Kruisiging van Jezus

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De blinde mensen hebben de Heer aan het kruis geslagen. Het Kindje Jezus zegt tegen Jozef: ‚wat zul je dan zeggen, als de kinderen van deze wereld de Heer eens zullen gevangen nemen en met hulp van Satan Hem ter dood brengen. Ze zullen Hem als een roofmoordenaar grijpen, en Hem voor een werelds gericht slepen, waarin de geest van de hel en de helse onderwereld heerst. En dat dit gericht de Heer der hemelse glorie aan het kruis zal doen slaan, wat heb je daarop te zeggen – als met Hem zal gebeuren, wat de profeten over Hem hebben voorspeld! Je weet immers wat zij hebben gezegd! Wat zeg je nu daarvan? Bron: de jeugd van Jezus. Het is weliswaar nog niet helemaal zeker of het zo zal moeten gebeuren, maar het is eerder ja dan nee! bron: GJE2-182 Aan het kruis genageld: zie Hand. 2:14, 23 – 1 Kor.1:1-23; ook wat betreft het heilig avondmaal in 1 Petr.1:18 – 2:24 of het kruishout: het Griekse Xulon betekent hout – zie ook Jesaja 53:5.

 

Het kindje Jezus zegt tegen Cyrenius: ‘Wie, wetend wat hij doet en ­onrecht doet, die doet zonde, en die is een misdadiger! Maar wie niet weet wat hij doet, terwijl hij onrecht doet, aan hem worde dat vergeven! Hij wist immers niet wat hij deed!’ Slechts diegene is een slaaf van de hel, en hij haalt zich een veroordeling op de hals, die, als hij wel weet wat hij doet, terwijl hij eigenlijk geen onrecht zou wil­len, dat toch doet als hij daartoe wordt gedwongen zonder dat hij zich er tegen verzet!

 

Maar de hel weet heel goed, dat het gemakkelijker wer­ken is met blinde werktuigen dan met ziende; daarom is het, dat zij die blinden voortdurend in haar ban tracht te houden, en juist die blin­den zullen de Heer der Heerlijk­heid aan het kruis slaan! Bovendien kun je ervan verzekerd zijn, dat Hij, Die de mensen in hun blindheid naar het vlees zullen doden, dat Hij niet zal worden gedood naar de geest met Zijn kracht en macht, en dat Hij ook weer spoedig uit eigen kracht en macht uit het graf zal opstaan! En daardoor pas zal Hij voor alle schepselen de weg vrij maken naar het eeuwige Leven! (bron: de jeugd van Jezus, hfdst.200)

 

Simeon zei tegen tegen het Kindje Jezus bij Jozef en Maria in de tempel: 'Deze zal worden gesteld tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken van tegen­spraak! Een zwaard zal Uw hart doorboren en de gedachten van velen zullen openbaar worden!’ Jezus wordt uit de stad gevoerd door de poort Sruenea – Jesaja 53:12 bespreekt de kruisiging – De antlitz van Jezus komt voor in de christelijke handel en is tamelijk gelijkend op Jezus. (Toen Hij dan opgewekt was uit de doden, herinnerden Zijn discipelen zich, dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en het woord, dat Hij gesproken had. Joh. 2:22)

Want zelfs zij begrepen het pas nadat Mijn zeer wonderbaarlijke opstanding drie jaar later had plaats gevonden, en ook begrepen zij toen pas de Schrift, die dat over Mij voorspeld had.

 

'Zie, niemand stijgt naar de hemel dan alleen Degene, Die uit de hemel is afgedaald, namelijk de Zoon des mensen, die altijd in de hemel is. En zoals Mozes in de woestijn een slang verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat allen die in Hem geloven niet verloren gaan, maar het eeuwige leven hebben! Maar alleen de Mensenzoon zal net als de vroegere slang van Mozes in de woestijn verhoogd worden, en daaraan zullen velen zich ergeren. Zij, die zich niet zullen ergeren, maar aan Zijn naam geloven en zich daaraan zullen houden, die zullen de macht krijgen om Kinderen Gods te heten, en aan hun leven en hun Rijk zal voor eeuwig geen eind zijn. (GJE1-20:1, 21:3)

 

De kruisdood van Jezus is de diepste afdaling in het gericht van alle materie. De mens kan nu volledig met God als met een broeder omgaan. Na de opstanding zei Jezus tot de vrouwen: ‘Ga heen en zeg het Mijn broeders!’ Zie duidelijk het eindeloos grote belang van de lichamelijke dood van Jezus. (bron: inleiding – jeugd van Jezus)

 

De Heer spreekt over Zijn dood. Hij zei tegen de opperpriester in Sichar: ‘Want Ik zal daar aan het gerecht worden overgeleverd en zij zullen Mijn lichaam doden, maar op de derde dag zal ik weer levend maken en dan tot aan het einde der wereld bij en onder jullie allen blijven. Want het gespuis in Jeruzalem zal pas dan geloven, als het ervan overtuigd is, dat Ik niet te doden ben! En daarna zal het ook op verschillende plaatsen van de Aarde zo zijn, dat de halsstarrige mensen de verkondigers van het evangelie licha­melijk zullen doden. Maar juist zo'n dood zal hen gelovig maken, omdat ze daardoor zullen zien, dat al degenen, die hun geestelijk leven gebaseerd hebben op Mijn woord, nooit gedood kunnen worden! Want de gedoden zullen bij hun respectievelijke leerlingen terugkomen en ze zullen hen Mijn wegen leren! (GJE 1-48-6,7)

                      

Johannes 2:19-21 geeft al een aanwijzing  naar de komende kruisiging van Jezus: ‘Breek deze tempel af en op de derde dag zal Ik hem doen herrijzen!’ De Joden die Jezus vroegen met welk recht Hij de tempelreiniging uitvoerde, wisten niet, dat Hij over de tempel van Zijn lichaam sprak. Pas later begrepen de discipelen Hem, want toen hij opgestaan was uit de doden, herinnert zijn discipelen zich, dat Hij dit gezegd had en zij geloofden de Schrift en het Woord dat hij gesproken had. (Johannes 2:22)

Pas als dit vlees door de Joden verhoogd zal worden, kun je alles wat je van Mij weet zonder terughoudendheid zeggen, maar niet eerder, want de mensen kunnen dat nog niet aan!”

(GJE 1-51-15)

www.zelfbeschouwing.info