Kis

[Opmerking: Kis is afkomstig van de naam Kisjonah – het heeft niets te maken met het Kis van koning Saul!] [De locatie is gelegen 10 km ten noord-westen van Migdal! – dus in een bergachtig gebied!] Kisjonah zegt: 'Vriend, wens dat maar niet! Kijk, hier heb je allemaal een beter bestaan en tevens ben je veilig voor vervolgingen, en ik geef jullie de herberg daar aan het boveneind van de grote inham helemaal in eigendom en ongeveer vijfduizend are grond er bij, en bij zo'n ruil kom je het verlies van de kleine bezitting wel te boven, en hier vandaan is het ook een halve dagreis korter naar Jeruzalem dan vanuit Nazareth.' En Joses is het daar helemaal mee eens; toch vraagt hij ook Mij om Mijn raad. [Opm. Dan zou de afstand van Kis naar Nazareth slechts een halve dag moeten zijn! Opmerking: Kis lag dus aan het meer van Galilea; GJE1-230 [5] en 1-231 [15]

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De Heer: ‘Ik, de apostelen en Baram en Kisjonah gaan in het uitmuntend gebouwde schip van Baram, dat twee zeilen en aan beide kanten zes sterke riemen had en daardoor zowel door de wind, als met de roeiriemen voortgedreven kon worden. Wij voeren in de richting van Kapérnaum vanaf het plaatsje Kis, zonder echter het plan te hebben om in Kapérnaum te belanden’. Maar toen we al een paar uur de zee op in de richting van Kapérnaum voeren, zagen wij uit de verte een schip snel op onze twee schepen afkomen. Het voerde de kleuren van Kapérnaum, en toen wij van zijn richting afweken, om te zien of hij werkelijk op onze beide schepen afstuurde, week het Kapérnaumse schip ook van zijn vroegere richting af en ging snel in onze richting verder. Toen de schippers van Baram dat geconstateerd hadden, vroegen ze aan Baram, wat er gedaan moest worden, want het schip uit Kapérnaum leek geen goede voornemens aan de dag te leggen. Baram vraagt Mij dan, wat Ik hiervan denk. GJE1-227 [2, 3] - Ga naar boven op het dek en zeg dat tegen hen; span daarop de zeilen, en een goede wind zal ons dan zo snel mogelijk zee opwaarts boven de grote inham bij Kis brengen, en zij moeten niet weten waar wij heen zijn gevaren. GJE1-227 [10]

 

Er moet zich daar nog een onbeklimbare hoge rots zijn, die 2000 jaar geleden nog in het meer van Galilea uitstak en daar een erg sterke branding veroorzaakte. Direct boven de rots verhief zich een hoog en steil gebergte, waarover vanaf deze plaats aan de kust destijds geen weg voerde, en de wandelaar niets overbleef dan de tamelijk lange terugweg van enige uren te aanvaarden.

 

Huis van Kisjonah

Terwijl Ik Mij nog onderhield met het volk, kwam moeder Maria met Mijn broeders; want in het huis van Kisjonah had zij gehoord dat Ik naar Jesaïra gevaren was en Mij daar ophield. Dat was voor haar een voetreis van een halve dag, en omdat ze zeer vroeg 's morgens van huis was weggegaan, was ze maandag 's middags in Jesaïra. GJE1-188 [1] - want met kwade wind moet je van hier naar Jesaïra een hele dag roeien.' GJE1-204 [3] - OPM.  normaliter dus een halve dag!!!! - Bij Kis wordt gesproken over een inham en Sibarah had klippen. GJE1-208 [11]

 

De heuvel bij Kisjonah

Iedereen stemde in met dit voorstel, en we stonden allen snel op van de tafels en gingen naar buiten en wel naar een ongeveer twintig vadem hoge heuvel, die aan het eind van de grote tuin zich zacht glooiend zo'n dertig pas van de zee verhief. Kisjonah zei echter, dat deze heuvel een heel mooi uitzicht over de hele zee gaf, maar daarbij toch altijd niet erg prettig was, omdat er, waarschijnlijk door de nabijheid van de zee, veel giftige slangen en adders huisden. Hij had al van alles gedaan om het ongedierte te verdrijven, maar dat had niet geholpen! GJE1-197 [2] – Het ongedierte werd gezuiverd voor altijd: zo werd de berg voor altijd gezuiverd van dit ongedierte! GJE1-197 [8] - Heel welgemoed nestelden wij ons allen op de geheel met mooie tapijten bedekte heuvel.

 

Kis-Jeruzalem

Toen wij de tamelijk een hoge heuvel beklommen, die zich boven de grote inham verheft, aan wiens voet de bekende herberg gebouwd is en waar overheen de hoofdweg naar Jeruzalem leidt, zagen wij heel in de verte het Kapérnaumse schip tegen de golven vechten, en omdat het steeds meer moeite met de wind kreeg, hief het de roeispanen in de lucht en liet zich zo rechtstreeks naar de haven van Kapérnaum drijven. GJE1-228 [1] – er liep 2000 jaar geleden een pad langs de zee over de omhooglopende weg, die van hier [Kis] naar Jeruzalem voert. - Nu zijn ze bij de heuvel gelegerd die aan het boveneind van de bocht ligt; GJE1-218 [7]

 

Kis-Chorazim

Baram en Kisjonah hebben goede schepen, en bij gunstige wind zullen jullie in een paar uur klaar zijn met de ontruiming bij Chorazin; GJE1-240 [5] - OPM. blijkbaar ging het over de zee – het meer van Galilea – sneller – van Kis naar Chorazim, dan over het land? – Er was daar vroeger ook een route naar een erg grote grot, die vandaag de dag niet bereikbaar is en ook niet gevonden meer kan worden in de hoge berg van Kisjonah.

 

Kis had een grote inham aan het meer. Kis lag 2000 jaar geleden tussen Galilea en het Griekse gedeelte wonende mensen. Daar was een goed begaanbaar pad. Het dorp had een hooggebergte dat vanuit het midden van het Galilese meer – vlakbij Bethabara [helemaal in het noord iets oostelijk] nog te zien was. [GJE1-96, 209].

 

Vroeger was er een weg die naar Jeruzalem voerde. Daar was ook andere een weg naar Jeruzalem. In de buurt was er een hoge heuvel waarop je de zee van Galilea kon zien. Vanuit de heuvel aan de zee (bij Kis) tot aan Nazareth was het een halve dagreis [en een halve dagreis korter naar Jeruzalem]. [GJE1-230,231 en 238]. Meer naar het zuiden was er een onbeklimbare hoge rots die in de zee uitstak en een sterke branding veroorzaakte. Direct boven de rots verhief zich een hoog en steil uitziend gebergte zonder een weg er naar toe. [GJE1-227]

 

Zo’n 30 passen van het meer verhief zich 2000 jaar geleden een ongeveer 20 vadem hoge heuvel. (36 meter hoog) - Deze gaf een mooi uitzicht over het hele meer. {GJE1-197 – 2-9} – Daar was ook een berg met een erg brede top, waarop slechts een stuk rots van 1 bij 5 vadem omhoog rees, maar vanaf de zuidkant ook goed te beklimmen was. [GJE1-154] -  [opmerking: 1 vadem is 1.80 m.]

Volgens archeologische uitgravingen is het middenbereik van de heuvel in Kis; het lag 2000 jaar geleden in het daartussen liggende dal, ook wel de grote zeebocht van Kis genoemd. [GJE1-227-10-15 en 1-22-1]

We zien de grottenketens halverwege de hoogte van Kis (een omheinde transformatiestation – en de grotten liggen op de zuidelijke kant.] Kis had een hooggebergte dat vanuit het midden van het meer - vlak bij Bethabara (de zee was daar het smalst!) nog te zien was. Kis is de naam van de streek die geheel aan Kis­jonah toebehoorde. bron: GJE1-96,209

www.zelfbeschouwing.info