Ontstaan Nieuwe Testament

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: HEM. GAV. 03_64.04.25,01 Ė Ik heb je gisteren al op een hoeveelheid van andere kleine tegenspraken opmerkzaam gemaakt, die zich in de drie EvangeliŽn van Mattheus, Lukas en Markus elkaar tegenkomen. En Ik wil je nog op enkele andere feiten opmerkzaam maken, die zich in de latere tijden niet alleen onder deze bekende drie Evangelisten, maar nog veel meer onder de hoeveelheden van anderen, zowel joodse als ook heidense verdere verspreiders van Mijn leer, die men ook wel Evangelisten noemde, en in de verschillende gemeentes zodanig zijn ingeworteld, dat al in nauwelijks dertig jaren na Mij, vanwege de uiteenlopende verklaringen in de Schriften zich door Mij gewoonlijk deze oorlogen en andere vechtpartijen hebben opgeheven Ė waaronder in deze zelfde tijd van Nero in Rome tussen de vele christelijke joden en de heidense christenen van Paulus zodanig op een vijandige manier uitgebroken zijn, dat Nero het noodzakelijk leek, de grootste en het hoofdzakelijke aantal van de Joodse christenen in Rome en tevens een groot aantal de door hen bewoonde stad, te verwoesten en zelfs elke Romein niet te ontzien, die de banier van het joodse christendom in zekere zin droeg als publiekelijk showkenmerk.

 

HEM. GAV. 03_64.04.25,05 Ė Hij [Nero] sloeg hen, want een volkomen waarneming uit de vele geschreven EvangeliŽn met hun vele tegensprekende EvangeliŽn, meer nog dan die van de traditionele Evangelie, zo is er echter wel een enig Evangelie, en weliswaar die van Johannes waarvan zij zich moeten bedienen, zodat de Christenen in het geloof het weer met elkaar eens worden en niet meer vanwege de diversiteiten van het geloof om hen volledig te vervolgen zoals bij de wilde dieren Ė en de heidenen liever weer tot hun oude heidendom laten terugkeren, dan op deze wijze dusdanig te verblijven onder zulk een leer, van wie men bij het beste weten en willens zich nergens meer de ware waarachtigheid en recht kan ervaren.

 

HEM. GAV. 03_64.04.25,06 Ė Want zo het in de christelijke leer ergens een donateur heeft gegeven, dan moet deze slechts iemand gewezen zijn, die ook de mensen slechts een leer overgeleverd heeft. En deze leer moet een nut en een geest hebben. Zo bestaat er al echter sinds lange tijd een grote hoeveelheid van beschreven EvangeliŽn en een nog grotere hoeveelheid is een van mond tot mond overgeleverde kennis, door welke helemaal hun eigen Christus spreekt, en die met de andere Christussen ook niet de geringste gelijkenis vertoont.

 

HEM. GAV. 03_64.04.25,07 Ė Er zullen bijgevolg al die vele EvangeliŽn tot op ťťn, die wel het oudste mag zijn, geheel en al te verwerpen zijn. En zo deze door de bisschoppen niet goedgekeurd moesten worden, zo zal hij zich van het christendom volledig afkeren en overal in zijn grote rijk het oude heidendom weer laten oprichten, die ondanks de vele goden veel meer eensgezinder waren dan een zulk gespleten christendom.

 

HEM. GAV. 03_64.04.25,08 Ė Toen adviseerden de Griekse bisschoppen, dat de namen Mattheus, Markus en Lukas uit de oude tijd van Christus waren en er niet ergens een dubbel of ook nog een meervoudig en onder een en dezelfde evangelische naam verschenen. En de keizer willigde dit toe onder de voorwaarde, dat men hiertoe ook de leer van de heidense apostel Paulus dit in aanmerking moest nemen en met haar ook al die andere evangeliŽn dan wegvegen.

www.zelfbeschouwing.info