Menselijke ontwikkeling

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Maar dat boven dit alles uit de ouderdom van het mensengeslacht in de voleinding, zoals het nu is, toch overeenkomt met de berekeningen van Mozes, ook wat betreft de materie en de tijd, daar kun je volledig van verzekerd zijn. Wel was er op de Aarde lang voor Adam een machtige diersoort, die weliswaar niet wat uiterlijk betreft op het daaropvolgende mensen­geslacht geleek, maar des te meer voor wat betreft een soort instinctmatig, maar toch zeer scherp verstand. De tegenwoordige olifant is nog zo'n variant daarvan, maar dan psychisch veel onvolmaakter.Deze grote dieren hebben de aarde ook al bebouwd en waren dus de voorlopers van de mensen. De Aarde werd door hen voor de mens duizendmaal duizend jaren bevolkt.

 

Door deze grote dieren moest de nog zeer harde steen bodem van de aarde zachter en voor het gedijen van edele vruchten en dieren bruikbaar worden gemaakt, voor hij eindelijk in staat was de tere natuur van de mens lichamelijk voort te brengen volgens het plan van de eeuwig goddelijke orde, zoals dat in iedere, toen nog materievrije, maar toch al in de lucht van de aarde levende natuurziel gelegd was. Pas toen de bodem van de aarde helemaal rijp was, werd een zeer sterke ziel uit haar vrije luchtbestaan geroepen om voor zichzelf uit de vetste leemhoudende humus een lichaam te maken volgens de orde van de in de ziel aanwezige oervorm van God. En de eerste gerijptste en sterkste ziel deed waartoe zij van binnen uit door de goddelijke kracht werd aangezet. Zo stapte de eerste ziel in een door haar zelf goedge­organiseerd, nieuw en krachtig lichaam en kon toen de gehele zintuiglijke wereld en vele schepsels, die er allen al vóór haar waren, volledig bekijken.

 

Maar het grote geslacht der dieren en zijn gehele voorschepping verdween voor het grootste deel al lang tevoren van de aarde, vóór de eerste mens met zijn op God gelijkende majesteit de wijde aarde begroette. Maar desondanks zullen er zich altijd nog overblijfselen van deze voor­bewoners op en in de aarde bevinden; de mensen zullen echter niet weten wat ze daarvan moeten denken. De wijzen zullen beetje bij beetje toch daardoor op het spoor gezet worden dat de aarde ouder is dan de korte tijd van de Mozaïsche berekening, en Mozes zal daardoor tijdlang zeer in diskrediet geraken. Maar door Mij zullen dan weer andere wijzen gewekt worden, die Mozes in het volle licht zullen zetten. Vanaf die tijd zal het niet lang duren tot het hele rijk van God zich op de aarde vestigt en de dood voor altijd zal verdwijnen van de vernieuwde aarde. Maar voor die tijd zal er nog veel tegenspoed op de aardbodem verduurd moeten worden.

 

Ja, de aardbodem zal eerst nog vaak door het bloed en het vlees van de mensen door en door bemest moeten worden, en uit die nieuwe geestelijke humus zal dan pas het lichamelijk onsterfelijke tijdperk voor deze aarde beginnen, zoals ten tijde van Adam het tijdperk begon waarin de ziel uit de vette leemhumus een volkomen lichaam in haar goddelijke vorm kon opbouwen. De mensen, die hier tijdens hun sterfelijke, lichamelijke leven al geheel zijn wedergeboren, zullen dan voor de gehele duur van dit tijdperk als reine geesten en engelen heersen, en dit tijdperk zal helemaal door hen geleid worden. Maar mensen uit deze tijd, die niet geestelijk volgroeid zijn, zullen in dit nieuwste tijdperk van de Aarde wel met onsterfelijke lichamen op de aarde geplaatst worden, maar in heel behoeftige om­standigheden. Zij zullen heel veel en vaak zeer hard, dienend werk moeten doen, wat hen heel bitter zal smaken, omdat zij zich maar al te goed hun vroegere en heel gelukkige toestand tijdens hun sterfelijke leven zullen herinneren. Dit tijdperk zal dan zeer lang duren, tot uiteindelijk alles volgens het plan van God in een geheel geestelijk bestaan zal overgaan. Kijk, dat is het verloop volgens de orde van God, van alle dingen, al het ontstaan, bestaan en zijn!" GJE2-215 [8-16]

www.zelfbeschouwing.info