Kinderaanpak

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Kinderen worden hard aangepakt door de Heer, want kinderen die niets misdreven hebben worden door de Heer vaak harder aangepakt dan oude zondaars, voor wie het net al zo moei­lijk is hun zonden te tellen, als het zand der zee. Wie een boom op een bepaalde manier wil buigen, moet, zolang de boom nog jong en meegaand is, deze in de gewenste richting buigen. Als de boom eenmaal oud geworden is, dan moeten er al buitengewone middelen aan te pas komen om hem met de grootst mogelijke moeite een andere richting te geven. Maar een heel oude boom neemt geen andere richting meer aan, behalve de laatste, wanneer hij om wordt gehakt. Dat is dan ook de reden, dat de Heer zulke kinderen en zelfs de kleinste, vaak harder bewerkt, dan de oudere; want de slechte geesten zijn nergens zo ijverig als juist bij de kinderen en zij zijn zeer dienstvaardig om hun ziel te helpen en haar lichaam zo op te bouwen, dat het lichaam ook voor hen een groot aantal vrije en aangename woningen zal bevatten!

 

Hoe dat in zijn werk gaat? De Heer zendt Zijn engel en laat het miserabele en sluwe werk van de slechte helpers afbreken en als vreemde delen door allerlei naar buiten tredende fysieke ziektes uit het lichaam verwijderen. We zien dat bij de verschillende ziektes van heel kleine en grotere kinderen en dat zijn niets anders dan verwijderingen van het vreemde slechte materiaal waarmee nog boze en onzuivere geesten bij haar opbouw hebben geholpen om voor zichzelf vrije behuizingen te vestigen in dat bepaalde lichaam. Als dit kwaad bij zulke kinderen niet steeds krachtig werd tegengewerkt dan zouden er zoveel bezetenen, doofstommen, cretins en allerlei kreupelen zijn, dat er op de hele Aarde nauwelijks nog ergens een gezond mens aangetroffen zou worden. De hele Aarde is als het ware een conglomeraat van geesten, die voor een bepaalde tijd gericht zijn of vastgehouden worden

bron GJE 1-241

 

Het Kindje Jezus wendde Zich nu enigszins af en sprak als tegen Zichzelve: 'De kinderen van de­ze wereld gaan tegen Je tekeer en bij zichzelf laken ze Je Werken, omdat ze Je niet kennen! Maar nog een ronde en nog een, dan zullen de kinderen van deze wereld wel anders over Je gaan denken!' Kinderen zijn immers nog niet aan de wet onderworpen; (jeugd van Jezus, hfdst.195)

Want de kinderen, die zó tot Mij komen, zullen ook bij Mij blijven, degenen echter, die alleen maar met lof en prijs komen, zullen slechts Mijn weerschijn, maar niet Mijzelf in hun midden hebben! Mijn echte rijk is alleen maar daar, waar Ikzelf werkelijk aanwezig ben! Onthoudt dit! De Heer is een volkomen Heer boven al het wereldse, of het nu wel passend is voor de domme wereld of niet! GJE1-54-12 - Ja, van nu af aan zullen de wereldse kinderen ook Gods kinderen worden. bron: GJE2-18 - De Heer liet hen zien, hoe een slechte opvoeding op den duur alle mogelijke kwalen, zowel geestelijk als lichamelijk, ten gevolge moet hebben. GJE1-2 [10]

 

[HiG=Hemelse Gaven.01_40.06.08] O Heer, op welke wijze moeten de kinderen worden opgevoed, zodat zij bekwaam mogen worden, om eens Uw kinderen genoemd te worden?

[HiG.01_40.06.08,01] Nu, schrijf dan! – Het is een goede en juist gestelde vraag, waarop Ik jullie een vastgesteld antwoord wil geven. Maar zie toe, als Ik jullie daarin een juist licht geef, dat jullie getrouwe herders van jullie kleine kudden, die jullie uit de diepte werd gegeven, opdat jullie deze naar de hoogte brengt van alle deemoed en daardoor op de weg van al het leven door het lichtende vuur van Mijn liefde. Maar het zal jullie veel moeite kosten, en deze moeite moet jullie vleselijke lust vergelden, die jullie met jullie vrouwen veelvoudig hebt bedreven, waardoor jullie kinderen als het kleed van de hoer en als een gedenkteken in het verwoeste Jeruzalem en in een ver en diep graf onder het puin van Babel werden verdeeld.

 

[HiG.01_40.06.08,02] Want zie, waren jullie wedergeboren geweest uit de geest van Mijn liefde, dan hadden jullie de maagd, die jullie tot  vrouw hebben begeerd, tevoren kunnen reinigen in de stromen van het levende water, dat daar in oneindige overvloed van jullie wezen was. En zo was dan jullie huwelijk een hemelse geweest, en jullie kinderen (verwekt in de begeerte van de engel, welke is een ware vereniging van de liefde en de wijsheid), waren dan kinderen uit de hemelen en waren al tot de helft geboren, het geestelijk zaad erin spoedig opbloeide en tot vrucht in de nieuwe aarde werd, die daarin is gelegd in de grote tuin van het nieuwe Jeruzalem. En de opvoeding was jullie tot grote vreugde geworden in het aangezicht van jullie heilige Vader.

 

[HiG.01_40.06.08,03] Omdat jullie nu jullie huwelijk hebt gesloten in de duisternis van de wereld, en te verrichten de werken van de dood en te verwekken de vruchten van de hel, dat daar zijn jullie liefhebbende, vertroetelende kinderen – dan is het ook moeilijk, om het gebroed van de slangen, het gift te nemen. En het kan zo niet anders gebeuren, dan door het volledig doden van het lichaam en van het volledig gevangen nemen van de wil, omdat de eigen wil van zulke kinderen een complete helse of satanische is, omdat daar ook niet een vonk is, die toen een hemelse was.

[HiG.01_40.06.08,04] Als jullie echter menen, dat Ik hier teveel zeg, dan ga Ik hier tegen in: onderzoek jullie gebroed, en jullie zullen niets vinden dan: eigenliefde, nijd, toorn, traagheid, tegenzin tegen alle ernst en een stiekeme, stellige tegenwil tegen al het Goddelijke, om welke reden zij alleen door straffen of (wereldse) zintuiglijke beloningen kunnen bewogen worden, om enigszins wat magere zinnen uit de harde catechismus te leren.

[HiG.01_40.06.08,05] En nu dan, omdat jullie zulks bij jullie kinderen gevonden hebt, zeg en beken dan openlijk, dat Ik nu slechts uit Mijn overgrote liefde voor het heil van jullie kinderen en vanwege jullie dat zelf zeg, dat jullie kinderen ware kinderen van de hel zijn!

 

[HiG.03_40.06.17,01] - antwoord:  (de verlossing)

[HiG.03_40.06.17,13] En zie, in dezelfde tijd echter zullen ook door de hel reeds bij de verwekking, vooral wanneer deze als zondig en op puur dierlijke bevrediging was afgestemd, een hoeveelheid van helse liefdesblaasjes in de omgeving van de buik en de geslachtsdelen achterlaten, die dan ook met Mijn liefde en bijna in dezelfde tijd worden uitgebroed  – zoals de rupsen in het voorjaar, wanneer de warmte van de zon komt, zo gaat het ook met dit broedsel door de opkomende warmte van Mijn Goddelijke liefde in de geest van de mens.

 

[HiG.03_40.06.17,14] Zie, daarom komen dan ook de verzoekingen, omdat een ieder van dit geproduceerd wezen van de hel, onafgebroken pogingen onderneemt, enigszins waar maar mogelijk is om altijd in het leven van de ziel in te grijpen. En wanneer dan de mens niet krachtig met de nieuwgeboren liefde uit God zelf bereidwillig het dierlijke bestrijdt, dan stromen ze verwoestend in alle organen van de ziel en plaatsen zich daar meteen als zuigende poliepen vast aan die plekken, waar de geest in de ziel moet instromen, en verhinderen op deze wijze de ziel de opname van het leven uit de geest en daarmee ook de Goddelijke liefde. Als nu de geest ziet, dat hij zich niet kan verruimen, om een overvloed van het nieuwe leven uit God in zich op te nemen, dan trekt hij zich weer terug in zijn stomme blaasjes – en des te meer nog in hem vanwege Mijn liefde, waar God in de mens is.

[HiG.03_40.06.17,15] En heeft dat in de mens eenmaal plaatsgevonden, dan zal hij weer puur natuurmatig en buitengewoon zinnelijk, en ook verloren, omdat hij niet weet, dat zulks in hem is voorgegaan, omdat dit dierlijke geheel gekunsteld weldoend in het begin het zinnelijke van de mens bezet en hem geleidelijk geheel gevangenneemt, zodat hij door alles, wat van de geest is, uiteindelijk daarvan niets meer weet, hoort, ziet, smaakt en ruikt en voelt.

 

Kinderen van God

De Heer: ‘Hun licht (hun geloof) is identiek aan Mijn licht,en bergt daarom in zich de volle macht en kracht van Mij, en door die macht zijn zij niet alleen gerechtigd Mijn kinderen genoemd te worden, maar het ook geheel en al te zijn! Want het geloof is een zeer bijzonder licht, en Mijn naam, waarop de machtige stralen van dit licht gericht zijn, is de kracht en de macht en het eigenlijke wezen van Mijn oerbron, waardoor ieder in zichzelf het rechtmatige en geldige kindschap van God tot stand brengt’. (Joh.1:12) en GJE1-2 [10,11]

www.zelfbeschouwing.info