Mosterdzaad & Onkruid

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Het hemelrijk is ook als een mens die goed zaad op zijn akker zaaide. (Matth.13:24) Maar toen zijn knechten sliepen, kwam de vijand van de landman en zaaide slecht onkruid tussen de tarwe, dat daarna gelijk met de tarwe opkwam. (Matth.13:25) Waar nu de tarwe met de vrucht, die zij geeft, opgroeide, daar stond ook het slechte onkruid. (Matth. 13:26) Toen de knechten dat merkten, gingen ze naar de heer des huizes en zeiden: 'Heer, heeft u toch wel goed zaad op uw akker gezaaid? Hoe komt dan al dat onkruid er op?!' (Matth. 13:27) De heer des huizes antwoordde echter: 'Dat heeft mijn vijand mij aangedaan!' Toen zeiden de knechten: 'Heer, als u dat wilt, dan gaan we het uitwieden!?' (Matth.13:28) Waarop de heer zei: 'Laat dat, opdat je niet bij het wieden van het onkruid ook de goede tarwe vertrapt en mee uittrekt! (Matth.13:29) Laat het gezamenlijk opgroeien tot aan de oogst! Als het oogsttijd is zal ik tegen de maaiers zeggen: Verzamel eerst het onkruid in bossen en breng het van de akker naar een plaats waar men het verbranden zal; en breng de zuivere tarwe vervolgens in mijn schuren! (Matth.13:30) Kijk, dat is een goed beeld van het hemelrijk! Maar luister verder naar Mij! Ik wil jullie nog meer van deze beelden geven, die allemaal een heel precieze weergave zijn van het Godsrijk. Luister daarom verder naar Mij!

 

Het hemelrijk lijkt op een mosterdzaadje, dat een mens nam en op zijn akker zaaide. (Matth.13:31) Zoals bekend is dit zaad een van de kleinste onder alle zaden; maar als het opgroeit, is het groter dan de kool en tenslotte wordt het een echte boom, zodat de vogels er op af komen en tussen zijn takken nestelen.' (Matth.13:32) Daarop zagen de leerlingen elkaar met grote ogen aan en zeiden: 'Wat krijgen we nu? Wie begrijpt dat? Nu lijkt het hemelrijk zelfs al op een mosterdkool!' Het hemelrijk is ook als een zuurdeeg dat een vrouw nam en door drie scheppen tarwemeel mengde, net zolang tot het hele meel gezuurd was.' (Matth.13:33)

 

Maar Ik zei: 'Ga naar huis; want voor jullie heb Ik Mijn mond niet opengedaan, omdat Ik wel wist hoe dom jullie harten zijn! Daarom zullen eenmaal ook jullie kinderen je meesters en rechters zijn!' Daarop ging al het volk snel weg van de oever en iedereen ging naar huis. GJE1-192

www.zelfbeschouwing.info