Homosexualiteit

 

De Bijbel is een Goddelijk boek, zuiver en oprecht. Niet altijd even duidelijk, omdat ons verstand in veel zaken tekort schiet. En daar, waar het onbegrijpelijk is, daar ligt een groot geschenk achter verborgen. Over homosexualiteit is de Bijbel duidelijk. Het is onnatuurlijk, eveneens het lesbische. Voor de wereld is dat een gewone normale gang van zaken. Het is ‘ingeburgerd’ en een gewone zaak geworden. Als je dus niet meegaat met die mening, ben je ‘ouderwets’.

 

Maar ‘ouderwets’ houdt wel in zich houden aan de oude wetten, de oorspronkelijke wetten, zoals die de mens gegeven zijn. De nieuwere wetten hebben zich aangepast aan de wereldorde. De Bijbel zegt over de homosexualiteit, dat het een onnatuurlijke liefdesbetuiging is. De mens kan op zichzelf nog zo vriendelijk zijn, - meestal zijn ze dat ook – maar hij gaat wat dat betreft regelrecht tegen Gods orde in. Of hij dat nu wil weten of niet. In ieder mens is op de één of andere manier het gevoel van deze heilige orde in het hart van de mens geplaatst. Dit noemen wij geweten.

 

In dit woord ligt ook verscholen het ‘weten’. De mens heeft er te allen tijde van afgeweten, maar wanneer hij tegen zijn eigen geweten ingaat, en het probeert goed te praten, zal toch nog steeds die waakvlam hem dat gegeven voor ogen houden. Vroeg of laat zal het dan aan hem zich openbaren, totdat de mens het inzicht krijgt, dat het ook anders kan. [Rom. 1:24:27 – 1 Tim.1:9-11 en 1 Kor.6:9-11]

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: In de Nieuwe Openbaringen zegt de Heer tegen Zorel: ‘Jij, Zorel, was in dat opzicht ook niet helemaal zuiver, want reeds als knaap was je behept met allerlei onzuiverheid en een ergerlijk voorbeeld voor je medejongeren. Maar dat kan je toch niet als zonde aangerekend worden omdat je opvoeding niet zodanig was, dat je daaruit tot enige zuivere waarheid had kunnen komen waaraan je had kunnen zien wat volgens Gods orde geheel juist is. Het betere ben je pas in gaan zien toen je bij een advocaat de rechten van de Romeinse burgers hebt leren kennen. Vanaf die tijd was je weliswaar geen diermens meer, maar toch wel een wetsverdraaier eerste klas en je bedroog je naasten waar het maar mogelijk was. Maar dat is allemaal voorbij en je staat nu naar je huidige inzicht als een beter mens voor Mij!

 

Maar ondanks dat alles merk Ik toch, dat er in jou nog veellichamelijke wellust aanwezig is. Ik maak je daar speciaal opmerkzaam op en raad je aan je op dit punt zeer in acht te nemen; want zodra je een wat beter leven zult leiden, zal je vlees, dat nog veel gaten vertoont en nog lang niet van zijn voosheid is genezen, zich beginnen te roeren en dan zal het je veel moeite kunnen kosten om het tot rust te brengen en uiteindelijk de daarin aanwezige oude voosheid volledig te genezen.

 

Hoed je daarom voor alle onmatigheid; want in de on­- en overmatigheid rust het zaad van de vleselijke wellust! Wees dus in alles matig en laat je nooit, zowel met het eten als met het drinken, tot onmatigheid verleiden, omdat je je vlees anders moeilijk zult kunnen beheersen!

En zo hebben wij nu dan ook het terrein van het vlees enigszins doorgeno­men, voor zover het thans voor jou nodig is. En nu begeven wij ons op een ander terrein, dat bij jou ook als zwaarwegend betiteld kan worden!" [GJE4-64-8,19,20]

www.zelfbeschouwing.info