Cyrenius in gesprek met Herodus

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Herodes en de stadhouder Maronius Pilla, zijn zo vlug mogelijk naar Cy­renius in Tyrus toegegaan, bang om hun status en geld te verliezen. Hij kwam met groot gevolg zodat het volk vreselijk bang werd, in de veronderstelling namelijk dat He­rodes, met toestemming van Cy­renius, ook daar zijn gruwelijk bedrijf zou gaan uitoefenen! Het volk schreeuwde: 'Hij is hier, de wreedste aller wreedaards, die in Palestina vele duizenden onschuldige kinderen liet vermoorden.’ Maar Cyrenius wist het volk gerust te stellen.

 

Eerst maakte Herodes zijn opwachting. Hij boog diep voor zijne keizerlijke Hoogheid, en vroeg toestemming om te spre­ken. Uitermate geprikkeld richtte Cyrenius zich nu eerst tot hem en zei: 'Ja, spreek op, jij booswicht! De hel is nog te goed om voor jou een naam te kunnen bedenken! Spreek jij, die door de diepste hel bent uitgebraakt! Wat moet je?!' Door deze donderende woorden van Cyrenius verbleekte Herodes van schrik. Bevend van angst bracht hij er niettemin uit: 'Gebieder van Rome's Heer­schappij, de boete die U mij hebt opgelegd is niet op te brengen; schenkt U daarom de helft kwijt. Zeus is mijn getuige dat datgene, wat ik heb gedaan, ge­daan is met oprechte ijver voor Rome!

Toegegeven dat ik wreed gehandeld heb, maar anders kon het niet! De Perzische delegatie, die zo luisterrijk voor mij ver­scheen, heeft mij daartoe duide­lijk alle aanleiding gegeven! Men heeft mij - het gegeven erewoord schendend­ om de tuin geleid!'

 

Maar Cyrenius antwoord­de: ' Jij lelijke leugenaar! Maak dat je wegkomt! Ik ben volledig op de hoogte! Verklaar onmiddel­lijk dat je de boete zult betalen, of ik laat je hier nog op staande voet de kop van je romp slaan!'  Nu beloofde Herodes dan de boete te betalen, bang als hij was dat hij zijn leenbrief niet terug zou krijgen; dat zou pas na het betalen van de boete gebeuren! Cyrenius zond hem weg.

 

Hij liet nu Maronius Pilla ontbieden. Deze had in de anticham­bre Cyrenius' woedende stem al gehoord... Meer dood dan le­vend verscheen hij dan ook voor Cyrenius. 'Maronius, man, kom tot jezelf; jij werd immers gedwon­gen! Ik heb jou laten roepen om­dat je mij belangrijke inlichtingen moet geven! Voor jou geldt er geen andere boete dan die in je hart tegenover God!' (bron: jeugd van Jezus, hfdst. 49)

www.zelfbeschouwing.info