Mens gelijk op een boom vervolg>

 

Er moet toch iets zijn in de mens wat hem inhoud geeft? Laten we het nog eens hebben over de boom. Als je ’s avonds in het donker wandelt en er doemt zomaar een kleine boom op van een manslengte, dan denk je al gauw aan een stilstaande persoon. Wat de mens dan rechtop doet staan is immers zijn IK-kracht, zijn Ik-wil. Vanuit Hebreeuwse beschouwing leg ik gemakshalve een link tussen “ik”, “scheepje”, “boom”, “schaduw” en “vallen”. Nagenoeg corresponderen al deze begrippen met de Hebreeuwse woordwaarde 160 respectievelijk 16 of 61.

 

Bijvoorbeeld het woord “ik” heeft de Hebreeuwse waarde 61. Dit is samengesteld uit 1+50+10 van het Hebreeuwse woord ANI. Zo is de Hebreeuwse getallenwaarde voor “boom” 160. Deze kent de samenstelling 70+90 = 160. Dat is vervolgens ook 10 x 16 of 1 x 1.6 en verhoudt zich als 1:6. Vervolgens heeft het woord “vallen” voor het Hebreeuwse woord NePhaL de waarde 160 uit 50+80+30. En tot slot kent “schaduw” voor het Hebreeuwse woord TseleM de waarde 160 uit 90+30+40. Is het dan niet verwonderlijk, dat juist onze menselijke IK-gesteldheid deze waarden heeft: de Hebreeuwse woordwaarde 61.

 

De daaraan verbonden analogie met het overbekende vers, nog bekend bij ouderen, is: “Scheepjes onder Jezus hoede”. Het is de Ik-gesteldheid van de mens, die hem verbindt met Animus, Anima of zelfs Animal als psychische gesteldheden. Zowel mens als dier hebben dezelfde psychische gelijkheden. Alleen de mens onderscheidt zich van een dier, omdat in zijn hart de goddelijke geest woont, hoewel ze dezelfde zielsgesteldheid of de Ik-persoonlijkheid hebben. Het scheepje en de persoonlijkheid hebben samen een bepaalde bestemming als de weg naar een bepaald doel. In bestemming zit STEM; in persoonlijkheid zit PERSONA (dat doorklinkt). De stem brengt stemming op je levenspad.

 

Meerdere malen wordt in de Jakob Lorber boeken het mensenlichaam bestempeld als een slangenlichaam. Op de keeper beschouwd lijkt onze wervelkolom zelfs bijna op een ladderfiguur met daaraan een hoofd. De slang (Samech) heeft de Hebreeuwse waarde 60. Juist met de één erbij maken we verbinding met God. De menselijke Ik-gesteldheid heeft dus één getal meer in waarde: één en zestig! Want zonder de één blijft de mens in zijn slangenbelevenis en zonder besef van zijn God-Ik-gesteldheid. Men kan het  (rang)telwoord één ook zien als het Engelse woord voor First. Dit is synchroon aan vorst, de voorste. In de Bijbel wordt “IK” voor het eerst in Genesis 6:17 zelfs twee keer benadrukt. Daar is al een verborgen link naar de kruisiging van Jezus, die volgens de Geschriften van Lorber geboren is op zeven januari (7-1) en dus niet op 25 december. Het zesde hoofdstuk verbind ik met de zesde Hebreeuwse letter, dat NAGEL of SPIJKER betekent.  In deze Ikvorm spreekt God dan Zelf. vervolg> of <terug

www.zelbeschouwing.info