Onkruid

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Toen kwamen Mijn leerlingen, die ondanks al hun denken, piekeren en veronderstellen er met de gelijkenis van het onkruid op de akker niet uit konden komen, naar Mij toe en vroegen Mij of Ik hen de gelijkenis van de zaaier, die goed zaad gezaaid had en vervolgens op zijn schone akker onkruid te midden van de tarwe vond, wilde uitleggen en nader verklaren (Matth.13:36) 

 

Maar Ik antwoordde: 'Hebben jullie niet gehoord, wat Kisjonah ter gedachtenis aan Mij op deze heuvel wil oprichten, en dat Ik hem vertelde hoe het jammer genoeg zo'n instelling in deze wereld zal vergaan? Wel, dat had betrekking op de goede akker, die met de zuiverste tarwe bezaaid werd en toch een grote hoeveelheid onkruid te midden van de tarwe liet opschieten! Zie, deze gelijkenis betekent het volgende:

 

Ik, of zoals de Joden zeggen, de Mensenzoon, strooi het goede zaad uit. (Matth.13:37) De wereld is de akker; het goede zaad zijn de kinderen van het Rijk; het onkruid zijn echter de kinderen van het kwade. (Matth.13:38) De vijand die ze zaait, is de duivel; de oogst is het einde der wereld, en de maaiers zijn de engelen! (Matth.13:39) Net zoals men het onkruid op de akker wiedt, het in bossen bindt en vervolgens verbrandt, zo zal het ook aan het eind van de wereld gaan! (Matth. 13:40)

 

De Mensenzoon zal Zijn engelen uitzenden, en ze zullen uit Zijn rijk alle aanstootgevende dingen en alle mensen, die onrecht bedrijven (Matth.13:41) en oog noch oor en nog minder hart hebben voor de nood van hun broeders, verzamelen en ze in de brandende oven werpen, waar gehuil en tandengeklapper zal zijn. (Matth.13:42) Deze brandende oven bevindt zich in het eigen hart van de kinderen van het kwade ‑ en bestaat uit hoogmoed, zelfzucht, heerszucht, hardvochtigheid, onverschilligheid ten opzichte van Gods woord, gierigheid, nijd, afgunst, leugen, bedrog, ontrouw, ontucht en hoererij, echtbreuk, vals getuigenis, kwaadsprekerij en alles wat tegen het gebod der naastenliefde indruist!

 

Want zoals uit het hart van de rechtvaardigen de hemel in alle heerlijkheid zal opbloeien, zo zal bij de onrechtvaardigen datgene uit hun hart zijn volle wasdom bereiken, wat zich daarin bevindt; een slecht zaad zal nooit goede vrucht opleveren! bron: GJE1-197 [10-14]

www.zelfbeschouwing.info