Vragen met betrekking tot de Maan

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: [Eerst zei vermeld, dat vrienden van Jakob Lorber – 1840 -, de schrijfknecht van de Schepper, vragen stelden over de Maan, hoe bijvoorbeeld wezens, die net als de mens - met een lichaam bekleed zijn, op de achterkant van de Maan wonen].

https://ci5.googleusercontent.com/proxy/NoUTUdtQoKPlku0OSb9ALMrdolWQs05-sPailAWEMi7VaZ_tXx_m3yhroGFGbGWYMXs-uw5inTsERuenuZEQfqY-GN01raV_59Lt2K1m1G27=s0-d-e1-ft#http://www.tagesleitzettel.de/bibellese/mailpics/frage1.gifVraag 3. Wat denken ze van onze Aarde, en weten ze, dat U op Aarde een mens bent geworden en door Uw bitter lijden en sterven de zonden van de wereld hebt weggenomen?

 

Antwoord op vraag 3.

De Heer: ‘De vraag, wat de Maanbewoners van de Aarde denken, is na dit alles overbodig. Want de bewoners die vanwege hun plaatsing aan deze kant van de Maan op Aarde zouden kunnen zien, zijn geesten en kunnen het materiële alleen maar langs de weg van de geestelijke overeenkomst zien; bewoners aan de andere kant van de Maan krijgen de Aarde toch nooit te zien en kennen haar alleen maar geestelijk’.

 

Vraag 4. Hoe veroorzaakt de Maan het slaapwandelen of somnambu­lisme?

Antwoord op vraag 4.

De Heer: ‘Wat de laatste vraag betreft, jullie gedachte als zou de Maan het slaapwandelen veroorzaken, is volkomen onjuist. Dit wordt in de tijd dat het volle Maan is alleen maar veroorzaakt door het intensiever wor­den van het magnetisch fluïdum van de Aarde zelf. Als de Maan zich in het volle licht van de Zon bevindt, drijft het licht het magnetisch fluï­dum van de Maan als het ware weer naar de Aarde terug, waardoor de Aarde dan weer hoger geladen wordt en mensen, wier bloed door in­werking van water, lucht of etenswaren meer metalen bevat, hebben dan de natuurlijke mogelijkheid in zich, juist dit terugstromend fluï­dum geleidend op te nemen’.

 

‘Als hun zenuwen dan daarmee zijn opgevuld en een hinderlijke druk op de ziel beginnen uit te oefenen, dan ontwaakt deze of liever gezegd: ze maakt zich los van haar lichamelijke banden en wil de druk van het lichaam ontvluchten. Het lichaam heeft nog een geheel eigen zenuwgeest, die ten eerste sterk verwant is met het magnetisch fluïdum, ten tweede echter net zo innig met de ziel, die weer door deze zenuwgeest verbinding heeft met het lichaam en er mee correspondeert. Als de ziel er tussenuit zou willen gaan, wekt ze ook de innig met haar verbonden zenuwgeest en deze dan natuurlijk weer het lichaam en zo werkt dan de zogenaamde slaaptrein, alsof er drie mensen achter elkaar liepen die aan elkaar zijn gebonden; maar de geest blijft in de ziel, waardoor zij ook leeft’.

 

‘Als dan zo'n slaapwandelaar zijn gezicht naar de Maan toekeert en vaak op daken en kerktorens klimt, gebeurt dat omdat hij zich uit de magnetische overvolle diepte van de Aarde wil verheffen en daardoor zijn drukkende overvloed van dit fluïdum wil verminderen, zodat het lichaam weer geschikt is zijn ziel met de geest door de ze­nuwgeest opnieuw op te nemen en te herbergen. Als het lichaam vrij is geworden, brengt de ziel het door middel van de zenuwgeest op zijn vorige plaats terug en verenigd zich dan pas weer helemaal met het li­chaam. Natuurlijk weet de ziel niets van die toestand, omdat ze geen geheugen heeft. Dit wordt ten onrechte door de filosofen voor een zielsvermogen aangezien, terwijl het zo is, dat de ziel alleen datgene weet wat ze juist ziet, de herinnering van de ziel in het lichaam is niets dan een herhaald terugzien van de overeenkomstige vormen die de geest in zich draagt’.

 

‘Nu weten jullie alles, behalve hetgeen eigenlijk het essentiële is van dit magnetisch fluïdum. Wat dit is en waaruit het bestaat is niet te verduidelijken met een paar woorden; want met enkele wijze woor­den zouden jullie het moeilijk begrijpen en voor een lange uiteenzet­ting zijn jullie reeds te vermoeid.

Wachten jullie daarom de volgende gelegenheid af om dit niet onbelangrijk naschrift te ontvangen, waarmee dit werk eigenlijk pas afgerond is. Dus voor vandaag Amen! Ik, jullie Vader, Amen!’ [bron: Hemelse Gaven]

 

[Opmerking: Alle woorden, waarin ‘maan’ ligt verscholen houden op de een of andere manier een boodschap in, een maning of vermaning, waarover elk mens wat dieper kan nadenken. Er bestaan basiswoorden die ontstaan of afgeleid zijn van de Maan, of afvloeiende woorden daarvan in verzwakte vorm. De eerste dag van de week is Maandag en vernoemd naar de Maan. De maand is dus vernoemd naar de Maan en kent oorspronkelijk 28 dagen, analoog aan de vrouwelijke cycli, de Maanstonden of de benodigde verbanden met de Maan. In de bioritme is er een link met geboortedag en de weekdag, waarbij de vrouw haar cycli meestal rond zo’n weekdag heeft. Is dit niet het geval, dan loopt ze uit de pas van het Maanritme.]

www.zelfbeschouwing.info