Onmondige kinderen

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Uit de mond van kinderen en onmondigen wil Ik Mij lof bereiden. bron: GJE1-133 - Dan zegt de oude man, die ook tot deze familie behoorde en bij wie altijd het hele dorp zich verzamelde om naar zijn wijze woorden te luisteren, want hij kende de Schrift zeer goed: 'Mijn kinderen, vrienden en broeders! Er staat toch in de Schrift: 'Uit de mond van kinderen en onmondigen verzamel Ik Mijn lofuitingen!' En zie, dat gebeurt hier in ons bijzijn! Onze lieve Vader heeft in Zijn grote barmhartigheid aan ons gedacht en heeft dit voor ons gedaan! Hem zij daarom al onze liefde en alle lof uit de monden van onze zuigelingen!

 

Want de lof uit onze monden is niet zuiver genoeg om welgevallig te zijn aan de Allerheiligste; daarom heeft Hij Zelf al de mond van onze zuigelingen geheiligd. Maar nu gaan we naar buiten naar de jonge man, die zei dat we naar binnen moesten gaan, en beslist wel wist, wat God voor ons heeft gedaan! Hij moet een groot profeet zijn, -misschien zelfs Elia, die nog eenmaal vr de verwachte en al sinds lang beloofde Messias zal komen!'

 

Een klein kind, dat nog maar net kon praten, vroeg: 'Vader! Als nu deze man zelf eens de Beloofde was?' De oude zegt: 'O kind, hoe kom je aan die woorden? Je spreekt nu niet als een kind, maar als een wijze in de tempel in Jeruzalem!' Daarop zegt de kleuter: 'Dat weet ik niet, lieve vader; maar ik weet wel dat ik eerst veel moeite had met het spreken en nu helemaal niet meer. Maar waarom vindt u dat vreemd? Gods wonderen zijn hier toch overal om ons heen!'

 

Ja, ja, je hebt gelijk', zegt de oude, terwijl hij het kind tegen zich aandrukt, 'het zijn hier allemaal wonderen, en je hebt je beslist niet vergist toen je de jonge man zelfs voor de Messias aanzag. Want wat ons betreft is Hij dat zeker! Maar nu gaan we naar Hem toe en dan zullen we ook Hem in de naam van Jehova de Hem toekomende dank brengen! Want Hij is zonder twijfel door God naar ons toegezonden. Laten we nu dus vlug naar Hem naar buiten gaan!' Ze haasten zich nu allen naar buiten naar Mij toe, en de kleuters zijn de eersten die aan Mijn voeten neervallen en deze met hun onschuldige zuivere tranen van dankbaarheid en vreugde nat maken! GJE1-133 [4-9]

www.zelfbeschouwing.info