(Uit)lachen

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Wie om een dom mens lacht, die geeft daarmee aan, dat hij net zo dom is; want de een handelt dom omdat hij dom is en de ander lacht omdat hij dom is; en zo heeft de ene domheid plezier om de andere, waarbij tenslotte blijkt, dat het de ene uiteindelijk helemaal niet bevalt, als de andere ophoudt dom te zijn en verstandig gaat handelen.  Maar het is heel wat anders, als je iemand die dom handelt, broederlijk terecht wijst en dan met een vrolijk en blij hart, als de domme wijs begint te handelen! Dan is je vreugde en blijheid in overeenstemming met de hemelse orde en is daarom goed, juist en rechtvaardig!

 

Zo lachen de mensen ook om allerlei vlotte praatjes en vooral dan als zulke praatjes behoorlijk veel ruwe en vuile zinspelingen bevatten en daardoor menige zwakheid en zonde van hun broeders zichtbaar en hoorbaar maken voor het publiek. Maar al te vaak huilen de engelen van God in de hemel, als de wereldse mensen in hun slechte dwaasheid lachen. Je moet alleen het boze in hen verachten, maar zijzelf als mensen en broeders zijn alleen om over te huilen.

 

Maar Ik verweet de vrolijke vrouwen die ongemanierdheid en dreigde ze. Toen vroegen de vrouwen, waaronder de vijf dochters van Kisjonah niet waren ‑ want die maakten het avondmaal in de grote herenhut klaar ‑, Mij en de oude om vergeving en zeiden, dat ze het beslist niet onvriendelijk bedoeld hadden. De oude vergaf het hen ook dadelijk van gans er harte. Maar de drie engelen kwamen toen naar de vrouwen toe en zeiden: 'Luister naar ons, vrouwen! Deze oude is een nakomeling van Tobias, die blind was, en die we met de gal van een vis weer ziende hebben gemaakt, en alle nakomelingen van deze oude Tobias, die doodgraver was, hebben als ze oud zijn om een bepaalde reden, die alleen God en wij maar kennen, zwakke ogen.

 

Wij zeggen u echter, dat het een grote zonde is en op een lichtvaardig hart wijst, als men om een blinde lacht, in plaats van hem de hand reikt en hem over voetpaden en oneffen wegen leidt. Als jullie niet geweten zouden hebben, dat de oude, die ook Tobias heet, voor meer dan de helft blind is, dan zou je niet gezondigd hebben; maar omdat je wel wist, dat de oude slechts voor de helft ziet, en toch gelachen hebt, zondigden jullie en verdien je een grote straf; maar omdat hij het je na jullie verontschuldiging vergeven heeft, willen wij het je ook vergeven. Maar wee jullie, als je ooit weer een gebrekkige zou uitlachen! Zijn kwaal zal dan jullie kwaal worden!

 

Trouwens de mensen kunnen beter helemaal niet of maar heel zelden lachen; want het lachen is afkomstig van de geesten van leedvermaak uit het menselijke lichaam. Een vriendelijk vertrekken van de gezichtsspieren, waaruit men speciale welwillendheid kan aflezen, is hemels; al het andere lachen stamt echter meestal uit de hel. Want de duivels lachen altijd als hen een gemene streek lukt; in de hemel lacht echter nooit iemand, maar men is steeds vervuld van de hartelijkste en vriendelijkste welwillendheid voor alle nog zo armzalige schepsels en vol medelijden met die lijdende broeder, die zijn tijd op aarde nog vervullen moet. Denk daar in het vervolg aan!

 

Als de mensen veel om de zwakheden van hun broeders gaan lachen, dan verdwijnt het geloof als de zon na zonsondergang, en de liefde in het hart van de mens wordt dan net zo koud als deze nacht nu is, en er zal dan zo'n nood onder de mensen heersen, als er nog nooit eerder is geweest! Denk aan deze les uit de hemel! Straf je kinderen als ze lachen; hoor ze liever huilen dan lachen! Want het lachen ontstaat in de hel, die altijd vol hels gelach is. Er zijn omstandigheden, waarbij het alleen de mannen geoorloofd is over iets doms, of over een eigenzinnige domheid te lachen, maar dan is het lachen een welverdiende straf voor degene, die waard is uitgelachen te worden. Maar als iemand alleen maar voor zijn plezier lacht en voorwerpen, gebeurtenissen en belachelijke praatjes opzoekt, opdat hij geprikkeld wordt om te lachen, dan is hij een nar!

 

Want alleen het hart van een nar kan geprikkeld worden om te lachen; ieder mens, die een beetje wijs is, begrijpt maar al te goed en snel de heilige ernst van het leven, en hij zal er niet gauw over denken om ergens over te lachen. Lach in de toekomst daarom niet meer en kijk niet naar grappenmakers en komedianten, die zich ervoor laten betalen om jullie klaar te maken voor de hel. Houd je hart steeds nuchter, opdat je Gods welgevallen en daarmee de echte eer deelachtig wordt!' Deze toespraak maakte een grote indruk op de vrouwen, en ze legden de belofte af om hun leven lang niet meer te lachen. bron: GJE1-107,169

www.zelfbeschouwing.info