„Over de politicus“  en  andere  levensleren  van   Jezus

of:   bemoei   je   niet   zomaar   met …

                                               [door Klaus Opitz]

 

Jezus heeft Zijn „schrijfknecht“ Jakob Lorber op 23e juli 1847 een toonaangevende „humoristische“ tekst over de politicus gedicteerd.  – Schelmenstreken, die vandaag daaraan parallel lopen. 

 

Over de politicus  – 23. Juli 1847

 

[HiG.02_47.07.23,01] „Dus schrijf jij ook vandaag wat humoristisch, maar het laat zich wel vanzelf begrijpen: in re vera! [waarheidsgetrouw]

 

Omdat de politiek dus een omhulsel of een bedekking is, speciaal over de zonden van de zelfzucht en eigenliefde, is alle gezamenlijke politiek als een ‚verborgen spijze’ te beschouwen, slechts met het verschil, dat een bedekte spijze doorgaans een goede spijze, een lekkernij is, terwijl de politiek een heel buitengewoon slecht gericht is, waar veel arme, goede mensen zich de burgerlijke dood aan eten.

De politiek, als bedekte spijze, verrassen weliswaar ook hun nare consumenten, maar nooit op een aangename, maar altijd op een onaangename wijze en veroorzaken vaak de grootste weeën in een burgerlijke maatschappij.

 

Iedereen heeft voor hen – en met recht - in zekere zin ook een heimelijk respect, dat elk ontzag koortsachtig evenaart, en die sommige zenuwlijders [antizoölogen] bij het aanzien van een met dubbele tong uitklievende slang geheel en al met ontzetting griezelig aanstaren en deze als een reuzenslang [Boa constrictor] gewaarworden – en dat met uitzonderlijk respect helemaal in orde is, omdat een dergelijke politicus in alle ernst geestelijk niets anders is dan een Boa constrictor [reuzenslang], die ook zoals men weet, haar buit van te voren eerst dooddrukt, en hem dan zonder enige zorg en vrees in een weerloze toestand verteren kan.

 

Om deze redenen zoekt de politiek hun verkozen slachtoffers te verdoven met allerlei giftige middelen, te verstikken, te verblinden en ze daardoor, als bij een reuzenslang [Boa constrictor] haar buit volledig weerloos te maken, en ze dan gemakkelijk, zoals men pleegt te zeggen, met ‚huid en haar‘ op te eten. 

Om die redenen neme ieder zich in acht, wanneer hij met zulk een ‚verborgen spijze’ met een ‚Boa constrictor’ heeft te maken, anders zal hij spoedig gewaarworden, dat de politiek al lang voor Jackon, de zwavelether heeft uitgevonden, om onschuldige mensen met de dood te narcotiseren – wat voor ze ook niet zo moeilijk was, omdat ze immers al van de meest nabije zwavelpoel afstammen – jullie weten al welke!

 

Daarom zei nog een keer gezegd, neem jullie je in acht voor de politiek, willen jullie tijdelijk een ook eeuwig niet genarcotiseerd worden! Amen.‘ (HiG.02_47.07.23,01ff)

 

De apostel Petrus tot Robert Blum: Want de mensen op Aarde hebben een geheel vrije wil. Ja, zelfs de Aarde ligt in hun handen. Beledigen zij haar, dan zal zij hen ook straffen, zoals ten tijde van Noach. Wenden de mensen zich echter tot de Heer en vragen Hem om een goede regering, om rust, vrede en goede ordelijke toestanden, dan grijpen ook wij in de teugels van de vorst en leiden hem en zijn volk op die weg, waarlangs alleen geluk kan worden bereikt. Daarom moeten de mensen nooit wrok koesteren tegen hun vorsten of hen zelfs haten, want ook zij zijn mensen. Zij kunnen hen beter zegenen en de Heer vragen of Hij hen als hun aardse bestuurders wil leiden en zegenen. Dan zullen zij overgelukkig zijn.' (Robert Blum.02_289,09)

 

In veel andere teksten toont Jezus, hoe wij ons in de politiek en het sociale leven moeten gedragen:  

 

Mijn leerlingen mogen geen kniesoren zijn en met schijnheilige gezichten en voorgewende vroomheid rondlopen om de mensen te laten geloven dat alleen hun voeten nog maar de aarde raken, maar dat de rest van hun lichaam al in de hemelen verblijft en dat zij helemaal vervuld zijn van de geest van God, -maar jullie moeten iedereen een vrijmoedig en opgewekt gezicht laten zien, zodat iedereen veel vertrouwen in jullie krijgt, dan zullen jullie veel zegen uit de hemelen onder de mensen verspreiden. [10]

 

Zie, de waarachtige Geest van God woont volledig in Mij, en jullie hebben Mij nog nooit met hangend hoofd en vroom neergeslagen ogen rond zien lopen, maar Ik loop met een open en gewoon gezicht rond en Ik ben steeds volkomen rechtstreeks, en bij eerlijke en vrolijke mensen ben Ik vriendelijk en opgewekt, en treurenden en angstigen maak Ik vrolijk en moedig, en als leerling van Mij moet je je geheel uit eigen vrije wil net eender gedragen! [11]

Daarom zeg Ik jullie allen nog eens, dat jullie volkomen vrij van geest, en vrolijk en opgewekt door de wereld moeten gaan, zonder aan de wereld te hangen. Want zoals Ik Zelf alleen maar in de wereld ben gekomen om alle mensen een blijde en gelukkig stemmende boodschap uit de hoogste hemelen over te brengen, die iedereen op zo'n wijze troost moet geven dat zelfs de ergste marteldood hem niet droevig zal stemmen -omdat hij ziet en zien moet, dat er voor hem geen dood meer bestaat en kan bestaan, en dat in Mijn eeuwige rijk voor hem noch deze aarde noch de hele zichtbare hemel ooit meer verloren kan gaan, en dat hij bovendien nog het gezag zal krijgen over heel veel -, zo zal Ik ook jullie, wanneer jullie in de geest en in de kracht van Mijn leer bekwaam worden, in Mijn naam uitzenden om alle volken der aarde deze blijde boodschap uit de hemelen over te brengen. [12]

Maar wie zal zo'n bijzonder blijde boodschap met een treurig, ­bedeesd, vreesachtig, angstig en moedeloos gezicht willen of kunnen overbrengen? Daarom, voor altijd weg ermee en weg met de overdreven eerbied zelfs voor Mij; want met dat alles zouden jullie nooit geschikt zijn om voor iets groots geroepen en uitgekozen te worden, en nog minder om iets belangrijks en groots te verrichten! [13]

Als je Mij uit de grond van je hart liefhebt, is dat voor Mij volmaakt voldoende; alles wat meer is, is dom, heeft geen nut en maakt van de mens, Mijn evenbeeld, een laf schepsel dat voor niets groots deugt of bruikbaar is’ (GEJ.06_018,10-14)

 „...Ik zeg jullie: Bemoei jullie je daarmee niet en blijf voornamelijk in je huis (in het geloof), opdat, wanneer Ik binnenkort zal komen, Ik jullie je dan ook thuis aantref, jullie troost, sterkt en je zult opnemen in Mijn nieuw op te richten Rijk op Aarde en op alle sterren.

 

Als ik jullie echter thuis niet zal aantreffen, dan hebben jullie het dan ook aan jezelf toe te schrijven, wanneer jullie aan deze van Mijn grootste en laatste aankomst helemaal geen of slechts een zeer gering deel zult hebben.

Ik zeg jullie: Alleen Ik ben de Heer van de gehele oneindigheid, en verder bestaat er geen!‘ (Hemelse Gaven.03_49.04.06,22f)

 

„...Jullie moeten daarom ook niet zeggen: ‚zie, dit volk heeft gelijk en dat volk heeft ongelijk;    en deze of gene veldheer doet vloekwaardigs of zijn voorgangers zijn gezegend. – dus jullie moeten ook noch een enige vreugde noch verdriet hebben, of jullie ervaren, dat deze of gene partij of getriomfeerd heeft of deze partij werd aanzienlijk naar beneden gehaald.

Eigenlijk moeten jullie je daarover helemaal niet mee bezighouden, of datgene, wat nu gebeurd, nu juist of onjuist is; want Ik laat alles dat zo gebeuren, zoals het geschiedt, en Ik bedoel, dat Ik hiervoor toch Heer genoeg ben of wijs genoeg en Ik ben goed genoeg. (Hemelse Gaven.03_49.04.06,16)

 

 

‘…Ik roep niet en zeg: "Wend u geheel af van de voor uw tijdelijke bestaan noodzakelijke omgang met de wereld!"; want dat heb Ik Zelf toch ook niet gedaan, toen Ik op de wereld was. Ik Zelf heb in de wereld gewerkt en heb met Mijn eigen handen de wereld veel goede diensten bewezen. En daarom zal Ik nooit tegen u zeggen: "heb met de wereld helemaal niets te doen!" Maar dit zeg Ik u:

Schuif de steen, ja, de zware steen weg van uw Lazarusgraf en u zult weldra binnenin u Gods heerlijkheid gewaar worden! Maar het graf moet geopend zijn en dan zullen degenen die in de graven zijn Mijn stem horen en gewekt worden!

Maar zolang u de steen niet wegschuift van het graf, zult u te zeer gevangenen van de dood zijn en Ik kan roepen als een nachtwaker en dan nog kan uw Lazarus Mij niet horen; want door de steen dringt de stem van de liefde niet heen, omdat de steen zelf het symbool van de ware liefdeloosheid is. Een steen kan slechts door de stem van Mijn toorn verbrijzeld en vernietigd worden; maar Mijn liefde bedient zich niet van een steen voor de mond in plaats van een bazuin.

Zo'n steen is uw wereldgeleerdheid die zich baseert op het verstand; hij is log en zwaar en er is veel krachtsinspanning voor nodig om hem van het graf weg te wentelen. Maar niettegen­staande dat, moet hij toch weg, anders dringt Mijn levenwekken­de stem niet tot de dode Lazarus in u door…

Het hangt nu helemaal van u af daarnaar te handelen: Zult u daarnaar handelen, dan zult u ook zeker tot de vaste overtuiging komen, dat deze openbaring niet uit de mond van een mens, maar uit Mijn eigen mond komt. Als u het echter alleen maar leest als een werelds boek, dan zal het voor u ook alleen maar als een mensenwerk een werelds boek blijven!’ (Tekstverklaringen-016,09-15)

 

"Mijn Rijk is niet van deze wereld, geef daarom de keizer, wat hem toekomt, en Mij, wat van Mij is – namelijk jullie hart in gehoorzame, reine deemoed. Om al het overige hoef je je niet mee bezig te houden, want Ik, jullie Vader, ben immers midden onder jullie. Wees daarom gehoorzaam aan jullie gezaghebbers, neem gewillig zonder morren het lichte kruis op jullie schouders en volg, jezelf verloochenend, Mij in alle liefde en zachtmoedigheid na, dan zullen jullie leven en levend maken in Mijn genade, wat jullie steeds zullen aanschouwen in Mijn naam. Amen.‘ (Hemelse Gaven03_40.08.15,04)

Weg dus met alles wat maar enigszins naar onverzoenlijkheid riekt! Iedere seconde moet je met volle overgave voor miljoenen je armen kunnen uitspreiden! Jouw broederkus moet voor alle wezens van de gehele schepping gelden, of ze je aanstaan of niet! Vriend of vijand, dat moet je volkomen om het even zijn, want als er in Mijn rijk van liefde bedenkelijke overwegingen zouden bestaan, hoe zou het er dan weldra met het bestuur van de werelden uitzien? (Robert Blum.02_234,05)

"De wil is overeenkomstig de gerechtigheid ook die van de gerechtigheid, welke de daden afweegt, en waar de goeden zichzelf vergelden en de slechten zichzelf bestraffen. Gerechtigheid moet overal heersen, in geloofszaken alsook in het sociale leven. Ik als Christus leerde de mensen hun gewezen leer beter te begrijpen. Ik leerde de liefde en de wijsheid, die de liefde in de juiste maat ‚duidelijk maakt‘. Ik leerde ze tolerantie of gerechtigheid tegen allen, en zo zijn deze drie zegels de sleutel, hoe Mijn leer zich moest uitbreiden, wanneer ze de veredeling van het mensengeslacht wilde bereiken.’[uit Mayerhofer, verklaring van de Openbaringen van Johannes, ‘het derde paard’]

Maar Ik wil het, en moet het ook willen, dat ieder mens op de door Mij afgebakende weg voortgaat en zich door eigen moeite en opoffering datgene verwerft, wat hij voor hier en voor het hiernamaals nodig heeft, omdat hij anders nooit helemaal zelfwerkzaam en daarom ook nooit zelfstandig zou kunnen worden. De volledige zelfstandigheid is een van de meest noodzakelijke dingen voor de hoogst mogelijke zaligheid. (GEJ.03_177,14,15)

Zolang Mijn leer niet in alles volkomen in acht wordt genomen, zal het noch hier, noch in het hiernamaals - bij de enkeling noch in het algemeen - beter gaan. Diegene die Mijn leer echter helemaal wil na­volgen, die zal het hier en in het hiernamaals goed hebben; want voor een deemoedige ziel gaat alles goed en omdat ze Mij het meest nabij is, heeft ze ook altijd de zekerste en allerbeste hulp bij de hand. [Aarde en Maan-63:28]

 ’Zoek vóór alles het rijk van God, al het andere zal vanzelf toegevoegd worden!’ [Aarde en Maan-69:20]

www.zelfbeschouwing.info  - bron: Jakob Lorber Bulletin Internationaal, juli 2016 – maandelijks gratis tijdschrift voor de bewuste mens