Leerschool en geestelijke ontwikkeling op de Maan

 

Voorwoord

Het is op elke leeftijd zeer nuttig om van tijd tot tijd je geestelijke boekhouding op te maken. Een soort testament. En goed kijken naar je innerlijk leven. Hoe staat het voor met je administratie? Sta je diep in de rode cijfers? Dan wordt het misschien eens tijd om je eventuele schulden af te lossen. Het is nooit te laat! Hoe vroeger hoe beter!  Dat het zeker is, dat er mensen (geesten) op de Maan wonen, kun je hierna lezen. Hoe ziet het eruit op jouw wandelpad? Het spreekwoord: ‘loop naar de Maan!’ is niet zomaar… Dan liever hier al door ‘het lot’ gecorrigeerd worden! De geschriften van Jakob Lorber beschrijven het een en ander over het wezen van de Maan en de Aarde. Soms kom je in het leven iets tegen dat je shockeert, waardoor je serieuzer en ernstiger gaat nadenken over je eigen zielsontwikkeling. Want heb je slechts oren en ogen voor deze wereld met al haar wereldse glorie, glitter en aandacht, dan kan dat al een verborgen aanwijzing zijn je dat je het eigen ego streelt. Bij mij kwam tenminste het oeroude religiegevoel weer terug. Als het ge(weten) in je knaagt – en weliswaar aan de schors van je ziel, dan wordt het toch eens tijd en ook zelfs noodzakelijk om zelfonderzoek te doen. De Bijbel en de tal van Lorberwerken kunnen je tot zeer grote steun worden. De Heer waarschuwt meerdere malen ervoor je te behoeden om nooit op die Maanwereld terecht te komen. Dan kan het toch wel zijn dat de tijd zich opdringt om alles op alles te zetten en schoon schip te maken in je ziel. Je kunt deze behoefte ook met anderen delen.

 

Als je steeds maar hangt aan deze aardewereld met al haar uiterlijke bekoringen, dat slechts maar een schijn is, dan resoneert dat feitelijk op de schijn van de Maangesteldheid in je innerlijke ziel. Er bestaat een soort wetmatigheid, die nooit verdwijnt en in deze onverbiddelijke wet is er ook iets van analogie. Stel, dat je op een Maandag geboren bent, dan zou het kunnen zijn, dat er al een relatie bestaat met de Maan. Toeval? Nee, het valt je hoogstens toe! Heb je ook nog te kampen met een vervelende maagkwaal, dan kan dat volgens de leer der (g)astronomie zeker een overeenkomst hebben met de Maan. Zoals elk orgaan immers een analoge relatie met het planetaire zonnestelsel heeft, zo is er ook een overeenstemmende en bijzondere samenhang met Maan en maag. Wat geestelijk niet optimaal verteerd wordt, gaat vaak fout in de fysieke vertering. De Maan is de eerste materiebol in de ‘astronomische ruimte’ die wij waarnemen in de uitgestrekte ether boven de Aarde als kind van moeder Aarde. Astronomie en (g)astronomie zijn dus zeer nauw aan elkaar verwant. In het Grieks betekent maag ‘Gaster’ en ‘Gastritis’ betekent een geïrriteerd gevoel in het belevingsgevoel. Zoals de Zon beeld staat voor de ik-kracht staat de Maan beeld voor het gevoel. De Maan weerkaatst de Zon. Het ik-gevoel is een weerspiegelde ik-vorm van het gevoel. Als er een conflict is met de aandoeningkracht, kan er geen evenwichtige balans zijn met geestkracht. Het mysterie van de Maan komt op verrassende wijze in de Lorberwerken uitvoerig aan het woord. Laat het ware licht van de Zon in ieder ander tot haar recht komen.

 

Inleiding

In ons taalgebruik zijn diverse woorden afgeleid van de Maan. Het woord ‘Monade’ staat voor het begrip ´ziel´ of ondeelbare entiteit. Jakob Lorber beschrijft de Monade als lichtatomen. Natuuronderzoekers noemen het ‘etherische lichtmonaden’, een specificum waarin intelligente krachten wonen. Zo is het hele universum of de hele oneindigheid gevuld met de ideeën van de Godheid. Ze vullen de hele oneindigheid, maar deze zijn in een monade ook aan te treffen, natuurlijk in de meest verkleinde vorm, net zoals lucht in de kleinste zeepbelletjes dezelfde delen bevat die ook in de algemene lucht aangetroffen worden. Monade heeft dus ook met de ziel te maken. (bron Aarde en Maan 1-46-4 en 1-52-7) - De letters MN-D hebben een overeenkomst met ´maand´ (Dts: Monat) en is synoniem met ´mond´. MieN is het Hebreeuwse woord voor ´geest´. Jakob Lorber heeft het diverse malen over een aardse en een hemelse Maan. Monomanie betekent ‘ziekelijk beheerst worden’. Volgens de beschrijvingen in de Lorberwerken moet de Maan erg saai en monotoon zijn en volgens Swedenborg betekent Maan ‘menselijk gemoed of menselijke geest’ als hu-mana, dat de hele mens is. Na aflegging van het stoffelijke lichaam leeft de mens verder in de geest. Gemoed en geest hebben een identieke betekenis. De Engelse vertaling geeft hieraan ´MIND´, de Franse MENTAL en de Nederlandse MENS, wat monas betekent.  Alles wat wij in Jakob Lorber lezen en ook hebben mogen ontvangen betreffende de Maan, is natuurlijk bedoeld als hulp om steun te krijgen in het eigen innerlijke.

 

Het oudste kind van de Aarde is de Maan. Haar ontstaan geschiedde in een ver verleden waar nu nog de Pacific gelegen is. De gebannen oergeesten hadden in de oertijd zich van God verwijderd en werden samen met Lucifer opgesloten in de allerergste materie: die van de Aarde. Toen er een ernstige vulkaanuitbarsting plaatsvond, diep onder in de Aarde, wat nu Tahiti is, dat gelegen is aan de Grote Stille Oceaan, brak een groot stuk vloeibare klomp materie uit de Aarde uit haar voegen en werd dit bijna vierhonderdduizend kilometer de lucht weggeslingerd. Die vloeibare massa werd geleidelijk vaster en dat is uiteindelijk onze Maan geworden. Als vast wereldlichaam is de Maan ook veel zwaarder dan de Aarde. De gevallen geesten van de oerengelen, die in het diepst onder de Aarde gekluisterd waren, werden deels in de lucht mee weggeslingerd en deze bewonen nu o.a. Maan. Volgens Lorber is de Maan een grote leerschool voor hardnekkige geesten, die in hun vroegere aardse leven erg materieel en zinnelijk waren en nu moeten leren hun hoogmoed in deemoed om te zetten. Zij leven daar zeer lange tijd, wel duizenden jaren en in zeer erbarmelijke omstandigheden. Zij moeten daar duizenden malen sterven en krijgen tijdens dat sterven het gevoel voor altijd verloren te gaan. Ook voor hen is na een bepaalde (lange) tijd uiteindelijk weer terugkeer mogelijk. Wat de Bijbel ‘eeuwig’ noemt betekent qua tijdsduur echter niet telbaar.

 

Zoals de Aarde haar Maan op een afstand houdt, zo verhouden de Maanbewoners zich tot de Aardebewoners. Sommige mensen kunnen bij volle Maan enkele Maankraters met het blote oog wel zien. Met een verrekijker of telelens zijn zulke kraters uitstekend zichtbaar. De kraters hebben de functie om het magnetische fluïdum voor de Aarde in balans te houden. De Maan heeft een onregelmatige omloop en haar baan kent afwijkingen. Dat is de reden waarom wij steeds maar één kant van de Maan zien. Er bevindt zich wel water, lucht en ijs op de Maan, maar slechts op de achterkant van de Maan, die wij nooit kunnen zien. Op de armzalige Maan (zichtbaar voor ons oog) met haar diepe kraters, bevindt zich nog minimale lucht die nooit ontsnappen kan. Als het bij ons volle Maan is, dan is het op de achterkant daar nacht. De Maan beweegt zich langzaam om de Aarde. Toen de astronauten grondmonsters deden en tien centimeter in de grond boorden, troffen zij vocht aan. Daarna hielden zij het stilzwijgen. Zij zagen de Aarde als een blauwe mooie globehuls en liepen op dat deel van de Maan, waar geen menselijk wezen ooit kan leven en waar ook geen zuurstof, water, ijs noch enige vorm van zuurstofrijke lucht is. Ook zijn er geen wolken te bekennen. De hemellucht moet er inktzwart zijn. Er waaien daar geen winden, kortom, het is doodstil op de zichtbare Maankant.

 

De voetstappen van de Astronauten bleven achter als een stil tijdelijk teken op het mulle fijnstoffige Maanzand. Hoe schijnbaar stil het daar ook mag zijn, er is volgens Lorber toch wel een beperkte vorm van leven op die Maankant die wij met het blote oog kunnen aanschouwen. Hoewel daar geen materiewezens leven, leven daar wel Maanwezens als geesten in een beperkte levenssfeer, zodat zij de Maan zelf niet kunnen zien noch fysiek kunnen voelen. De Maangeesten beleven hun Maansfeer uitsluitend geestelijk. Aan de achterzijde van de Maan is het echter geheel anders gesteld. Op de ene Maankant is het veertien dagen licht, terwijl het op de andere Maanzijde dan veertien dagen donker is. Zouden de astronauten op de andere Maankant beland zijn, dan hadden zij mogelijk wel atmosferische zuurstof gemeten. Op de achterkant van de Maan sneeuwt het verschrikkelijk. Er zijn meren en rivieren en het kan daar enorm koud of warm zijn. De Maanwezens die op de achterkant van de Maan wonen zijn maar zestig centimeter groot; dit is te vergelijken met de dwergen of de kobolden in het noorden van Noorwegen. Zij hebben een dubbele maag en gebruiken die als een soort airco bij koud of heet weer. Het schaap is daar het hoofddier, hij is dertig cm groot en heeft een scherpe hoorn op zijn kop en wordt wel 150 maanden oud. Hij bereikt een leeftijd van twaalf tot dertien jaar.

 

Jakob Lorber schrijft dat de Maan niet tot de toekomst behoort, maar duidt op datgene wat tot het verleden behoort. In de Maan ligt geestelijk gezien de samenvatting van alle begrenzingen en huidige belemmeringen om de ziel van kracht te voorzien. Om deze reden wordt de Maan de ‘gevangenis van de ziel’ genoemd. De Maan die eens uit onze aardbol werd geboren, hangt nog steeds nauw samen met ons aardse bestel. De Maan beheerst het etherische gebied tussen de Aarde en haarzelf. Er is meer tussen Hemel en Aarde. Jakob Lorber stelt in het boek ´Aarde en Maan´ duidelijk de natuurlijke Maanwereld aan, de orde met haar verschillen in de gesteldheden van beide Maanhelften en levensvoorwaarden.

www.zelfbeschouwing.info