Maan als Verbeteringsinstelling

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: In deel drie van het Grote Johannes Evangelie beseft de ziel van één der leerlingen van Jezus wel veel en hij overziet de gehele vorm van de Aarde en zijn blik dringt tot in haar diepste diepten. Hij overziet de Maan als een heel treurige, armzalige, kleine wereld, bestemd voor nog kleinere en armzaliger mensen en andere schepsels. Vervolgens ziet hij ook Mercurius, Venus, Mars, Jupiter, Saturnus en ziet daarboven nog soortgelijke, kleine en grote hemellichamen. (GJE 3-127) 

 

Ook de geestelijke Zon deel 2 beschrijft, dat er op de Maan bepaalde leerscholen zijn of verbeteringsinstellingen voor geesten, die daar leven onder erbarmelijke omstandigheden, maar daar ook heel langzaam vooruitgang zullen boeken. Zulke geesten behoren daar van oorsprong niet thuis. In de Huishouding van God 2-170 wordt de Maan vergeleken met een pronker in de nacht, die koud licht afstraalt. In deel 2-148 wordt de Maan als een dode planeet beschreven. Daar is totale stilstand. De Maan heeft een gedwongen of gevangen leven te doorlopen, dat op zichzelf al geen leven meer is, maar betrekking heeft op de betrekkelijkheid ervan en dat in haar de dood heerst.

Gedwongen werkberoep op de Maan

‘De Zon hoort bij ons planetensysteem en de Zon is de eerste, waar de (mensen)geesten na het afleggen van hun lichamen de Zonsfeer al werkend betreden. Maar het dichtst boven de Aarde staat de Maan. Op deze Maan wordt een vreselijk strafberoep uitgeoefend voor hardnekkige materiële en zinnelijke geesten. Het is daar geheel anders dan om een vrij beroep te hebben. Op de Maan wordt evenwel dus een gedwongen strafwerkberoep uitgeoefend en meer nog dan een vrijwillig leerberoep. De leergeesten op de Maan zijn daar zo ongeveer wat op Aarde bij ons de elementaire leraren zijn, die hebben naast het leerboek tegelijk ook de tuchtroede in handen´. Waarom zoiets dan noodzakelijk is, leren we in het navolgende: ‘Want hoe ziet de Maan eruit en waarom ziet zij er zo uit? Welke relatie en gesteldheid heeft de Maan met haar bewoners en hoe worden deze geesten onderricht?

 

Heel vaak, en meestal na duizenden jaren, komen zulke geesten terecht in de sferen van andere planeten. Vaak die het dichtst erbij staan, zoals Mercurius, Venus, daarna Mars (planeet der verdeemoediging). Dan Jupiter en nadien de heerlijke planeet Saturnus. Vandaar naar Uranus  en ten slotte naar Neptunus (Miron). De geesten komen – wel te verstaan - alleen in de geestelijke sferen van zulke planeten. Dan rijst de vraag of dit wel de gewoonlijke weg is, die alle geesten hebben te gaan om uiteindelijk in de hemel te arriveren!?’ (GS 2-122)

 

´In het eerste geval heeft het licht geen voorwerp tegenover zich in de hoge ether, vandaar dat niemand merkt dat het licht daar is. Staat de Maan echter in haar volheid, dan zien we duidelijk haar weerkaatsend uitstralende zonlicht. Iedereen die maar enigszins met de sterrenkunde vertrouwd is, zal gemakkelijk merken hoe en waarvandaan de Maan door de Zon wordt beschenen’. (Aarde en Maan 1-52)

www.zelfbeschouwing.info