Vragen met betrekking tot de Maan

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: [Eerst zei vermeld, dat vrienden van Jakob Lorber – 1840 -, de schrijfknecht van de Schepper, vragen stelden over de Maan, hoe bijvoorbeeld wezens, die net als de mens - met een lichaam bekleed zijn, op de achterkant van de Maan wonen].

 

https://ci5.googleusercontent.com/proxy/NoUTUdtQoKPlku0OSb9ALMrdolWQs05-sPailAWEMi7VaZ_tXx_m3yhroGFGbGWYMXs-uw5inTsERuenuZEQfqY-GN01raV_59Lt2K1m1G27=s0-d-e1-ft#http://www.tagesleitzettel.de/bibellese/mailpics/frage1.gifVraag 2. Hoe voeden ze hun kinderen op?

Antwoord op vraag 2

De Heer: ‘En als daarmee de eerste vraag is beantwoord, dan volgt daaruit vanzelf de tweede; want waar Ik ofwel Zelf uiterlijk optreed door daarheen gestuurde engelen, ofwel innerlijk Zelf als leraar optreed, daar zijn geen kerkelijke en ook geen anderssoortige leiders nodig ­ waaruit jullie kunnen opmaken dat degene, wiens leraar Ik ben gewor­den, alle andere opperste leiders heel gemakkelijk kan missen, vooral als de leider veel meer een gouden dan een geestelijk leider is. En zo is de hele Maan niets anders dan een geestelijke correctiestaat onder Mijn persoonlijke leiding.

 

Volgens deze innerlijke leer worden hun kinderen ook opge­voed. Het enige wat ze nodig hebben is de liefde en hieruit het geloof volgens de leer van de geesten, dat Ik een mens ben en dat Ik de licha­melijke natuur heb aangenomen op de wereld waar zij oorspronkelijk van afstammen, om niet alleen alle mensen van de Aarde en de Maan za­lig te maken, maar ook om allen die in de eindeloze ruimten over tallo­ze hemellichamen verstrooid zijn, bijeen te brengen en onder het kruis van de liefde ook voor hen een blijvende woonplaats te stichten. - Dit is dan alles over de religie en Godsverering op de Maan’.

 

‘Daarom moeten daar de mannen hun vrouwen ronddragen, op­dat ze door de hen steeds drukkende last van hun zinnelijke vlees lust zullen genezen. Waarlijk Ik zeg jullie: op Aarde moest een koning in zijn rijk zo'n beslist noodzakelijke plicht aan alle wellustigen opleg­gen, namelijk dat, als zo'n wellusteling met een deerne overspel had gepleegd, hij haar dan een heel jaar lang op zijn rug moest rondslepen en haar zo dag en nacht, liggend, zittend, staand of lopend bij zich moest houden. Voorwaar, hij zal in deze tijd het zoete vlees zeker zo beu worden, als iemand die zijn maag zo bedorven heeft door het snoe­pen van honing, dat hij, als hij weer hersteld is, nog banger is voor de honing dan voor de bij die steekt!

 

‘Dit werd hier evenwel verteld om een duidelijker beeld van de Maan te krijgen en hoeft hier op Aarde, waar de mens in zijn volste vrijheid is, niet toegepast te worden, omdat de straf wel het vlees een tijdje betert en tot orde brengt, maar echt niet de ziel en nog minder de vrije geest. - Vandaar dat op de Maan deze handeling niet als straf plaatsvindt, maar als uiting van een inniger, be­tere liefde’. [bron: Hemelse Gaven]

www.zelfbeschouwing.info