Een grote oorlog zal komen

 

Met een kleine oorlog zal het beginnen en een grote die over het water komt, zal het verdere bepalen. Dat zal echter eerst een tijd zijn, die aan de grote oorlog vooraf gaat en zal bewerkstelligen wanneer de boeren met hun belangrijke laarzen in de stalmest staan en wanneer de boeren zich gedragen als de stedelingen – en de stedelingen als dwazen, wanneer de rode dakmensen komen, en de raafkop (de zwarte hoofddoeken) zich weer zal losmaken en de vrouwen hoeden dragen als de mannen, wanneer de kleurige hoed in de mode geraakt en de mensen rode schoenen dragen.

 

Wanneer de vrouwen op de straten als ganzen komen aanlopen en een spoor achterlaten als van geitenbokken. Wanneer de ijzeren hond op de Donau blaft, en wanneer de wagens rijden zonder paard en disselboom. Wanneer de mensen in de lucht kunnen vliegen, met twee wielen hun karren rijden en zo snel, dat geen paard en hond meelopen kan. Wanneer het bos met oude hoge bomen kijkt als een bedelaar naar zijn rok: de zwarte straat van Passau. Mannen en vrouwen zijn niet meer van elkaar te onderscheiden. Wanneer de zwarte straat van Passau naderbij komt, en wanneer in het voorwoud buiten de ijzeren straat klaar is. En wanneer de boeren niet meer willen werken en als zij slechts gebak eten.

 

Maar het zal hen nog eenmaal slecht gaan, als alles erop en eronder gaat. Dan zullen ze zich om hun tuin een omheining maken en op de mensen schieten. Dan zullen ze stenen in plaats van brood bakken en brandnetels eten. Ook in de stad is het erop en eronder. De stedelingen zullen naar de boeren op het platteland gaan en vragen: laat mij het land bewerken. Maar men zal hen aan de fijne handen herkennen en ze doodslaan. Alles begint te komen als de grote vogel of een vis over het bos vliegt. Dan komt de oorlog en nog één en dan zal de laatste komen.

 

Wanneer deze komt? Jullie kinderen zullen het niet beleven, maar wel jullie kleinkinderen. (geschreven in de veertiger of vijftiger jaren). Vanuit Oosten zal het komen en in het Westen ophouden. De laatste oorlog zal een bankopruimer zijn. Het zal niet lang duren. Het zal zo snel gaan, dat geen mens het geloven kan, maar er zal veel bloed en dode lichamen zijn. Het zal zo snel gaan, dat er een, die bij het wegrennen twee broden onder de arm had en één daarvan verliest, zich niet daarom hoeft te bukken, omdat hij met één ook uitkomt. Bron: onbekend – www. zelbeschouwing.info

 

Tekenen vooraf 

Eerst zullen er veel huizen als paleizen worden gebouwd, voor de soldaten, maar dan zullen uit die huizen brandnetels uit de ramen groeien. Het geld zal worden tot ijzer, wanneer de grote nood komt en wanneer men daarvan niets kan kopen. Als de vleermuis op het geld verschijnt, dan komt het tot de tweede grote oorlog. Dan zal een strenge heer komen en hen hun hebben en houwen afpakken en een streng regiment voeren. Nadien komt de grote oorlog.

 

Na deze oorlog denkt men rust te krijgen, maar dat is het niet. De hoge heren zitten samen en bepalen de belasting, die niemand betalen kan. Maar de kleinen worden groot en de groten klein. Dan zal het zo zijn, dat de bedelman, als hij op het paard komt, niet te berijden is. In deze tijd zal het geld zo knap zijn, dat men van een gouden gulden een boerderij kan kopen. Het zal echter ook een tijd zijn, dat men van 200 gulden geen brood kopen kan. Maar een grote nood zal het toch niet zijn. (2e wereldoorlog)

 

Geld wordt gemaakt, zoveel, dat men het nooit zal leren kennen. Als meteen dan deze papieren in omloop geraken, dan krijgen de mensen hiervan niet genoeg. Er komt ook weer een goede tijd en de mensen zullen eten en zuipen in overvloed. Daarna staat het volk op. Er komt oproer, de een heerst over de ander. Roven doet alles en wie iets heeft, daarvan wordt het genomen. In elk huis is oorlog. Geen mens kan meer de ander helpen. Dan zal het weer verder losbarsten en het zal verschrikkelijk zijn. Elk zal een ander hoofd opzetten en de een verdraagt de andere niet meer.

 

De broeder zal de broeder niet meer kennen en de moeder haar kinderen niet. Wetten worden gemaakt, die niemand meer serieus neemt en recht zal nooit meer recht zijn. Maar uit oorlog en nood, niemand zal zich daarvan zijn lering trekken. En weer groeit de overmoed. Het geloof zal zo klein worden, dat men dit in overeenstemming bij elkaar brengt. De Godsprinten zullen van de muur verscheurd worden en in de kasten opgeborgen. Dan komt er een tijd, dat de godsbeelden weer tevoorschijn komen. Maar het zal dan te laat zijn, omdat deze kwestie zijn eigen beloop neemt. En dan zal de jammer groot zijn.

 

Als men de mensen die men tegenkomen zal, niet meer begrijpt, dan is het niet meer zo ver weg van een verschrikkelijk einde. De rode yanks zullen op de nieuwe straten tezamen komen. Maar over de Donau komen ze niet. Zoveel vuur en zoveel ijzer heeft geen mens nog gezien. Alles zal dan door elkaar zijn. Wie dit overleeft moet een stalen hoofd hebben.

 

Maar het zal niet meer zo lang duren. Het zal niet helpen – wanneer zelfs de mensen weer vroom worden en de godsbeelden weer tevoorschijn halen. Ze worden ziek en geen mens kan hen helpen. Er zal geen licht meer branden en dat zal een lange tijd zo voortduren. Zij, die weer van voren af beginnen, zullen een kerk bouwen en God loven. Als men over de Donau nog een koe vindt, die moet men een gouden klok omdoen. Het zal eerst voorbij zijn als er geen dode vogels meer vliegen.

 

Zij die het overleefd hebben, zullen zich begroeten met: ‘broeder, leef ook jij nog?’ en zullen zich met ‘Geloofd zij Jezus Christus!’ begroeten. Dan kijkt men naar het woud. Zij zal gaten hebben zoals de bedelaar in zijn rok. Dat zal niet alleen bij ons zijn, maar over de hele wereld. Recht zal weer recht worden – en de vrede zal duizend jaar gelden. Maar dat is nog ver weg. En zal zomer en winter niet meer van elkaar te scheiden zijn.

www.zelfbeschouwing.info