Vragen met betrekking tot de Maan

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: [Eerst zei vermeld,dat vrienden van Jakob Lorber – 1840 -, de schrijfknecht van de Schepper, vragen gesteld hebben over de Maan, hoe wezens, die net als de mens met een lichaam bekleed, op de achterkant van de Maan wonen].

 

https://ci5.googleusercontent.com/proxy/NoUTUdtQoKPlku0OSb9ALMrdolWQs05-sPailAWEMi7VaZ_tXx_m3yhroGFGbGWYMXs-uw5inTsERuenuZEQfqY-GN01raV_59Lt2K1m1G27=s0-d-e1-ft#http://www.tagesleitzettel.de/bibellese/mailpics/frage1.gifVraag 1. O Liefdevolle Heer en Heiland! Hoe vereren de Maanmensen U? Vormen ze onder een of ander opperhoofd een kerk of staat?

 

Antwoord op vraag 1

De Heer: ‘Jullie kunnen al deze vragen op Aarde zelf precies beantwoord zien en wel om die reden, dat tussen de mensen van de Aarde en die op de Maan in geestelijk opzicht geen wezenlijk verschil bestaat; want, zoals jullie toch al bekend is, zijn de Maanbewoners niets anders dan mensen van deze Aarde, die zich moeten beteren en ze brengen, zoals elke andere geest, hun werken met zich mee. Dat echter de wer­ken van degenen die naar de Maan zijn verhuisd nu juist niet van de beste soort zijn, is al wel duidelijk door het feit dat ze daarheen werden gebracht’.

 

‘Willen jullie iets weten over de verering die de bewoners van beide zijden van de Maan Mij toedragen?, kijk dan eens naar het wereldse volk van deze Aarde en je zult een getrouwe afspiegeling zien van hoe de Maanbewoners Mij vereren. Welke eer bewijzen de wereldse mensen op Aarde Mij en met wat voor lofprijzing betalen ze Mij de gepaste tol? Besteden deze wereldse mensen niet al hun zorg aan hun vuile lijf?’

 

‘Sommigen zijn altijd door bezorgd bezig om te bedenken met welke vodden ze de mesthoop van hun geest zullen omhullen. Weer anderen zijn bezig met te bedenken wat voor heerlijk eten ze wel niet zullen klaarmaken omdat dan daar­na in hun maag, als de werkelijke arbeidsplaats van de dood, naar bin­nen te schuiven. Weer anderen zijn bezorgd over hun prachtige huis, over een schitterende inrichting, zachte stoelen en sofa' s, glanzende ta­fels en heel zachte bedden om daarin des te gemakkelijker zowel over­dag als 's nachts, te luieren en er nauwkeurig acht op te slaan, dat hun innerlijk meest geliefde vriend 'maag' toch niet een of andere beledi­gende druk of zelfs een iets pijnlijke kwelling zou ondervinden’.

 

‘Ook zijn deze vrienden van de maag heel erg bang voor zonnestralen, waar­om ze dan ook zorg dragen dat niet teveel zonlicht door het raam naar binnen komt, waarom ze hun ramen dan ook met allerlei vodden be­hangen. Merken jullie niet dat zulke mensen hier al een flauwe ver­wantschap vertonen met de holbewoners op de Maan, die, omdat ze zich niet meer zulke prachtige huizen kunnen inrichten en niet meer in staat zijn hun ramen met vodden te behangen, daarom voor de zon­nestralen in hun holen vluchten en daarin ook tot laat in de middag blijven, net zoals de mensen op Aarde die het zich gemakkelijk maken, zichzelf goed doen en die vanuit hun kamers in mooi beklede en veren­de wagens stappen om, naar hun mening voor hun lichamelijke gezondheid wat passende beweging te nemen’.

 

‘En weer anderen hebben geen belangrijker werk dan zaken doen en met geld woekeren. En nog weer anderen hebben geen andere gedachten dan zich op te dirken, wat vooral door het vrouwelijk geslacht ijverig wordt betracht en wel met het rechtschapen doel een of ander onervaren jongmens daardoor voor de mal te houden en grof te bedriegen. Dit doet trou­wens geen rechtschapen meisje, want als ze haar werkelijke innerlijke waarde erkent en daardoor ook de waarde van haar medemens, vraag je dan af, zou ze zich dan wel zo opdirken om iemand te bedriegen en te doen als de joden, die het slechte metaal oppoetsen om het als goud aan een of andere dwaas te verkopen?’

 

‘Ik zeg: dat zal ze niet doen, om­dat ze erkent dat ze geen namaak, maar echt goud is, waarvoor ook geen dwaas maar een verstandig mens nodig is om dadelijk te erken­nen dat het goud is en het voor de juiste prijs te nemen. Zie - Ik zou nog heel veel meer over wereldse mensen kunnen vertellen; maar het is ter verduidelijking van de zaak niet nodig. Jullie weten dat Ik eens heb gezegd dat niemand zich zorgen moet maken over wat hij zal eten of drinken en ook niet over zijn kleding, maar hij moet alleen maar Mijn rijk zoeken en diens gerechtigheid, en dat is Mijn grote liefde tot hen, die Mij ook, net zoals Ik hen, boven alles liefhebben’. [bron: Hemelse Gaven – Jakob Lorber]

www.zelfbeschouwing.info