Trapsgewijze evolutieve ontwikkeling vervolg>

 

Het is niet mijn pretentie de Hebreeuwse Kabbala hier steeds te benadrukken, hoewel ik weet, dat sommige personen zich hieraan kunnen storen. Besef echter, dat er veel bronnen bij de Schepper zijn waar we uit het levenswater mogen putten. De Ik-gesteldheid staat voor de levenswil, de menselijke wortels staan voor de levensgeest en de levenskracht. Samen vormen ze een drieheid (triniteit).

 

De geestelijke groei is afhankelijk van onze eigen innerlijke levensboom, de boom die door Adam werd genegeerd. Hij werd ervoor door de slang verleid om de appels van de boom der kennis te eten. Leonardi da Vinci tekende de mens als een microkosmisch wezen. Wat de mens in het klein is, is hij ook in het groot. Je zou het pentagram kunnen gebruiken om daarin een mens te plaatsen. De menselijke evolutieweg kunnen we zelfs nog beter kenschetsen in een (ronde) cirkel met vier denkbeeldige horizontale lijnen. De onderste lijn (of laag) symboliseert zijn geworteldheid.

 

De mens (als onbewuste geestentiteit) klimt in trapsgewijze ontwikkeling via mineralen, stenen en planten zijn weg omhoog. De lijn van onderen daaropvolgend voert hem omhoog in het dierenrijk. Het dier is nog geen mens! Eenmaal boven gekomen volgens het evolutieplan van God hebben we als mens nu alles in ons: water, mineralen en metalen en ook het dier. In de onderste fase is er geen sprake van een geestesgesteldheid noch een ziel. In de tweede lijn of laag komt er een tussenbewustzijn: de dierlijke ziel (psyche).

 

Uiteindelijk incarneert de dierlijke ziel naar een hogere trap via een geestelijke weg tot mens. Er wordt namelijk een goddelijke geestesgesteldheid aan de mens toegevoegd (in het hart – in de sinusknoop), opdat de mens bewust kan communiceren en handelen. Dit is de derde laag in de cirkel. Tegelijkertijd kan de mens ook schouwen en een visie hebben. Dit is de bovenste laag, die als het ware met het geestelijke gebied correspondeert. Een dergelijke cirkel kunnen we ook in drie delen opsplitsen. Het eerste deel begint al bij de geboorte. Dan zijn we nog met aardse luiers ”ingewikkeld” , allegorisch wel te verstaan. In het tweede deel van ons leven beleven we een ”ontwikkeling” en in het laatste deel beleven we een ”afwikkeling”. Volgens de geschriften van Jakob Lorber draait het om de ziel van de mens. We moeten dus eerst weten wat de ziel eigenlijk is.

 

De mens als microkosmisch wezen staat opgetekend in een vijfdelige ster. We hebben immers vijf vingers en tenen aan elke hand en voet. Als we nu de tweede laag of lijn in de cirkel (als psyche of gevoelslaag) met boven (God) of met beneden (antigod) verbinden, dan ontstaan er symbolisch twee tegengesteldheden. Of de mens wordt aangetrokken naar het licht (God) of naar de duisternis (antigod – waar hier ”licht” maar schijnlicht is). De vraag is hier echter: tot welk deel wordt onze ziel aangetrokken? Is dat het OERLICHT (het Goddelijke Centrum) of is dat de OERDUISTERNIS (het plutonische centrum)? vervolg> of <terug

www.zelfbeschouwing.info