zal in Egypte komen, etc.´ Op meer plaatsen maakt de Heer symbolisch gebruik van een wolk, waar Hij verschijnen wil of als een teken. Soms is dat letterlijk het geval, waarin Zijn geest vertoeft bij bepaalde gelegenheden. Zie ook Psalm 78:14, 55:37,38 en Jesaja 4:5.

 

Het is ijdel zich voor te stellen, dat de Heer in de wolken des hemels in persoon verschijnen zal, wanneer het de waarheid is, dat Hij verschijnen zal in het Woord van Hem Zelf is en dat de Heer is. Veel mensen maken zich hiervan een natuurlijke voorstelling en begaan dezelfde dwaling, die ook bij de eerste komst van de Heer door het joodse volk en zelfs door de discipelen begaan werd. Zij kenden de profetieën over de komst van de Mens en verwachten van Hem de oprichting van een nieuw aards koninkrijk Zelfs de discipelen hoopten, dat Hij was diegene die Israel zou verlossen, ook van het juk der Romeinen. Daarom bestrafte Jezus hen in Lukas 24:21,25. Men is tegenwoordig geestelijk te traag om zich te verheffen boven de letter die doodt en zich te wenden tot de geest van de letter, die levend maakt. Omdat men nu de natuurlijke komst van de Heer verwacht, zijn hun ogen gesloten voor de geestelijke komst, die reeds lang begonnen is en was. Want de kerken ontkennen, dat zij nog een verdere openbaring nodig heeft. De Bijbel is volgens hen een afgesloten boek, want met de Openbaringen van Johannes is het ten einde. In het eerste artikel in de geloofsbelijdenis van Athanasius wordt de laatste zaligheid ontzegd aan een ieder, die het daarin voorgeschreven geloof niet geheel en ongeschonden bewaart. 2 Timotheus 3:16: ´al de Schrift te doen strekken tot lering, tot verbetering en tot onderwijzing in rechtvaardigheid.´

 

Niet de hoorders der wet, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden volgens Romeinen 2:13. We kunnen nog zoveel kennis opdoen of bezitten, dat zelfs opgeblazen maakt, maar de liefdadigheid jegens de naast is goed volgens 1 Korinthe 8:1. We kunnen geloven, hopen en goed doen en van deze is de meeste de liefdadigheid volgens 1 Korinthe 13:13. Het geloof zonder werken is dood schrijft Jacobus 2:14, 17-20). De Kerk kent ook een belijdenis over God, maar hun artikelen zijn niet als heilig te beschouwen. Daarom mag zo´n belijdenis nooit gelijkgesteld worden met de Bijbel. 1 Johannes 4:1 schrijft dat we elke geest dienen te onderzoeken en of deze uit God zijn. Dit sluit de mogelijkheid in, dat er ook geesten kunnen komen die uit God zijn. En dat na zo´n onderzoek zulke geesten, die uit God zijn, ook gehoorzaamd dienen te worden.

 

Zacharias 12:10-14 beschrijft alle dingen van het goede en het ware, waarin de geslachten verkeren. Want zij weeklagen en verlangen naar de Heer, die zich via Zijn Nieuwe Woord wederom zal openbaren, komende dus op de wolken in de waarheden van het Woord Zelf, dat Hij Zelf is. Jesaja 19:1: ´zie, de Heer rijdt op een snelle wolk. Hij zal in Egypte komen, etc.´ Op meer plaatsen maakt de Heer symbolisch gebruik van een wolk, waar Hij verschijnen wil of als een teken. Soms is dat letterlijk het geval, waarin Zijn geest vertoeft bij bepaalde gelegenheden. Zie ook Psalm 78:14, 55:37,38 en Jesja 4:5.

 

Het is ijdel zich voor te stellen, dat de Heer in de wolken des hemels in persoon verschijnen zal, wanneer het de waarheid is, dat Hij verschijnen zal in het Woord van Hem Zelf is en dat de Heer is. Veel mensen maken zich hiervan een natuurlijke voorstelling en begaan dezelfde dwaling, die ook bij de eerste komst van de Heer door het joodse volk en zelfs door de discipelen begaan werd. Zij kenden de profetieën over de komst van de Mens en verwachten van Hem de oprichting van een nieuw aards koninkrijk Zelfs de discipelen hoopten, dat Hij was diegene die Israel zou verlossen, ook van het juk der Romeinen. Daarom bestrafte Jezus hen in Lukas 24:21,25. Men is tegenwoordig geestelijk te traag om zich te verheffen boven de letter die doodt en zich te wenden tot de geest van de letter, die levend maakt. Omdat men nu de natuurlijke komst van de Heer verwacht, zijn hun ogen gesloten voor de geestelijke komst, die reeds lang begonnen is en was. Want de kerken ontkennen, dat zij nog een verdere openbaring nodig heeft. De Bijbel is volgens hen een afgesloten boek, want met de Openbaringen van Johannes is het ten einde. In het eerste artikel in de geloofsbelijdenis van Athanasius wordt de laatste zaligheid ontzegd aan een ieder, die het daarin voorgeschreven geloof niet geheel en ongeschonden bewaart. 2 Timotheus 3:16: ´al de Schrift te doen strekken tot lering, tot verbetering en tot onderwijzing in rechtvaardigheid.´

 

Niet de hoorders der wet, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden volgens Romeinen 2:13. We kunnen nog zoveel kennis opdoen of bezitten, dat zelfs opgeblazen maakt, maar de liefdadigheid jegens de naast is goed volgens 1 Korinthe 8:1. We kunnen geloven, hopen en goed doen en van deze is de meeste de liefdadigheid volgens 1 Korinthe 13:13. Het geloof zonder werken is dood schrijft Jacobus 2:14, 17-20). De Kerk kent ook een belijdenis over God, maar hun artikelen zijn niet als heilig te beschouwen. Daarom mag zo´n belijdenis nooit gelijkgesteld worden met de Bijbel. 1 Johannes 4:1 schrijft dat we elke geest dienen te onderzoeken en of deze uit God zijn. Dit sluit de mogelijkheid in, dat er ook geesten kunnen komen die uit God zijn. En dat na zo´n onderzoek zulke geesten, die uit God zijn, ook gehoorzaamd dienen te worden.

 

De heilige Schrift heeft ervoor gewaarschuwd, dat in het midden van de broederschap een macht zou ontstaan, die zou proberen om het evangelie te verwoesten en ook de eenvoudige broederschap van gelovigen. Dit wordt nooit zo letterlijk vervuld dan in de opkomst van het pausdom en vanuit de kerk, die gesticht was in Rome. Want eerst waren de ouderen (ouderlingen) in de kerk. Later werden deze vervangen door bisschoppen. Dit ging weliswaar heel geleidelijk, totdat er de behoefte bestond over alle bisschoppen een opperhoofd boven hen te stellen. In deze hiërarchie ontstond de paus of het pausdom. Het Evangelie begon toen te verwateren en in de plaats daarvan kwamen rituelen, ceremoniën en afgoderijen. Dit alles in de uiterlijke schijn van een christendom. De macht van Rome nam steeds meer toe naarmate de keizerlijke macht afnam.

 

De paustitel ontstond eigenlijk in de zesde eeuw en werd geschiedkundig in 845-850 officieel een feit voor de hele wereld. De Decreten (uitgevaardigde opdrachten) van Isidorus werden in 845 uitgedokterd. Ze zouden een collectie van brieven, edicten en bullen zijn van vroegere herders van de kerk van Rome. Dit werd het fundament van de canonwet, alhoewel dit een vervalsing was. Tegenwoordig is er geen paapse schrijver meer die niet erkent, dat dit een stuk bedrog is. De Latijnse benaming voor paus komt overigens van papa (fr. Pappas=vader). In 865 onttrok paus Nicolaas 1 uit deze verzinsels een manier, om onderwerping te vragen van bisschoppen en vorsten. Tegen de roep in van de Bijbel, verklaart het pausdom, dat haar kerk gefundeerd is op de apostel Petrus alleen. Petrus zou de eerste bisschop van Rome zijn en hij zou al zijn gezag nagelaten hebben aan de pausen en bisschoppen (zie ook Matth. 16:16-20).

 

Rome heeft een lijst van pausen uitgedokterd, dat echter een fabellijst is. In bescheiden aanvang werd de kerk te Rome geleid door een meervoudigheid van oudsten, niet door een enkele bisschop. De paus beweert, dat hij in deze tijdelijke wereld de macht bezit om te oordelen. Dit slaat zelfs op de hoogste civiele ambten. Het pausdom betuigt in zijn ambt en wezen een compleet substituut te zijn. Maar er komt zeer spoedig echter een tijd, dat hij (en het gehele pausdom), ontmaskerd en aangeklaagd zal worden in overeenstemming met de heilige Schrift.

 

In de brief aan de Romeinen brengt Paulus geen groet over aan Petrus, terwijl hij velen groet in de kerk te Rome. Toen Paulus zelf in Rome was – onder het bestuur van keizer Nero – maakte hij niet één melding van Petrus en in geen enkele van zijn brieven aan de gemeenten en aan Timotheus, alhoewel hij velen anderen gedenkt, die met hem in de stad Rome waren. Deze veronderstelling is een gissing en niet iets, dat voortkomt vanuit de basis van de Bijbel. In de heilige Schrift is nooit melding gemaakt van enig opvolgerschap van Petrus noch van de apostelen. De criteria voor apostelschap zijn gegeven in Handelingen 1:21-22. De positie van de apostelen was uniek, alleen direct gekozen door Jezus Christus, met geen enkele hint naar opvolging. In het Nieuwe Testament stelden de apostelen de oudsten aan en diakenen en niet een lijn van apostelen.

 

Rome is trouwens één kerkschap, een stad als een civiele Staat. Het is gevestigd op zeven heuvels. Haar officiële kleuren zijn scharlaken (rood) en purper. Vanaf de Middeleeuwen schroeiden de vuren van haar verschrikkelijke inquisitie elk land van Europa. De jaren van wreedheid en foltering (vanaf 1370) komen op hun naam. Bovendien is Rome een stad met zeven heuvels. (Aventium, Caelius, Capitolinus, Esquilinus, Palatinus, Quirinalis en Viminalis). Deze heuvels zijn tussen de 45 en 65 meter hoog, volgens de Encarta. De keizerlijke munt (Sestertius) van Vespasianus (69-79 n. Chr.) dateren uit ca. 71 n. Chr. en werd geslagen te Tarraco. Het heeft aan de achterkant van de munt de ‘godin Dea Roma’ afgebeeld en gesitueerd als de zeven bergen of heuvels van Rome. De Bijbel spreekt hier over een zevenkoppig beest, dat op zeven bergen ligt. Stellig is dit een verwijzing naar het afvallige Rome. Dit doet zeker denken aan Openbaringen 17:9,18. Rome is een stad met zeven hoofden en zeven bergen, op welk de ‘vrouw” zit.

 

Het Grote Johannes Evangelie beschrijft hier treffend, dat in die tijd het onkruid echter overal tussen het tarwe woekerde en het er niet in geslaagd is om dit volledig te vernietigen. Het zal worden gezeefd en de vijand der waarheid zal niet meer in staat zijn het te verhinderen. De Heer bouwt nu al geweldige dammen tegen de (in)vloed van de leugen en richt de ware rots van Petrus op, die de poorten van de hel niet zullen overwinnen (Gr. Joh. Evangelie 9- blz. 2262-263). Dit betreft hier dus de paus.

In verschillende codices, bijvoorbeeld in Codex D, die ongeveer van het jaar 500 dateert, is de afloop van dit dispuut omgekeerd voorgesteld. In deze afschriften veranderde men het woord  ‘geen’ in ‘een’, om de autoriteit van de pausen, waarnaar in 500 reeds werd gestreefd, niet in gevaar te brengen. Deze verdraaiingen zijn echter niet in het Nieuwe Testament opgenomen, zoals wij die nu kennen.

De kerk zal uiteenvallen voordat er weer iets nieuws kan ontstaan. De nieuwe geestelijke kerk zal niet zonder vorm zijn, want ook zij heeft een organisatorische vorm nodig, doch niet de vorm van een hiërarchisch ingedeelde officiële kerk, die heerst, dwang uitoefent, verdoemt en in ceremoniën en bijgeloof verward raakt. Zij zal ook het woord van het evangelie “voorziet u niet van goud of zilver”” volgens Matth. 10:9 ter harte nemen.

In de Nieuwe Openbaring verzekert de Heer uitdrukkelijk, dat Zijn leer de mensen op deze aarde ook na het verval van de katholieke kerk, wordt bekendgemaakt. Wanneer haar oordeel en einde komen zal, zal Mijn leer – zo zegt de Heer – desondanks voortbestaan temidden van zeer vele mensen op aardse. Doch zij zal steeds slechts als een vrij goed te midden van de mensen in stilte glanzen, stralen en troosten, nimmer echter als heerseres over hele volkeren op een koningstroon met kroon, staf en scepter (GJE 8-14,7) {zoals nu de paus).  > vervolg >

www.zelfbeschouwing.info