Grote missie van Petrus

Eerste samenkomst zonder Jezus

 

De historische geschiedenis van Petrus met de Heer is nu fysiek ten einde maar in geestelijke zin blijft zij actueel. In het boek Handelingen zien we zowel de historische als de geestelijke feiten in het leven van Petrus. (Handelingen 1,2,3,4,5,8,9,11 en 15). Opmerking: Dit Bijbelboekgedeelte handelt letterlijk en figuurlijk over de handelingen der apostelen. Zij ‘handelen’ in overeenstemming met wat de Heer hun heeft opgedragen. Handelingen 14:14 beschrijft en getuigt specifiek de handeling en wandeling van de voormalige discipelen. Deze tekst correspondeert met de Hebreeuwse benaming Hand of Jod, waar de Joden hun benaming aan te danken hebben. Nu waren er nog elf discipelen overgebleven. Judas was er niet meer. Zij gingen allen, inclusief Petrus, naar de Opperzaal in Jeruzalem om te bidden en te smeken, samen met andere vrouwen en de moeder van Jezus.

 

Handelingen 1:13 En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal, waar zij bleven (namelijk) Petrus en Jakobus, en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeus en Mattheüs, Jakobus, (de) zoon van lfeus, en Simon Zelotes, en Judas, (de) broeder van Jakobus. Handelingen 1:15 En in dezelve dagen stond Petrus op in het midden der discipelen, en sprak (er was een schare bijeen omtrent honderd twintig personen). Op een van die dagen stond Petrus in het midden van hen op en sprak voor een schare van honderd twintig mensen, die hij onderling met name kende. (Handelingen 1:13,14). Handelingen 2:14 Maar Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem, en sprak tot hen: ‘Gij Joodse mannen, en gij allen, die te Jeruzalem woont, dit zij u bekend, laat mijn woorden tot uw oren ingaan!’

 

Intussen was Matthias gekozen ter vervanging van Judas Iskariot. Dus nu ook weer twaalf apostelen!  Wederom sprak Petrus een tijd later in Jeruzalem: ‘Gij Joodse mannen, en gij allen, die te Jeruzalem woont, dit zij u bekend en laat mijn woorden tot uw oren ingaan….’

Handelingen 2:37 En als zij (dit) hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere (overige) apostelen: ‘Wat zullen wij doen mannen broeders?’ Handelingen 2:38 En Petrus zei tot hen: ‘Bekeert u, en een iegelijk van u wordt gedoopt in den naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen!’

Kreupele door Petrus gezond

Handelingen 3:1 Petrus nu en Johannes gingen tezamen op naar de tempel, en omtrent de ure des gebeds, zijnde de negende (ure): Intussen was er een kreupele man, die aan de deur van de tempel zat, om een aalmoes te vragen van hen, die de tempel binnen gingen.

 

Handelingen 3:3 Welke, Petrus en Johannes ziende, als zij in de tempel zouden ingaan, bad, dat hij een aalmoes mocht ontvangen. Handelingen 3:4 En Petrus, sterk op hem ziende, met Johannes ziende, als zij in de tempel zouden ingaan, dat hij een aalmoes mocht ontvangen. Handelingen 3:6 En Petrus zei: ‘Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat u; in de naam van Jezus Christus, de Nazarener, sta op en wandel!’

 

‘Petrus en Johannes gaan samen naar de tempel omstreeks twee uur in de middag (Nederlandse tijd), want het is het uur van het gebed. Een kreupele man zag hen binnenkomen en bad, dat hij een aalmoes mocht ontvangen. Maar Petrus keek naar hem, samen met Johannes en zei: ‘Zie ons!’ Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, ontvang je. Sta op in de naam van Jezus Christus, de Nazarener en wandel!’

Handelingen 3:11 En als de kreupele, die gezond gemaakt was, (aan) Petrus en Johannes vasthield, liep al het volk gezamenlijk tot hen in het voorhof, hetwelk Salomo’s (voorhof) genaamd wordt, verbaasd zijnde. Handelingen 3:12 En Petrus, (dat) ziende, antwoordde tot het volk: ‘Gij Israëlitische mannen, wat verwondert gij over dit, of wat ziet gij (zo) sterk op ons, alsof wij door onze eigen kracht of godzaligheid dezen hadden doen wandelen?

Petrus vervult van de Heilige Geest

Handelingen 4:8 Toen zei Petrus, vervuld zijnde met de Heilige Geest, tot hen: ‘Gij oversten van het volk, en gij ouderlingen van Israël! Handelingen 4:13 Zij nu, ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en vernemende, dat zij ongeleerde en slechte mensen waren, verwonderden zich, en kenden hen, dat zij met Jezus geweest waren. Handelingen 4:19,20 Maar Petrus en Johannes, antwoordende, zeiden tot hen: ‘Oordeelt gij, of het recht is voor God, ulieden meer te horen dan God’. Want wij kunnen niet anders spreken, omdat wij daartoe geroepen zijn, om te getuigen hetgeen wij van Jezus Christus gehoord en gezien hebben…’ ‘Toen raakte Petrus vervult van de Geest van God en sprak ‘Gij oversten van het volk en gij ouderlingen van Israël’. Zij nu zagen de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes en vernamen, dat zij ongeleerde mensen zonder enig kerkelijk gezag waren.  

De apostelen gevangen genomen

Handelingen 4:3 ‘En zij sloegen de handen aan hen, en zetten ze in bewaring tot de andere dag; want het was nu avond’. ‘Petrus en Johannes werden voor het Sanhedrin geleid en zij getuigden over de Heer, die zij gekruisigd hadden. Daarna werden ze vrijgelaten en de tempeldienaren liet hen weer vrij.  Handelingen 4:23 En zij (Petrus en Johannes), losgelaten zijnde, kwamen tot de hunnen, en verkondigden al wat de overpriesters en de ouderlingen tot hen gezegd hadden.

 

Ananias en zijn vrouw met de dood door Petrus bestraft

Handelingen 5:3 En Petrus zei: ‘Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, dat gij de Heilige Geest liegen zoudt, en onttrekken van de prijs des lands?’ Handelingen 5:8 En Petrus antwoordde haar: ‘Zeg mij, hebt gijlieden het land voor zoveel verkocht? En zij zei: ‘ja, zoor zoveel!’ Handelingen 5:9 En Petrus zei tot haar: ‘Wat is het, dat gij onder u hebt overeengestemd te verzoeken de Geest van de Heere? Zie, de voeten van degenen, die uw man begraven hebben, zijn voor de deur, en zullen u uitdragen!’ ‘Ananias wordt door Petrus, vanwege zijn geveinsdheid en bedrog bestraft. Ook zijn vrouw wordt door Petrus bevraagd. Want zij wist niet, dat haar man zojuist gestorven was. Petrus vroeg haar: ‘Zeg mij, heb je dat land voor zoveel verkocht?’, wat ze bevestigde en waarop Petrus toen zei: ‘Wat is het, dat je met je man overeengekomen bent en de Geest van de Heer te verzoeken? Kijk naar de voeten van hen, die zojuist je man begraven hebben en zij zullen ook jou uitdragen…’Handelingen 5:15 Alzo, dat zij de zieken uitdroegen op de straten, en legden op bedden en beddekens, opdat, als Petrus kwam, ook maar de schaduw iemand van hen beschaduwen mocht. Handelingen 5:29 Maar Petrus en de apostelen antwoordden, en zeiden: ‘Men moet Gode meer gehoorzaam zijn, dan de mensen.’

Paulus bezoekt Petrus een paar weken in Jeruzalem

‘Toen Paulus daar kwam, trof hij alleen Petrus en Jakobus in Jeruzalem aan. De andere apostelen waren er niet op dat moment. (Galaten 1:18)  Jacobus was toen nog niet onthoofd door Herodus.

 

Petrus drie keer in de gevangenis

En zij beraadslaagden zich hoe ze hen de mond konden snoeren. En wederom werden zij vastgenomen en in de kerker bewaard. Toen kwam er een engel en opende ’s nachts de deuren van de gevangenis en leidde hen uit (Handelingen 5).  In Handelingen 12 wordt de broer van de schrijver Johannes onthoofd (dat is Jakobus!). Petrus wordt weer gevangen genomen en wederom door een engel verlost. Daarna kwamen er nog veel zieken naar Petrus. Maar de Raad en de hogepriesters beraden zich met Petrus wat te doen.’ (zie ook Handeling 4:3)

Petrus in Samaria

Handelingen 8:14 Als nu de apostelen, die te Jeruzalem waren, hoorden, dat Samaria het Woord van God aangenomen had, zonden zij tot hen Petrus en Johannes; Handelingen 8:20 Maar Petrus zei tot hem: ‘Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave van God door geld verkregen wordt!’ ‘De apostelen, die in Jeruzalem waren, sturen helpers naar Petrus en Johannes in Samaria om het wankele geloof nog meer te versterken in die stad en om orde op zaken te stellen. Petrus vermaande dit volk.

Petrus wekt een dode op

Handelingen 9:32 En het geschiedde, als Petrus alom doortrok, dat hij ook afkwam tot de heiligen, die te Lydda woonden. Handelingen 9:34 En Petrus zei tot hem: Eneas! Jezus Christus maakt u gezond: sta op en spreid uzelf (het) bed. En Hij stond terstond op. ‘Het boek Handelingen beschrijft het begin van Petrus reizen, want hij trok alom door het land. Hij kwam tot de heidenen die te Lydda woonden. Daar was een ziek persoon gedurende acht jaar te bed met de naam Eneas. Petrus zei tegen hem: ‘Eneas, Jezus Christus maakt je gezond; sta op en beweeg je!’ Hij nu stond direct op. Handelingen 9:38 En alzo Lydda nabij Joppe was, de discipelen horende, dat Petrus aldaar was, zonden twee mannen tot hem, biddende, dat hij niet zou vertoeven tot hen over te komen. Handelingen 9:39 En Petrus stond op, en ging met hen; welken zij, als hij daar gekomen was, in de opperzaal leidden. En al de weduwen stonden bij hem, wenende en tonende de rokken en klederen, die Dorkas gemaakt had, als zij bij haar was. Handelingen 9:40 Maar Petrus, hebbende hen allen uitgedreven, knielde neer en bad: en zich kerende tot het lichaam, zei hij: ‘Tabitha, sta op!’ En zij deed haar ogen open, en Petrus gezien hebbende, zat zij overeind. Het stadje Lydda lag dicht bij Joppe en twee mannen daar vroegen Petrus met hen mee te komen naar de opperzaal, waar enige weduwen rouwden. Petrus verzocht allen om hem alleen te laten en bad en zei tegen de overleden vrouw: ‘Tabitha, sta op!’ En zij deed haar ogen open en zat overeind. Deze woorden heeft ook ‘Jezus uitgesproken bij het opwekken van een dode.’ Handelingen 9:43 En het geschiedde, dat hij (Petrus) vele dagen te Joppe bleef, bij een zekere Simon, een lederbereider.

Petrus weigert vlees te eten

Handelingen 10:5 En  nu, zend mannen naar Joppe, en ontbied Simon, die genaamd wordt Petrus. Handelingen 10:6 Deze ligt te huis bij een Simon, lederbereider, die (zijn) huis heeft bij de zee; deze zal u zeggen, wat gij (Petrus) doen moet. ‘In de tijd, dat Petrus nog met Jezus optrok, samen met anderen discipelen, vroeg hij Hem destijds of hij ook vlees of vis mocht eten. Jezus gaf hem te verstaan, dat hij kleinzielig denkt. ‘Eet, wat je voorgezet wordt, het zal noch je lichaam noch je ziel schaden; alleen voor onmatigheid moet iedereen zich hoeden. Wat boven de maat is, is voor ieder mens slecht. Onmatigheid bij het eten veroorzaakt maagziekten en onmatigheid bij het drinken naast maagziekte ook borstkwalen en overmaat in seksualiteit en diverse soorten van ontucht.

 

Handelingen 10:9 En des anderen daags, terwijl deze reisden, en nabij de stad kwamen, klom Petrus op het dak, om te bidden, omtrent de zesde ure. Handelingen 10:13 En er geschiedde een stem tot hem: ‘Sta op, Petrus!’ ‘Slacht en eet!’ Handelingen 10:14 -  Maar Petrus zei: ‘Geenszins, Heer! Want ik heb nooit gegeten iets, dat gemeen of onrein was!’ Toen Petrus in Joppe verbleef bij Simon, de leerbereider aan zee, was er een hoofdman in de stad Cesarea, die tot God bad en vastte. En op een dag ontving hij een engel, die hem gebood om zijn mannen naar Joppe te sturen en Petrus te ontbieden. Op dat moment was Petrus alleen op het platte dak om te bidden. Ook kreeg hij enorm honger en zag in een visioen de hemel geopend en een laken daalde neer met allerlei dieren erop. Een stem gebood hem deze dieren te slachten en te eten. Maar Petrus zei: ‘Geenszins Heer, want ik heb nooit iets gegeten, dat onrein was. Petrus werd echter drie keer gevraagd om de dieren te slachten en te eten. Handelingen 10:17 En alzo Petrus in zichzelf twijfelende, wat toch het gezicht mocht zijn, dat hij gezien had, ziet, de mannen, die van Cornelius afgezonden waren, gevraagd hebbende naar het huis van Simon, stonden aan de poort. Handelingen 10:18 En (iemand) geroepen hebbende, vraagden zij, of Simon, toegenaamd Petrus, daar te huis lag.

 

Handelingen 10:19 En als Petrus over dat gezicht dacht, zei de Geest tot hem: ‘Zie, drie mannen zoeken u!’ Handelingen 10:21 - En Petrus ging af tot de mannen die van Cornelis tot hem gezonden waren, en zei: ‘Ziet, ik ben het, dien gij zoekt. ‘Wat is de oorzaak, waarom gij hier zijt?’ Hij begon te twijfelen, wat dit alles toch mocht betekenen. Onderwijl stonden de mannen van de overste Cornelius aan de poort van Simon de leerbereider en vroegen naar Petrus. Maar Petrus zag hen reeds in de geest, want hem werd ingegeven, dat drie mannen op zoek waren naar hem. ‘Zo sta op en twijfel niet Petrus, gebood de Heer, want Ik heb ze je tot je gezonden!’ Petrus gehoorzaamde en ging naar hen toe en zei: ‘Zie, ik ben het die jullie zoeken!’ Handelingen 10:23 Als hij hen dan ingeroepen had, ontving hij ze in huis. Doch des anderen daags ging Petrus met hen heen, en sommigen der broederen, die van Joppe waren, gingen met hem. Handelingen 10:25 En als het geschiedde, dat Petrus inkwam, ging hem Cornelius tegemoet, en vallende aan (zijn) voeten, aanbad hij. Handelingen 10:26    Maar Petrus richtte hem op, zeggende: ‘Sta op, ik ben ook zelf een mens!’ Anderdaags ging Petrus eerst met hen mee, samen nog met enkele andere broeders uit Joppe. Zo kwam Cornelius hem tegemoet en viel op zijn knieën en aanbad hem. Maar Petrus zei: ‘Sta op, ik ben ook maar een mens!’ Cornelius vertelde zijn beweegredenen. Handelingen 10:32 Zend dan naar Joppe, en ontbied Simon, die toegenaamd wordt Petrus; deze ligt te huis in het huis van Simon, den lederbereider, aan de zee, welke hier gekomen zijnde, tot u spreken zal.

 

Handelingen 10:34 En Petrus, de mond opendoende, zei: ‘Ik verneem in der waarheid, dat God geen aannemer des persoons is!’ Toen zei Petrus: ‘Ik voel, dat God niet ziet op uiterlijke gelegenheden, of het nu gaat om een Jood of Griek, rijk of arm, edel of onedel. Zo sprak Petrus veel en de Heilige Geest viel op allen, die het Woord hoorden. De gelovigen die besneden waren, waren ontzet, omdat ook de heidenen de Heilige Geest deelachtig waren. Zij hoorden hen in vreemde talen spreken en God lovende.’ Handelingen 10:44 Als Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden. Handelingen 10:45 En de gelovigen, die uit de besnijdenis waren, zo velen als met Petrus gekomen waren, ontzetten zich, dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd. Handelingen 10:46 Want zij hoorden hen spreken (met) vreemde talen, en God groot maken. Toen antwoordde Petrus:…enz.’

De twist over besneden zijn

Handelingen 11:2 En toen Petrus opgegaan was naar Jeruzalem, twistten tegen hem degenen, die uit de besnijdenis waren. Handelingen 11:4 Maar Petrus, beginnende, verhaalde het hun vervolgens, zeggende:….enz.’ ‘Petrus gaat in dit hoofdstuk naar Jeruzalem. En men twistte met hem over degenen, die besneden waren.’ Handelingen 11:7 En ik hoorde een stem, die tot mij zei: ‘Sta op Petrus, slacht en eet!’ Handelingen 11:13 En hij heeft ons verhaald, hoe hij een engel gezien had, die in zijn huis stond, en tot hem zei: ‘Zend mannen naar Joppe, en ontbied Simon, die toegenaamd is Petrus!’ ‘Petrus zelf, alvorens hij nog van Jeruzalem  wegtrok, waar hij speciaal onderdak had bij Lazarus, of in het huis van Nikodemus of bij Joseph van Arimathea, vond het nodig, juist in Jeruzalem een zogenaamde kerkverzameling te houden. Hij schreef aan deze gemeentes, die gedeeltelijk nog Joden en christenen waren. Dit is ook heel kort door de evangelist Lukas aangeroerd en het heeft – zoals elders beschreven – ook weinig vruchten afgeworpen. Bij een bepaalde samenkomst maakte Paulus heel scherpe verwijten aan Petrus, omdat Petrus met de Joden nog volkomen Jood wilde zijn en op hun reglementen, die de Heer opgeheven had, nog een te grote waarde legde en die aan Zijn gelovige Joden het geweten bemoeilijkte, als hij zich alleen onder de heidenen bevond en de door Hem opgeheven gebruiken en zeden van de Joden smaadde en het met hen hield. Om deze redenen ontbood de Heer hem (Petrus) daarna zelf, dat hij zich tot de Romeinse overste Cornelius moet vervoegen, omdat deze het wenste, om hem en ook zijn hele familie in de naam van de Heer te dopen en ze daardoor te bekwamen in Zijn Geest, als in hen werkend, tot Hem te komen. Petrus ging en als hij bij het huis van Cornelius aankwam, dat midden in een grote tuin stond, begon hij ineens erg honger te krijgen. Hij bad de Heer, dat Hij hem voor zijn aankomende ambt ook het lichaam nog sterken wilde. En zie, de Heer zond uit de hemel voor Petrus een zichtbare engel, die hem, in een wit doek gewikkeld, spijzen bracht, wiens genot de Joden verboden waren. Petrus zei daarop, als hij de spijzen bekeek: ‘Heer! Dat zijn ja louter voor Joden verboden onreine spijzen, hoe kan ik deze tot mij nemen? De Heer echter zei tegen hem: ‘ Wat Ik gereinigd heb, dat is ook voor de Joden rein; daarom eet ze en ga dan heen en doe, wat je opgedragen is!’ Petrus daarop consumeerde de onreine spijzen en ging vervolgens naar Cornelius, al waar hij weer tegen de Heer daarom wat onwillig werd, omdat de Heer Zelf intussen de doop aan Cornelius en zijn familie begaan had en Petrus trof hen allen aan in vervoering van de Heilige Geest.’  (Himmelsgaben 3-64)

Herodus neemt Petrus gevangen

Handelingen 12:3 En toen hij zag, dat het de Joden behagelijk was, voer hij voort, om Petrus te vangen (en het waren de dagen der ongehevelde (broden); Handelingen 12:5 - Petrus dan werd in de gevangenis bewaard; maar van de Gemeente werd een gedurig gebed tot God voor hem gedaan. Handelingen 12:6 Toen hem nu Herodus zou voortbrengen, sliep Petrus diezelfde nacht tussen twee krijgsknechten, gebonden met twee ketenen; en de wachters voor de deur bewaarden de gevangenis. ‘Petrus wordt (opnieuw) gevangen genomen door Herodus. Deze koning wilde hem doden. Petrus werd bewaard in de gevangenis en sliep die nacht tussen twee soldaten in, gebonden met twee ketenen en wachters voor de deur. Intussen was zijn gemeente bezorgd en bad tot God vanwege hem. Handelingen 12:7 En ziet, een engel des Heeren stond daar, en een licht scheen in de woning en slaande de zijde van Petrus, wekte hij hem op, zeggende: ‘Sta haastelijk op!’ En zijn ketenen vielen af van de handen. Toen kwam er een engel, die Petrus porde in de zij en hem wekte: ‘Sta snel op!’ En de ketenen vielen van hem af. Handelingen 12:11 En Petrus, tot zichzelf gekomen zijnde, zei: ‘Nu weet ik waarachtig, dat de Heer Zijn engel uitgezonden heeft, en mij verlost heeft uit de hand van Herodes, en (uit) al de verwachting van het volk der Joden.

 

Buiten de gevangenis stond hij nu alleen en tot zichzelf gekomen zijnde zei hij: ‘Nu weet ik, dat de Heer Zijn Engel tot mij gezonden heeft en verlost uit de hand van Herodes’. Handelingen 12:13 En als Petrus aan de deur van de voorpoort klopte, kwam een dienstmaagd voor om te luisteren, met name Rhode. Petrus ging daarna naar het huis van Maria, de moeder van Johannes. Daar nu werd steeds vergaderd en gebeden. Als Petrus aan de deur van de voorpoort klopte, kwam het meisje Rhode, om te luisteren, wie er aan de deur stond. Handelingen 12:14 En zij de stem van Petrus kennende, deed van blijdschap de  voorpoort niet open, maar liep naar binnen en boodschapte, dat Petrus voor (aan) de voorpoort stond. Toen ze Petrus stem vernam, deed ze van blijdschap niet open en vertelde het de anderen. Maar Petrus bleef kloppen en toen zij opendeden, zagen zij hem en waren erg verrast.

 

Handelingen 12:16 Maar Petrus bleef kloppen; en als zij opengedaan hadden, zagen zij hem, en ontzetten zich. Handelingen 12:18 En als het dag was geworden, was er geen kleine beroerte onder de krijgsknechten, wat toch aan Petrus mocht geschied zijn. Opmerking: de achtergebleven krijgsknechten in de kerker waren zeer verbouwereerd, toen er plotseling geen Petrus meer te bekennen was!’

Petrus een uitverkoren apostel

Handelingen 15:7 En als (daarover) grote twisting geschiedde, stond Petrus op en zei tot hen: ‘Mannen broeders, gij weet, dat God van over lange tijd onder ons (mij) verkoren heeft, dat de heidenen door mijn mond het woord des evangelies zouden horen, en geloven. Petrus spreekt nog eenmaal en verklaart in een vergadering, dat de heidenen met het juk van de wet niet behoren belast te worden.’ ‘Opdat de overblijvende mensen de Heer zoeken en al de heidenen, over welke Mijn Naam aangeroepen is, spreekt de Heer, Die dit alles doet.’ Opmerking: deze tekst staat hier, opdat de heidenen het Evangelie zouden horen door Petrus mond. In het havenplaatsje Caesarea opent Petrus als het ware de poort naar de heidenen. Galaten 1:18 Daarna kwam ik (Paulus) na drie jaar weer terug te Jeruzalem om Petrus te bezoeken en ik bleef bij hem vijftien dagen. Galaten 2:7 Maar daarentegen, als zij zagen, dat aan mij het Evangelie der voorhuid toevertrouwd was, gelijk aan Petrus (dat) der besnijdenis. Galaten 2:8 (Want Die in Petrus krachtelijk wrocht tot het apostelschap der besnijdenis, Die wrocht ook krachtelijk in mij onder de heidenen); Galaten 2:9 En als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechter [hand] der gemeenschap, opdat wij tot de heiden, en zij tot de besnijdenis [zouden] [gaan]. Opmerking: ook in bovenstaande zien we bevestigt, dat Petrus de kracht gegeven is om een apostel te zijn van besnijdenis. En toen Petrus te Antiochie gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht, o dat hij te bestraffen was. Galaten 2:11

Petrus door Paulus vermaand

Maar als ik zag, dat zij niet recht wandelden naar de waarheid van het Evangelie, zei ik tot Petrus in tegenwoordigheid van allen. ‘Indien gij, die een Jood zijt, naar heidense wijze leeft, en niet naar Joodse wijze. waarom noodzaakt gij de heidenen naar de Joodse wijze te leven? Opmerking: Petrus is één keer door Paulus vermaand geweest. Dan krijgt hij van Paulus het verwijt, dat hij mede aanzat tijdens een maaltijd van onbesneden heidenen in Antiochië. Toen de medeapostelen van Jakobus er aan kwamen, onttrok Petrus zich uit dit gezelschap, want hij vreesde over dit feit voor commentaar. Dit is echter ook het enige voorval geweest tijdens zijn apostelschap. Paulus berispt Petrus in het bijzijn van iedereen. Galaten 2:14            

Twee zendbrieven van Petrus

1 Petrus 1:1 Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de vreemdelingen verstrooid in Pontus, Galatie, Kappadocie, Azie en Bithynie.

In deze twee zendbrieven (acht hoofdstukken) van Petrus kan worden opgemaakt, waarheen hij ging, waar hij zich bevond of waar hij zijn apostelambt uitoefende. Dit waren: Pontius, Galatie, Cappadocie, Azie en Bithynie!’

 

Het verbreiden van de leer van de Heer in Babylon

1 Petrus 5:13 - U groet de mede-uitverkorene Gemeente, die in Babylon is, en Markus, mijn zoon. De meeste mensen die in de tijd van Petrus in Babylon woonden waren heidenen of dienaren van Baal. De apostel Mattheüs was de eerste die deze stad bezocht en op bezoek kwam bij de koning van die stad. Het oude Babylon lag tamelijk ver van de nieuwere stad als één grote puinhoop. Zeven jaar later na Mattheüs kwam Petrus in deze stad met zijn zoon Marcus, ook op bezoek bij dezelfde koning. Zoals deze koning destijds Mattheüs afraadde niet te prediken in zijn stad vanwege de duivelse Baalpriesters, raadde hij ook ditmaal Petrus af niets in zijn stad te ondernemen. Petrus kon dat niet nalaten. Toen deden de priesters hem een voorstel hen ook over zijn leer te vertellen. Zijn zoon Marcus waarschuwde Petrus toch vooral naar de koning te luisteren. Zo hield Petrus dan enige tijd zijn mond. Maar na een paar jaar werd hij door de priesters toch om de tuin geleid. De priesters vermoorden hem, nadat Petrus vele zieken had genezen en zelfs een dode deed opwekken. Toen de koning dit bericht hoorde liet hij meer dan tweeduizend priesters in zijn stad doden en hij liet Petrus met koninklijke eer in een koninklijke tombe begraven, samen met een mirtenboom. Want Petrus werd in een bos van mirten en rozen doodgeslagen en werd met zijn voeten aan een dode mirtenboom, waaraan ze aan de onderkant een dwarsbalk bevestigden en daar zijn handen met touwen aan vastbonden. Met behulp van de koning en ook Mattheüs en zijn begeleider, begon de zoon van Marcus bijna de hele stad Babylon te vertellen over de leer van de Heer. Nog geen jaar erna was de gehele stad en ook bijna het gehele land (Irak) zegenrijk tot de leer van de Heer bekeerd.

 

‘Het mag dus duidelijk zijn hoe Petrus echt aan zijn einde is gekomen in de stad Bagdad, aldus de Heer!’ Hiermee stel Ik (de Heer) jullie, Mijn jongste leerlingen, bij deze gelegenheid op de hoogte, waar en hoe de eerste apostel voor deze wereld aan zijn einde is gekomen; dus niet in Rome, nog minder in Jeruzalem, maar in de nieuwe stad Babylon, die later de Saraceense naam Bagdad kreeg.  (GJE-10-161) Opmerking: De Heer spreekt dit uit voor al diegenen, die ook in deze tijd Zijn (jongste) leerlingen willen zijn. Daartoe behoorde in eerste instantie  Lorber en die met hem ware. De Heer voorzegd, dat Rome de mensheid eeuwen lang zal voorspiegelen, dat Petrus die stoel daar heeft gevestigd.

De Heer zei tegen Petrus: ‘Simon Juda, Ik heb jou vanwege jouw machtige geloof de sleutels tot het rijk van God gegeven en Ik heb je een rots genoemd, waarop Ik Mijn kerk zal bouwen, die door de poorten der hel niet overwonnen zal worden. Jij zou een nieuwe Aaron zijn en op zijn stoel zitten. Ja, jij zult dat ook zijn, doordat jij met je andere broeders een verspreider van Mijn woord zult zijn!’ Petrus (Simon Juda) wordt op diverse plekken een rots genoemd. Johannes echter wordt door de Heer een zuivere diamant in de liefde genoemd.

 

Over Rome deelt de Heer mee, dat in die tijd de volkeren te vuur en te zwaard gedwongen worden om van de valse profeten te geloven, dat Petrus als een eerste vorst van het geloof die stoel in Rome geplaatst heeft en van daaruit in de naam van God de hele aarde en haar vorsten en volkeren regeren. ‘Maar zie, dat zal een valse stoel zijn, van waaruit veel onheil over de wijde aarde verspreid zal worden en vrijwel niemand zal dan meer weten waar jij de echte stoel, de stoel van de liefde, waarheid, levend geloof en van het leven hebt geplaatst, en wie jouw echte opvolger is. Die valse stoel zal weliswaar lang standhouden, veel meer dan duizend jaar, maar zal de leeftijd van tweeduizend jaar niet bereiken! Reken nu maar, wanneer je rekenen kunt!’ Opmerking: we leven nu rond de jaren 2010. Toen Jezus dit gesproken heeft in het bijzijn van Petrus en ook anderen, was Hij ongeveer 33 jaar. Het kan dus nooit zo zijn, dat de pauselijke stoel haar leeftijd tot 2033 bereikt! Veelmeer zou het voor de hand liggen, dat de huidige (Duitse) paus, wellicht de laatste paus is in onze geschiedenis. Het vermoeden bestaat, dat het einde van dit pausdom nooit langer kan bestaan dan tot de jaren 012-2014. Dit heb ik ook kunnen toetsen aan de hand van een oud-hebreeuwse Bijbeltelling. (Eerste Genesishoofdstuk van de Joodse Tora) - Het eerste Bijbels Hebreeuwse woord begint met BeReShITa en betekent ‘in de oergrond’, daar waar ook de tijdtelling van de klok begint. Zo staat dan in de 2012e –2014e letter van de Hebreeuwse Bijbel en volgende woorden beschreven, dat hier een ‘Groot Licht’ is. Maar de Heer zegt, dat alleen de letter dood is! Hoewel voorgaande een hypothese karakter heeft, zou dit toch een aanwijzing kunnen zijn. Ook ‘zieners’ hebben door de tijden heen voorspeld, dat rond deze tijd er een groot Licht op aarde zal komen.

 

De Heer spreekt verder: ‘Wanneer de valse stoel vermolmd geraakt is en geen stevigheid meer zal hebben, zal Ik wederkomen en Mijn rijk met Mij!’ Dan zullen ook jullie (discipelen en apostelen) met Mij mee naar de aarde komen en Mijn getuigen zijn tegenover diegenen bij wie wij nog het ware en zuivere geloof zullen vinden. Maar er zal in die tijd ook een grote zuivering nodig zijn, opdat de mensen Mij weer zullen kennen en alleen in Mij zullen geloven. Maar over wat Ik jullie nu in vertrouwen geopenbaard heb moeten jullie nu nog zwijgen! De tijd zal wel komen, waarin het luid van alle daken verkondigd zal worden.’ (GJE 8-162)

 

Verder vinden we in het boek ‘De geestelijke Zon’, hoofdstuk 67 en 68 en volgende nog voldoende passages over Petrus, die de roomse kerk niet kan hebben gesticht. Geen ander discipel in de Bijbel komt zo vaak voor als Petrus. Meestal doet hij het woord, ook namens alle discipelen. Zie bijvoorbeeld Mattheüs 16. De katholieke kerk maakte vroeger gebruik van zeer oude brieven van een zekere bisschop Clemens aan de christenen van Korinthe, waar ook Petrus wordt aangehaald. Door de teksten over Clemens en ook van anderen (bisschop Dionysius) aan te halen, werd de authenticiteit van Petrus bestempeld in het voordeel van de legimiteit van de katholieke kerk en haar ambt als zodanig. De katholieke kerk beriep en beroept nog steeds zich op de Bijbeltekst, de passage Mattheüs 16:18-19: ‘Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal Ik Mijn kerk bouwen… en Ik zal u (Petrus) de sleutels geven…’

 

Het was de opdracht van Petrus om zijn broeders in het geloof te sterken (Lukas 22:32) en op te treden als herder van Christus kudde. Op deze basis ontwikkelde zich in de kerken eeuwen daarna een soort van ecclesialogische theologie als ambt van Petrus. Uiteindelijk werd dat een soort katholicisme.De twee zendbrieven die Petrus geschreven heeft, dateren uit de jaren 65 of later volgens de overlevering.

 

2 Petrus 1:1 Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan degenen, die even dierbaar geloof met ons verkregen hebben, door de rechtvaardigheid van onze God en Zaligmaker, Jezus Christus; 1 Korinthe 1:12 En dit zeg ik, dat een iegelijk van u zegt: ‘Ik ben van Paulus, en ik van Apollos; en ik van Cefas; en ik van Christus. 1 Korinthe 3:22 Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe. 1 Korinthe 9:5 Hebben wij niet macht, om een vrouw, een zuster zijnde, [met] [ons] om te leiden, gelijk ook de andere apostelen, en de broeders des Heeren, en Sofas?

1 Dorinde 15:5 En dat Hij is van Sofas gezien, daarna van de twaalven.

 

Petrus als uiterlijke mens

Petrus wordt door de Heer als de uiterlijke mens voorgesteld, die zijn wezen door allerlei beproevingen naar binnen richt. Jacobus stelt de ziel van de mens voor en deze richt zich naar de Heer. Johannes stelt de geest van de mens voor die volledig één is met de Heer en de liefde. (Himmelsgaben 3-47)

www.zelfbeschouwing.info