Mozes' aanklacht tegen de tempeljoden

[Opmerking: dit verhaal speelde zich af op de berg der verheerlijking!}

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: IK richtte Mij tot de joden en zei: 'omdat jullie niet wilden geloven dat Mozes en Elia er al kort voor Mijn komst waren, moeten zij goed herkenbaar hier komen en jullie zelf zeggen wat voor een mentaliteit jullie hebben!' Meteen stonden de beide profeten in ons midden en bogen zich eerst diep voor Mij. En ELIA zei luid: 'Voor U en Uw naam moeten alle knieŽn en harten in de hemel, op aarde en onder de aarde zich buigen!' Daarop sprak MOZES tegen de Joden: 'Jullie godslasteraars in de tempel van Salomo, jullie kinderen van de slang, welke duivel heeft jullie dan verwekt dat je kunt zeggen dat Abraham jullie vader is en dat jullie op mijn en Ašrons stoel zitten?! Maar nu jullie daar volkomen onbevoegd op zitten om de door God aan mij gegeven wet aan de volkeren te verkondigen, waarom herkennen jullie dan nu de hoogst Verhevene niet, die mij toch op de SinaÔ de wet op twee stenen tafelen heeft gegeven?!

 

Jullie zeggen dat ik en deze broeder Elia eerst hadden moeten komen, -wel, wij waren er allebei! Maar wie van jullie heeft ons herkend en in ons geloofd?! En hebben jullie met ons niet precies hetzelfde gedaan wat jullie met vrijwel alle profeten en heiligen van de Heer hebben gedaan?! Wat moet het dan voorstellen als jullie, boosaardige huichelaars, voor mijn naam tot aan de grond buigen, maar mijzelf vervolgen en tenslotte tussen het altaar en het allerheiligste wurgen? Spreek en geefantwoord!' Toen zei er EEN met bevende stem: 'O - grote profeet -, die, - die ≠daar≠ gewurgd is -, heette toch Zacharias!'

 

Daarop sprak MOZES: 'Booswicht, je bent nu oud, maar je was ooggetuige en je hoorde alles wat ik indertijd tegen de vergadering van priesters gezegd heb toen ik uit het heilige der heiligen terugkwam! Ik zei toen: 'Luister, broeders, God de Heer heeft in Zijn grote genade en ontferming mijn innerlijk voor mij geopend, en Mozes' geest kwam in mij en nu is mijn ziel met Mozes' geest ťťn mens, die nu voor jullie staat zoals hij eens voor de Farao en op de SinaÔ voor God stond! Ik was de eerste die deze stoel neergezet heeft en op Gods bevel daarop is gaan zitten, - en nu zit ik er, omdat God dat zo wil, als laatste op; want in de toekomst zal alleen de Heer, die reeds in deze wereld op wonderbare wijze het vlees der mensen heeft aangenomen, met deze stoel doen wat Hij volgens Zijn ondoorgrondelijk raadsbesluit zal willen!' Jullie werden woedend over die waarachtige voorspelling van mij, sleurden mij van de stoel af en wurgden mijn lichaam. Is het zo niet gebeurd?' Een andere, ook al OUDE JOOD, zei nog bedeesder: 'Ja≠ zo was het ≠werkelijk -; maar≠ wie zou nu zoiets hebben kunnen geloven?!'

 

MOZES zei: 'Waarom hebben een aantal vrome mensen het dan wel geloofd, die door jullie daarvoor uit de tempel verdreven werden naar het verre land van de heidenen, waarvan er nog een paar in leven zijn die tegen jullie kunnen getuigen?' Weer EEN ANDERE OUDE JOOD zei nu: 'Ja, dat is best mogelijk, - die moeten in verband daarmee een visioen hebben gehad, maar wij hebben nooit een visioen gehad!í MOZES antwoordde: 'O, jij spreekt onwaarheid en maakt jezelf maar wat wijs! Want dat alles is allen, tot de minste tempelknecht toe, zevenmaal achter elkaar duidelijk en begrijpelijk in heldere dromen in de geest aangekondigd, en jullie hebben die nog wekenlang gedurende de tijd dat ik stom was, aan elkaar uitgelegd. Hoe kun je dan zeggen dat jullie in verband daarmee geen visioen hebben gehad?' DEZELFDE JOOD zei: 'O - was die droom dan ook een visioen? Kijk eens aan, kijk eens aan! Ja, - wie had dat toen kunnen vermoeden!?'

 

MOZES zei: 'O, jullie wereldse, sluwe vossen, jullie wisten heel goed aan de hand van vele voorbeelden uit de Schrift, wat heldere dromen te betekenen hebben! Denk maar eens aan de droom van Jacob, de dromen van Jozef, de droom van de Farao en nog heel veel soortgelijke dromen; die hebben jullie heel goed in het oor gefluisterd wat jullie tot zevenmaal toe herhaalde visioen te betekenen had; maar jullie wereldse instelling, jullie priesterlijke hoogmoed, jullie lust om onbeschrijflijk luxueus te leven en jullie lust tot de grootst mogelijke luiheid en tot alle soorten en vormen van hoererij hebben jullie verblind en verdoofd, en daarom waren jullie erg bang om volgens Mijn voorspelling al jullie aangename, aardse levens≠voordelen te verliezen, en daarom hebben jullie, in plaats van je naar Gods wil te voegen, liever alles tegen Hem ingezet en zijn jullie tot op dit uur en tot op dit ogenblik volledig in opstand tegen God. Stofwormen, hoe bevalt jullie deze ware geschiedenis?! Zie, de Heerlijke en de Allerhoogste, wiens aangezicht ik, Mozes, nooit waardig kan zijn te aanschouwen, heeft jullie Zelf in de tempel gezegd:'Niet Ik, maar Mozes, waarop u hoopt, zal u bij de Vader aankla≠gen!'

 

En zie, er is sindsdien nog lang geen dag verstreken of de profetie van de allerhoogste Heer gaat reeds in vervulling, en ik, Mozes, in naam van de Heer jullie aller voornaamste profeet, klaag jullie nu voor Zijn heilige aangezicht aan vanwege al datgene waaraan jullie je op de meest ten hemel schreiende manier hebben schuldig gemaakt! Wat kunnen jullie nu zeggen om je te rechtvaardigen?' Toen begonnen de joden, die helemaal in het nauw gedreven waren en van louter angst en ontzetting met stomheid geslagen leken, bibberend te stamelen, zonder nog ťťn begrijpelijk woord over hun armzalige lippen te krijgen. Slechts EEN VAN DE JONGEREN onder hen zei met hevig bevende stem: 'Mijn God en Heer, begint dan vandaag al het verschrikkelijke Laatste oordeel?' MOZES zei: 'Mijn aanklacht bevindt zich te allen tijde in mijn hand; de toorn en de wraak ligt echter in de hand van de almachtige Heer! Jullie jongste dag is echter al een behoorlijk stuk dichterbij gekomen; maar nu hangt alles helemaal alleen van de Heer ar Zeg eens, wat jullie mening daarover is!'

 

Toen zei EEN OUDE JOOD klappertandend van angst: 'O, grote profeet Mozes, zeg ons toch, of wij dan helemaal reddeloos in de hel zullen komen en of ieder mens zijn eigen jongste dag heeft! MOZES antwoordde: 'Wat de hel betreft, hoeven jullie bij jullie huidige levenswijze helemaal niet te vragen of jullie daarin zullen komen; want jullie manier van denken en handelen was Immers allang zodanig, dat jullie tot op heden in de hel waren, en jullie hebben ook alles gedaan wat daar thuishoort. Jullie kunnen daarom niet meer in de hel komen, omdat je er in wezen al in bent. Wat de jongste dag betreft, zullen jullie na het afleggen van je lichaam, in de andere wereld net zo goed een jongste dag hebben als je in deze wereld ook een laatste en tevens oudste dag zult hebben. Alleen, zolang jullie nog in deze wereld leven kunnen jullie, als je dat wilt, nog gemak≠kelijk een uitweg uit de hel vinden, want hier bij jullie zit de grote Leider en Verlosser, luister naar Hem en doe wat Hij zegt! - Ik heb voor U gesproken, o Heer, en laat nu Elia het woord maar doen!' GJE6-8 (1-20)

www.zelfbeschouwing.info