Hallo Gerard,

 

Dank je wel voor het bulletin van oktober.

 

In de publicatie van oktober schrijft Klaus Opitz:

„Over de Aarde gaat nu een geestelijke zondvloed, zoals eens meer dan vierduizend aardse jaren geleden in de tijden van Noach een materiële vloed is geweest. Het doodde toen bij een ieder het lichaam en dit doodt echter beide, dat wil zeggen ziel en lichaam.‘  (HiG.03_48.11.17,02) (1848)

 

De geestelijke zondvloed doodt door de geest der heerszucht. In de Nieuwe Openbaringen vormen zes goddelijke eigenschappen, naar de volgorde van Lorber, via een Jakobsladder vanaf de Hel tot in de liefdehemel, de hoogste van de drie hemelen, die in de Nieuwe Openbaringen worden beschreven.

  

1.     Liefde: Ze staat voor de Goddelijke Liefde of ook voor de man met een vaste verbinding tot God. 

2.     Wijsheid: Ze staat voor de naastenliefde of ook voor de vrouw en de ruimte van het buitenleven.

3.     Wil: Het staat voor het lichaam of ook voor de eigenliefde.

4.     Goddelijke Orde: Ze staat voor de zelfzucht of ook voor het dierenrijk.  

5.     Ernst: Het staat voor de hoogmoed of ook voor het plantenrijk.

6.     Geduld: Ze staat voor de heerszucht of ook voor het rijk der mineralen.

 

In deze geestelijke zondvloed moet men geduld hebben met de mineralen, want de mineralen kunnen gemakkelijk door hun geest van heerszucht de ziel en het lichaam verstoren. Het is geen toeval, dat het daaraan ten deel vallen slechts de ramen en deuren, met de NO de introductie van mineraalstoffen ontstond. 

 

De mineralenstofjes, het mineraalwater is een verdunde bloemenstof, dat heerszuchtig maakt. De planten maken hoogmoedig. De dieren maken zelfzuchtig. De gerichtheid op het lichaam daagt de eigenliefde uit. De vrouwen dagen de naastenliefde uit. De mannen de liefde tot God.

 

Als gevolg van van ontkrachte voedingsmiddelen uit de supermarkten zal dat steeds meer mensen heerszuchtiger maken. In de huidige tijd bereiken veel mensen niet meer het stadium van de naastenliefde en verstoren zo hun lichaam en veelvoudig ook hun ziel.

Rudolf Steiner, nadat hij de Werken van Lorber heimelijk had gelezen, heeft dit gevaar [h]erkend en de Reformhuizen op de weg geleid, echter zonder op de Werken van Jakob Lorber te wijzen. De beweging van Lorber beschermt zich tegenwoordig met hun biologische winkels voor de geestelijke zondvloed.

 

God zei gegroet,

Wilhelm

 

Antwoord

 

Beste Wilhelm,

 

Dank je wel voor je bijdrage, waar ik toch grote vraagtekens bij wil plaatsen!!! Het stoot me erg tegen de borst, dat volgens jou de planten ‘hoogmoedig’ zijn. Jammer genoeg heb je geen bronnen aangegeven als evident naslagwerk. Als je toekomstig iets schrijft, dan stel ik het erg op prijs het geschrevene te ontvangen met degelijke achtergrondinformatie [dus bronnen] 

 

In Lorber heb ik nog nooit gelezen, dat planten hoogmoedig zijn, wel bestaan er natuurlijk slechte en goede planten, evenzo ook slechte dieren en mensen. [Zie verder de door mij hieronder aangegeven bronnen!]:

 

[HGt.01_121,20] […] ‚Of welke zegen zal hij verspreiden met zijn onrijpe planten, waarvan hijzelf nog volstrekt niet weet en ook niet weten kan of ze zuiver of onzuiver zijn, misschien zijn zij wel helemaal vol met dodelijk gif?! [Huishouding van God, deel 1, hfdst. 121: 20]

 

‚Een heel ander geval is het met de oorspronkelijke plantenstadia, die reeds als zodanig in het eerste bestaan treden. Deze moeten tevo­ren alle plantenstadia doorlopen voordat ze in het dierlijk leven kun­nen worden opgenomen. Daar er echter ook een geweldig onder­scheid is tussen planten en planten, want er zijn edele en niet edele, goede en niet goede, volgt hieruit ook dat vooral de edele zo dicht bij de dierenstadia staan en de edelste zelfs zo dicht bij de menselijke trap, dat ze al gauw - althans gedeeltelijk - in het menselijk wezen en gro­tendeels in het edelste deel van het dierenrijk kunnen worden opgeno­men. Van zulke planten zegt men dat ze maar een korte overgangslijn te doorlopen hebben; maar er zijn ook heel veel onedele planten; bij dezen duurt het heel lang voor ze in de meer edele planten worden opgenomen en dan zegt men, dat ze een lange overgangslijn heb­ben’. [Maan en Aarde, hfdst. 15:3]

 

[Maan en Aarde: hfdst 21:10] - […] ‚Want er zijn goede en kwaad­ aardige sterren, zoals er dientengevolge ook goede en kwaadaardige planten en dieren zijn.

 

De door jou aangegeven zes punten komen daarmee niet overeen, zoals ik dat weet uit de vertrouwde Lorberwerken.  Je ‚vertelt‘ hier geheel andere dingen en dit maakt ‚onzekere‘ lezers nog meer ‚onzeker’ of het kan zelfs grote ‘verwarring‘ stichten. Dit geldt eveneens over wat je over vrouwen schrijft, dat alleen maar vrouwen de ‘naastenliefde’ uitdagen en niet de mannen en dat mannen slechts de liefde tot God uitdagen [en niet vrouwen] en dat alle dieren zelfzuchtig zijn, evenals de mineralen. 

 

            http://www.adolphus.nl/xus/paulus/colmarret03.jpg

 

Ik citeer het volgende uit Lorber:

‘…Kijk, op deze aarde komen giftige mineralen, giftige planten en eveneens bekende, giftige dieren voor! De giftige mineralen zijn helemaal giftig, de giftige planten voor het grootste deel, en de giftige dieren, in verhouding tot hun gehele lichaam, voor het kleinste deel. Jullie hebben ook gehoord dat de zielen van mensen die puur van deze aarde zijn, een conglomeraat (opeenhoping) zijn van mineralen-, planten­ en dierenzielen.’…[GJE.04-158:03]

 

‘Eerst bevinden de gifstoffen zich in de grove materie van de mineralen Daarna komen zij reeds in wat mildere vorm in het daarvoor geschikte plantenrijk voor, en in heel milde vorm zijn zij in bepaalde dieren van de laagste orde gevaarlijk voor het betere, dus positieve uiterlijke leven, en onder bepaalde omstandigheden kunnen zij zelfs ook het innerlijke, volkomen positieve, ware leven met zozeer te met doen, maar toch erg beschadigen.’ [GJE.04-158:08]

 

‚Wel, de specifieke zielenkrachten van deze giftige wezens en hun intelligen­tievermogen gaan uiteindelijk samen en vormen uiteindelijk ook een gestalte, maar altijd. Alleen een vrouwelijke, die dan natuurlijk ook altijd nog een bijzonder giftige eigenschap heeft. Deze zielen komen uiteindelijk ook op de weg van het vlees doordat zij ergens door middel van de geslachtsdaad op de bekende wijze worden verwekt." [GJE.04-158:09]

 

Dus beste Wilhelm,

 

Natuurlijk waardeer ik je uiteenzetting, hoewel ik, wat dit thema betreft, niet bepaald ermee kan instemmen. Waarvandaan bedoel jij te weten, welke getuigenis in de N.O., die jij tot de aparte punten indeelt, waaronder bijv. de genoemde Jakobsladder. Je neemt bovendien de 7e geest van God, de barmhartigheid, helemaal niet mee in je tekst. Want deze Geest is toch de meest omvattende Geest, de Geest, die voorafgaande van de zes Goddelijke eigenschappen, alles eerst in de verlossende banen stuurt.

 

In het tweede punt voer je de vrouw aan, staande als beeld voor de wijsheid. De Heer echter zegt ons toch herhalend, dat de vrouw de kokkin aan de haard van de liefde van de man staat en dat eerst die de bekroning geeft.

 

Zonder je te willen grieven, beste Wilhelm, een mededeling met ‚Groet aan God’, te eindigen, verschijnt dat voor mij persoonlijk als een naar eigen believen, niet bepaald eerbiedig, als zou men een lege groet aan een onwillekeurig iemand willen meedelen. Zie jij dat werkelijk anders?

 

In het volgende jaar hoop ik wat meer te kunnen publiceren over de mens en zijn huidige voeding. Gerard

 

www.zelfbeschouwing.info  - bron: Jakob Lorber Bulletin Internationaal, november 2017 – maandelijks gratis tijdschrift voor de bewuste mens