Inwikkeling, ontwikkeling & afwikkeling

In de Bijbel wordt het “Ik” voor het eerst in Genesis 6:17 zelfs twee keer benadrukt. Er is hier waarschijnlijk al een verborgen link naar de kruisiging van Jezus, die volgens de Geschriften van Lorber geboren is op zeven januari (7-1) en niet op 25 december. Het zesde hoofdstuk verbind ik met de zesde Hebreeuwse letter, dat NAGEL of SPIJKER betekent. In de Ik-vorm spreekt God dan Zelf. Het is niet mijn pretentie de Hebreeuwse Kabbala steeds te benadrukken, hoewel sommigen zich mogelijk hieraan kunnen storen. Besef echter, dat er veel bronnen bij de Schepper zijn waar we het levenswater uit mogen putten.

 

De Ik-gesteldheid staat voor de levenswil, de menselijke wortels staan voor de levensgeest en de levenskracht. Samen vormen ze een drie-eenheid als triniteit. De geestelijke groei is afhankelijk van onze eigen innerlijke levensboom, de boom die door Adam werd genegeerd. Hij werd ervoor door de slang verleid om de appels van de boom der kennis te eten. Leonardo da Vinci tekende de mens als een microkosmisch wezen. Wat de mens in het klein is, is hij ook in het groot. Je zou misschien het pentagram kunnen gebruiken om daarin een mens te plaatsen. De menselijke evolutieweg kunnen we zelfs nog beter kenschetsen in een (ronde) cirkel met vier denkbeeldige horizontale lijnen.

 

De onderste lijn (of laag) symboliseert een zekere geworteldheid. De mens (als onbewuste geestentiteit) klimt dan in trapsgewijs ontwikkeling via de mineralen, stenen en planten, haar weg omhoog. De horizontale lijn daaropvolgend (één niveau hoger!) voert hem omhoog in het dierenrijk. Het dier is echter nog geen mens! Eenmaal boven gekomen (weer een niveau hoger) volgens het evolutieplan van God, hebben we als mens dan alles in ons: water, mineralen en metalen en… het dier.

 

In de onderste fase is er nog geen sprake van een geestesgesteldheid noch van een ziel. In de tweede lijn of laag treffen we het niveau aan van een tussenbewustzijn: de dierlijke ziel (psyche). Uiteindelijk incarneert ook de dierlijke ziel naar een hogere trap via een het niveau van de menselijke sfeer. Aan de mens wordt er namelijk een goddelijke geestesgesteldheid aan toegevoegd (in het hart, in de sinusknoop), opdat de mens bewust kan communiceren en handelen. Dit is dan de derde laag (of het derde niveau) in de cirkel.

 

Nog een bestaanslaag hoger en dus in de virtuele cirkel geplaatst, komen we terecht in het gebied van de ogen (als men de mens dan in een cirkel plaats zoals Leonardo da Vinci heeft gedaan!); op dit niveau kan de mens schouwen en een visie hebben. Dit is de bovenste laag, die als het ware met het geestelijke gebied correspondeert. Een dergelijke cirkel kunnen we ook in drie delen opsplitsen. Het eerste deel begint al bij de geboorte. Dan zijn we nog met aardse luiers ”ingewikkeld”, allegorisch wel te verstaan. In het tweede deel van ons leven beleven we de feitelijke ”ontwikkeling” en in het laatste deel beleven we tenslotte de ”afwikkeling”.

www.zelfbeschouwing.info