Incarnatie en Reïncarnatie

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: In de Bijbelse tijd van de discipelen van Jezus waren er slechts onderwijzingen voor de leerlingen van Jezus, zoals ook de volgende uitspraken over reïncarnatie. In het Gr. Joh. Evang. 6:61, 2-8: "weet dan dat ook zielen van andere werelden hier op Aarde een lichaam hebben aangenomen, en ook de kinde­ren van de slang op deze Aarde. Zij zijn reeds een keer ge­storven en sommige reeds ettelijke keren, maar hebben voor hun voleinding opnieuw een lichaam aangenomen. Jullie hebben al vaak van een zielsverhuizing gehoord. In het verre Oosten geloven de mensen daar ook tegenwoordig nog met grote stelligheid in. Dat geloof is bij hen echter sterk verontreinigd, want zij geloven dat mensenzielen weer in een dierenlichaam kunnen incarneren en dat is absoluut niet zo. Dat een mensenziel van deze Aarde zich uit mineraal- planten- en dierenrijk samenstelt en zich tot een mensenziel ontwik­kelt, dat is jullie grotendeels bekend en ook hoe dat volgens de vaststaande ordening in zijn werk gaat. Maar in teruggaande richting (in een dierenlichaam) gaat geen mensenziel, al is die nog zo onvolmaakt.

 

Alleen in het geeste­lijke middenrijk kan dat schijnbaar gebeuren, met het doel de ziel daardoor te verdeemoedigen, zodat zij zich daardoor mogelij­kerwijs verbetert. Is er tot een bepaalde graad verbetering ingetreden, die echter geen verdere voortgang kan vinden, omdat de ziel onbekwaam is om zich tot een hoger niveau te ontwikkelen, dan kan zo'n ziel overgaan naar de geestelijke sfeer van een ander hemellichaam en daar in een gelukkige toestand als schepsel verblijven. Zij kan echter ook als zij dat wil, nog een keer een lichaam op deze Aarde aannemen, om langs deze weg zich hogere vermogens te verwerven, waardoor zij dan zelfs een kind van God kan worden. Met dat doel komen ook van andere planeten zielen in het lichaam van de mensen van deze Aarde, om zich daarin de talloos vele geestelijke eigenschappen eigen te maken, die nodig zijn om kind van God te kunnen worden.

 

Omdat deze Aarde nu eenmaal zo'n scholingsplaats is, daarom wordt zij ook door Mij met zoveel geduld, toegevendheid en lankmoedigheid behandeld. Wie van jullie dit kan vatten vatte het, maar hij moet het geheimhouden, want het is niet allen gegeven de geheimen van het Godsrijk te begrijpen. Indien je echter toch iemand aantreft, wiens geest hiervoor openstaat, die kunnen jullie langzamerhand het een of andere geheim openbaren, maar het is dan ook alleen voor hem zelf bestemd; want Ik wil dat de mens door de eigen ijver waarmee hij naar Mijn leer handelt, zich dit zelf allemaal zal verwerven. Weet een mens eenmaal wat hem te doen staat om het eeuwige leven en zijn schatten te verkrijgen, dan kan hij daarnaar leven en handelen en in zichzelf Mijn beloften volledig in vervulling zien, horen en voelen gaan. Aan de mens van veel van dergelijke buitengewone geheimen mondeling mee te delen, heeft helemaal geen of slechts weinig nut en waarde; want ten eerste begrijpt hij niet en ten tweede belemmert zoiets onbegrijpelijks hem in zijn geloof.

 

In het Duitse boek Himmelsgaben 2/246 van Lorber: "Er leven tegenwoordig mensen reeds voor de zevende keer op deze Aarde en het gaat nu deze zevende keer beter met hen. Zij zullen echter nog enkele incarnaties moeten doormaken op een andere planeet in een lichter (fijner) stoffelijk lichaam, voordat zij kunnen worden opgenomen in de zuiver geestelijke sfeer die men het 'onderste paradijs' zou kunnen noemen, van waaruit nog vele trappen leiden naar het werkelijk binnenste hemelrijk, waar de liefde van de Vader, het licht van de Zoon en de kracht van de eeuwige Geest heersen. Bij Lorber lezen we dat, als een ziel door gebrek aan innerlijke mogelijkheden zich in het geestenrijk niet verder kan ontwikkelen, ze in het geestelijke van een ander hemelli­chaam kan overgaan of ook, als ze dat wil, in het vlees van een aardmens kan reïncarneren om zich beter te ontwikkelen. Reïncarnatie is dus wel mogelijk, maar is niet de gebruikelij­ke gang van zaken.

 

Omdat veel mensen geloven gereïncarneerd te zijn, legt Swedenborg uit, hoe het mogelijk is, dat de mensen zo denken. Swedenborg: 'geesten kunnen namelijk hun eigen herinneringswereld projecteren in het geheugen van op Aarde levende mensen. Deze beleven daardoor herinneringsbeelden die vreemd voor hen zijn. Zulke mensen menen ten onrechte, dat ze beelden zagen uit hun vorige levens.

 

Voor informatie over Emanuel Swedenborg en zijn boeken kunnen belangstellenden zich wenden tot Swedenborgiana, Postbus 7338 - 4800 GH Breda. Voor informatie over Jakob Lorber en zijn boeken kunnen be­langstellenden schrijven naar de Jakob Lorber Stichting voor het Nederlands taalgebied .   

 

Waarom leven mensen juist op deze Aarde?

In het Gr.Joh. Evang.7/217: "Als God de mensen allen voor deze Aarde geschapen had, dan zou het wel een merkwaardige liefhebbe­rij van Zijn kant zijn, om al maar door te scheppen en het dan weer te vernietigen. Maar omdat Hij de mensen voor een hoger en eeuwig leven heeft geschapen en hen slechts zolang op deze Aarde laat bestaan, tot hun vrije wil voldoende op de proef is gesteld of zij in ieder geval de weg door het vlees hebben afgelegd, is dit een ware en vol leven zijnde 'liefhebberij' van God ten aanzien van Zijn mensen. Hij heeft Zijn mensen zo waarach­tig lief, dat Hij hen op deze jammerlijke wereld slechts zo lang in het lichaam laat leven, als het voor ieder afzonder­lijk strikt noodzakelijk is. Verlaat de eigenlijke mens deze Aarde, dan zal hij aan gene zijde zodanig onderwezen en bege­leid worden, dat hij tot een hogere en tot de meest ware levensvoleinding kan komen.

www.zelfbeschouwing.info