Messiasverwachting bekeken met ogen van Farizeeërs

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Maar Christus kwam heel arm en klein en, zo op het oog, zwak op de Aarde, deed bijna dertig jaar lang geen teken voor de ogen van de machtigen, maar werkte hard, was net als Jozef een timmerman en ging daarna ook nog met het hele gewone volk om. Hoe kon Hij dan zo in de ogen van de trotse en wijze Joden de zo lang verwachte Messias zijn? 'Weg met zo'n godslasteraar, zo'n magiër, die zijn daden alleen met behulp van de overste der duivels uitvoert! Zo'n doodgewone, boven het eikenhout verruwde en grove timmermansgezel, die ergens met behulp van de satan toveren geleerd heeft, blootsvoets over de weg gaat en de vriend is van ingemeen gespuis, met hen omgaat, hoeren aanneemt en met maar al te bekende zondaars eet en drinkt en bijgevolg met zijn doen en laten de wet overtreedt; zal dat de beloofde Messias zijn?! ­Nee, zo'n godslasterlijk idee hopen we nooit te krijgen!' Dit was het oordeel van de hoge en wijze Joden over Mij toen Ik geheel en al in het vlees aanwezig was op de Aarde; en miljoenen hebben op dit moment nog precies datzelfde oordeel over Mij, want ze willen beslist niets horen over een zachtmoedige, vriendelijke en Zijn woord houdende God!

 

Hun God moet ten eerste hoog boven alle sterren wonen en uit louter eindeloze verhevenheid bijna niet bestaan; iets wat minder dan een zon is, mag Hij niet scheppen als Hij tenminste een waardig God wil zijn! Ten tweede mag Hij het niet wagen de een of andere, en zeker niet de menselijke, gestalte aan te nemen, maar moet alleen maar een soort onbegrijpelijk onding zijn!

 

Ten derde mag, gesteld dat Christus toch God was, Hij Zich alleen maar door het innerlijke woord openbaren aan mensen van het vak, zoals bepaalde sociëteiten, concilies, buitengewone piëtisten, met een aureool omgeven Zeloten en volleerde toonbeelden van deugd, en aan zo'n gelukskind moest Hij dan ook meteen de macht geven om bergen te verzetten; anders is het niets gedaan met de goddelijke boodschap en openbaring van Christus!

 

Aan een leek of iets wat op een zondaar lijkt, mag de Heer Jezus zich nooit kenbaar maken; want in zo'n geval is de openbaring al verdacht en wordt net zo min aangenomen als dat Ik Zelf aangenomen werd door de hoge Joden, omdat Ik naar hun trotse en eerzuchtige mening met veel te weinig goddelijke waardigheid opgetreden ben; maar, dat alles doet niets ter zake! Alleen het getuigenis van Johannes geldt! (Bron: GJE1-5:15-19)

 

[Noten: Messias is synoniem met koning of gezalfde = Christus (Grieks voor Messias); de Messias is voorzegd in Jesaja 7:14 en Jesaja leefde ruim 700 voor Chr. Jesaja zei zelfs 200 vooruit de geschiedenis van Cyrus. De aartsvader Jacob in Egypte voorzei dat de Messias dan komen zal, als de Joden niet meer hun eigen koning zullen hebben – dit zei hij in 1866 v.Chr. – zie Gen.49:10. Daniel in 543 v. Chr. zei dat de Messias na ongeveer 481 jaar in het jaar 453 v. Chr. vanaf Pasen gerekend, zou gezalfd worden,  – dat is 28 n. Chr. – zie Psalm 2:6  - of Zijn heerschap van het nieuwe Verbond – zie Hebr.9:15 en zal aantreden en  dan Zich opofferen voor de erfzonde der wereld – zie Dan.9:24-28. In 724 v. Chr. zei Jesaja de volgende teksten in 40:3-40. In 440 v. Chr. zei Maleachie 3:1-23,  dat de engel Elia als voorbode zal optreden en de weg voor de Messias zal voorbereiden; deze prediker in de woestijn was Johannes de Doper in de woestenij Betabara aan de Jordaanrivier. In 726 v. Chr. zei Jesaja 7:14,  dat de Messias via een maagd geboren zal worden. In 719 v. Chr. zei Micha 5:1,  dat Bethlehem als geboorteplaats van de Messias zal worden. In 602 v. Chr. bericht Jeremia 31:15 over de komende kindermoord te Bethlehem. In 1458 v. Chr. zei Mozes dat de Heer een groot profeet zal opwekken – zie ook Deut.18:15-19. In 1055 zat David op de troon. In 1028 sprak de profeet Nathan tot David. In Hosea 763 v. Chr. ‘Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen‘. [Hosea 11:1] (Jezus uit Ostracine in Egypte). Het was eerst Lukas die het Jordaanverhaal wist en opschreef, dan kwam de pseudo-Mattheus uit Sidon (Rabbas) - In Markus werd het door de naschrijver uit de volksvertelling genoteerd, want Marcus heeft dit bericht niet gebracht maar het originele Marcus-evangelie heeft de roomse kerk nooit in handen gehad – Johannes beschrijft de Johannesdoop wel op de juiste wijze.]

www.zelfbeschouwing.info