Het houden van honden

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Wees in de toekomst vrienden van mensen en geen vrienden van honden! Waarvoor moesten jullie zo buitengewoon veel honden houden? Alleen diegenen moeten ze houden, die ze nodig hebben bij de jacht op wilde, verscheurende dieren, en de schaapherders van grote kudden als bescherming tegen de wolven, beren en hyena 's. Niemand anders heeft een hond nodig. Maar wie er toch een wil houden, moet hem goed aan de ketting houden, opdat de armen niet vanwege de kwade honden bang zijn om jullie huis binnen te gaan en je om een aalmoes te vragen. Wie van jullie in het vervolg deze raad niet zal opvolgen, zal van zijn honden hetzelfde loon ontvangen dat jou ten deel viel.

Neem liever kinderen van arme ouders in jullie rijke huizen op dan nutteloze en zo gemakkelijk groot gevaar opleve­rende honden, dan zullen jullie nooit door de erge razernij, afkomstig van het gif van de satan dat de honden bij zich dragen, overvallen worden!"

Na deze woorden beloven allen Mij dat zij deze zelfde dag nog hun honden zullen opruimen en in het vervolg nooit meer dergelijke dieren zullen houden. Toch vragen een paar zwakken in het geloof nog aan Mij of ze nu wel helemaal van deze kwaal bevrijd zijn en zij het nooit meer zullen krijgen. GJE2-67-17

 

Hondsdagen

In de maand augustus en september waren het de zogenaamde hondsdagen en de herfst was dichtbij. En in die periode stormde het veel in Galilea en nog meer op het meer van dit land. GJE1-151

 

Hondsdolheid

[Iemand was gebeten door een hond en in die tijd leerde Jezus de mensen! Hem werd gevraagd, wat er aan een razende man gedaan kon worden.] IK vraag: "Hoe kwam hij dan aan die razernij?" De BURGERS zeggen: " Ja, beste meester, die heeft hij gekregen van een dolle hond, die hem heeft gebeten, en het is een heel gevaarlijk kwaad, dat tot op heden nog nooit door een arts genezen kon worden! Als hij sterft, moet het hele huis tezamen met hem worden verbrand, want wie hem maar aan zou raken, zou kort daarop ook door die verschrikkelijke razernij overvallen worden! Daarom hebben wij hem in zijn huis goed opgesloten, zodat hij niet naar buiten kan, waar hij anders grote schade aan zou richten. Beste meester, bevrijd ons toch van deze plaag!" IK zeg: "Ga en haal hem eruit opdat hij gezond worde, en ook allen die hij al besmet heeft toen zij hem vingen en in huis opsloten!" De BURGERS zeggen: "O meester, wie zal hem eruit halen? Wie hem aanraakt is al zo goed als zeker van een verschrikkelijke dood!"

 

IK zeg: "Josa geloofde, maar jullie geloven niet en zijn veeleer gekomen om Mij, terwijl je maar half gelooft, te testen, om te zien wat Ik met de ongeneeslijke razende zou doen. Daarom zeg Ik jullie nog één keer: Haal hem, dan zal Ik hem, zowel als jullie, helpen! Want zoals jullie daar staan, hebben jullie reeds allen hetzelfde in je en dat kan al gauw uitbreken. Als jullie echter geloven en hem hierheen brengen, dan zal daardoor het gif van de satan in jullie vernietigd worden!"

 

Na deze woorden van Mij gaan zij weg en brengen weldra de gebonden razende, die er ontzettend wild uitzag en net zo woest brulde als een hongerige leeuw. Toen Mijn vele gasten deze razende zagen aankomen, overviel hen een grote angst en de vrouwen vluchtten met z'n allen het huis in, want ze durfden niet naar deze verschrikkelijk vertrokken en vreselijk brullende figuur te kijken. Toen ging BORUS heel kordaat naar de nog razende toe en zei: "De Heer Jezus zij met je, en wees genezen in Zijn naam!"

 

Op dat ogenblik werd de razende rustig, zijn al bijna geheel zwarte gelaatskleur nam weer de natuurlijke kleur aan en hij vroeg Borus met een dankbaar gezicht of hij hem de boeien af wilde nemen, en Borus maakte meteen de boeien los, die helemaal schoon en onbesmeurd waren. En de genezen man kwam naar Mij toe en bedankte Mij heel innig voor de aan hem bewezen ongehoorde weldaad, maar vroeg Mij ook of hij in de toekomst voor zo'n bezoeking verschoond zou mogen blijven.

 

En IK zei tegen hem: " Jij en allen, die ongetwijfeld jouw lot gedeeld zouden hebben, jullie zijn nu helemaal genezen, maar wees in de toekomst vrienden van mensen en geen vrienden van honden! Waarvoor moesten jullie zo buitengewoon veel honden houden? Alleen diegenen moeten ze houden, die ze nodig hebben bij de jacht op wilde, verscheurende dieren, en de schaapherders van grote kudden als bescherming tegen de wolven, beren en hyena 's. Niemand anders heeft een hond nodig. Maar wie er toch een wil houden, moet hem goed aan de ketting houden, opdat de armen niet vanwege de kwade honden bang zijn om jullie huis binnen te gaan en je om een aalmoes te vragen. Wie van jullie in het vervolg deze raad niet zal opvolgen, zal van zijn honden hetzelfde loon ontvangen dat jou ten deel viel.

 

Neem liever kinderen van arme ouders in jullie rijke huizen op dan nutteloze en zo gemakkelijk groot gevaar opleverende honden, dan zullen jullie nooit door de erge razernij, afkomstig van het gif van de satan dat de honden bij zich dragen, overvallen worden!" Na deze woorden beloven allen Mij dat zij deze zelfde dag nog hun honden zullen opruimen en in het vervolg nooit meer dergelijke dieren zullen houden. Toch vragen een paar zwakken in het geloof nog aan, of ze nu wel helemaal van deze kwaal bevrijd zijn en zij het nooit meer zullen krijgen. GJE2-67 [4-19]

www.zelfbeschouwing.info