PAASMAALTIJD

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Het was niet de eerste keer dat de Heer op deze Aarde verscheen in Engel, - of mensengedaante. ‘En Ik ben verschenen aan Abraham, Jischak en aan Jacob, in God Shaddai.’ - Dat er verscheidene Engelen, die waren verschenen vóór de Komst des Heren in de wereld, de Heer Zelf waren geweest in de menselijke vorm of in de vorm van een Engel. - En degene die aan Gideon was verschenen. In Johannes 8:56 zei Jezus: ‘Abraham is opgetogen geweest, dat hij Mijn dag zou zien, en hij heeft gezien en is verheugd geweest. Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: eer Abraham was, ben Ik.’ (Swedenborg sectie 7113, 9315)

 

God, de Heer, kwam dikwijls in verschillende gedaanten tot Adam en zijn nakomelingen op de berg om hen te leren en te behoeden voor de slechte invloeden van het diepe dal. Zo kwam de ‘Abba’ of ‘Vader der heerlijkheid’ ook als een door God verlichte mens met de naam Abedam naar de kinderen van de hoogte, verkeerde onder hen en gaf hen heilige dingen te leren.

 

Op een sabbatochtend gebruikte Hij met hen de ochtendmaaltijd, die uit brood, melk en honing bestond. Nadat de maaltijd was beëindigd en allen met hun van liefde vervulde harten Abedam Abba hadden gedankt, stond de Verhevene op en richtte de volgende woorden tot de vaderen: ‘Hoort gij allen, die hier aanwezig zijt! Met deze maaltijd zult gij u voor altijd herinneren wie Degene was, is en eeuwig zal zijn, Die tot u kwam en u zelf de ware weg der liefde heeft geleerd en dus ook de ware, oneindige wijsheid uit haar – niet een wijsheid van de wereld, welke een grote last voor het hoofd is en een nog grotere voor het hart, maar een ware wijsheid der liefde, welke het ware, vrije en eeuwige leven is. Deze maaltijd moet gij voortaan ook op deze wijze vieren, voordat gij de Vader een sabbatoffer wilt brengen. Want voorwaar, Ik zeg u: ‘het offer zal niet eerder worden aanvaard voordat gij elkaar bij de maaltijd als ware broeders en zusters in Mijn liefde en dus ook als kinderen van één en dezelfde Vader in het hart hebt herkend!’

Dat de kruisiging, de begrafenis en de opstanding van Jezus en de voltooiing van zijn werk op het Joodse Paasfeest geschied is, is niet toevallig. Het Joodse Paasfeest is de herdenking van de uittocht van de Israëlieten uit Egypte, waar zij geknecht waren geweest en toen door de Heer met grote wonderen werden bevrijd en door de woestijn heen geleid naar het beloofde land. Het beloofde land is tevens een verwijzing – in geestelijke zin – naar het Hemelse Paradijs. Het is een uitbeelding van de Komst van Jezus op Aarde en de verlossing door Hem van al wie verlost wil worden uit de knechtschap van de uitwendige liefden, om te worden geleid naar het Koninkrijk van de Heer.

 

In Zijn opstanding trekt Hij allen die Hem willen volgen tot hun opstanding in het eeuwige leven. Daarom behaagde het Jezus, dat Zijn opstanding op het Joodse Paasfeest geschiedde. In Zijn opstanding is het paasfeest van een uitbeelding tot een werkelijkheid geworden, daarin is Pasen eerst werkelijk Pasen geworden. In Mattheüs 26:2 voorzegt Jezus zijn komende kruisiging, het omvat ook het laatste avondmaal. En hier begint dan zowel historisch als ook in geestelijke zin, de kruistocht, het lijden en de kruisiging van Jezus. (Kruis en Kroon) – zie ook  > paasfeest >

www.zelfbeschouwing.info