De Nieuwe Openbaringen

 

De Nieuwe Evangelische Openbaring stelt, dat zij rechtstreeks door God werd gedicteerd en puur, volmaakt en onfeilbaar is. Ze stelt verder dat ze niet superieur boven de Bijbel staat, maar dat zij uit genade voor de mensheid, de Bijbel juist een goede aanvulling geeft met datgene, waarnaar de mensheid op zoek is, en dat daarin vele vragen van de mens wordt beantwoord. Evenals er in de Bijbel soms op minimale schaal wat onduidelijkheden voorkomt, is dat met de nieuwe Openbaringen ook het geval. De Bijbel geeft zelf aan: ‘onderzoek alles en behoudt het goede!’ De blinde mensheid, die echter niets of weinig onderzoekt, nog nooit serieus iets onderzocht heeft, gelooft echter gedeeltelijk nog aan de Bijbel als ‘maatwerk’ in een God of in Zijn naam. Dit laat echter een heilloos karakter achter. [Zie ook ‘Hemelse gaven’, band 3,24 van Jakob Lorber, schrijfknecht van God in 1840]. Als de lezer de gehele context leest van een bepaald Bijbels thema – dus wat daar ervoor of erna geschreven wordt – kan hij niet zomaar bevooroordeeld zijn. Helaas maakt men van de Bijbel – dat is Gods Woord – jammer genoeg, een gemachineerd boekwerk – dat men behandeld als een vreselijk onbegrijpelijk boek. Men doet weinig moeite om op zelfonderzoek te gaan – maar hierbij de Bijbel intussen als een onbegrijpelijk Boek te interpreteren.

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]:

01- Dit geldt echter voor jou, Mijn beste schrijfknecht, jij die zich enerzijds van alles laat wijsmaken in je droomwereld, wat je tot een indrukwekkend evangelische tegenspraak heeft geleid, jij die vroeger vanaf je kindsheid, ondanks je herhaald doorlezen van het Nieuwe Testament, niet tot datgene gekomen bent, waartoe je wilde komen.

 

02] Ik Zelf had je in de voortzetting al daarop opmerkzaam gemaakt. Maar het is beter voor je en ook voor vele anderen, dat deze zaak al nu aan het daglicht is gekomen, opdat een ieder erkent en inziet, dat Ik in de Geest nu weer speciaal waarneembaar op deze Aarde gekomen ben om de laatste arbeiders in Mijn wijnberg in dienst te nemen en op te nemen.

En deze werkers zijn juist de wereldse pientere en wereldwijze filosofen die zich zojuist in deze tijd volledig serieus de moeite nemen, Mij, - zoals Ik onder de zogenaamde christelijke sekten nu besta -, volledig te verwijderen en te verdelgen, benevens met hun evangelie, die eerst twee tot driehonderd jaar na Mij, dat geworden is, wat ze nu nog is.

 

03] De blinde mensheid die niets onderzoekt en nog nooit iets heeft onderzocht, gelooft gedeeltelijk nu nog aan wat dat betreft – aan het grootste deel van een vreselijk knoeiwerk in Mijn naam.

 

04] Ik wil daarom noch Lukas en Markus noch Mattheüs rechtspreken; want zij hebben zich in hun tijd op zijn minst enige moeite gedaan, uit het vele en het al vaak best ontsierde van Mijn leer, in het puurste en beste, een weg te vinden. Maar wat het materiële feit betreft, voor een deel hebben zij daar het een en ander zelf geschreven, maar voor het grootste deel moesten zij dan toch aan het einde daaruit iets wegnemen, wat zij uit de mond van zulke mensen had vernomen, dat zich vaak genoeg brutaal en vrijpostig voordeed, en oog- en oorgetuigen was van deze en gene. Zij vergeleken dit daarop met de aan hun bekende plaatsen uit de oude profeten en vonden het in overeenstemming, wat zij geschreven hadden, en daarmee was voor hen het criterium voor de waarheid deze, wat ze neergeschreven hebben, volkomen gerechtvaardigd.

 

05] Wanneer het met dit Evangelie zo was gebleven, zo was het evenwel nog om zo beter, dan het nu is. Want in de Evangeliën stond veel te weinig over het wonderlijke, over het wrede en het verschrikkelijke voor de mensheid; om die reden heeft men dit later voor noodzakelijk gevonden, en speciaal dat deel onder de christelijke Joden, Grieken en Romeinen. Want al honderd jaar voor de grote kerkverzameling van Nicea, was er veel om bij te stellen – speciaal voor degenen, die sterk op zoek waren naar wonderen en die een sterk strafrechtelijk gezicht hadden, om Mij zo als de grote Verblijder der mensheid, de mensen dit zacht op hun hart drukten zoals liefde en waarheid, maar dit juist tot het tegendeel maakten. [Hemelse Gaven 3-24-1-5]

www.zelfbeschouwing.info