Cyrenius’ brief naar Herodus over de kindermoord

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Cyrenius tegen Jozef; ‘Ofschoon u hier nu abso­luut veilig bent, wordt van mij nu toch wel de grootste scherpzin­nigheid vereist, opdat niet door welke speurder ook, achterhaald zou kunnen worden waarom ik ditmaal in januari naar Egypte ben geweest!'

Bij zijn aankomst hoorde hij een luid gejammer vanaf een aantal andere schepen, die inmid­dels daar waren geland. Van de kust van Palestina waren namelijk heel wat ouders weggevlucht uit angst voor Hero­des, de kindermoordenaar, en zij vertelden aanstonds welke gru­weldaden Herodes in en om Bethlehem en in heel Zuid-Pales­tina, nota bene met behulp van Romeinse soldaten, verrichtte!

Dit was voor Cyrenius aan­leiding onmiddellijk een brief te schrijven aan de landvoogd van Jeruzalem, en een van gelijke strekking aan Herodes zelf.

De korte inhoud van die brief luidde: 'Hierbij gelast ik, Cyrenius, broeder van de keizer en stadhouder over Azië en Egyp­te, u in naam van de Keizer on­middellijk met uw gruwelen op te houden.

Bij in gebreke blijven zal ik Herodes als een ordinaire rebel aan de kaak stellen en hem straf­fen in overeenkomst met wat de wet als passend voorschrijft, en op een manier, die mijn daardoor ge­wekte toorn bevredigen zal!

De landvoogd van Jeruza­lem wordt bij dezen opgedragen een nauwkeurig onderzoek in te stellen naar deze gruwelen en mij daarvan onverwijld op de hoogte te stellen, opdat deze wreedaard de gerechte straf voor zijn misda­den niet kan ontgaan!

Gegeven op mijn schip, de "Augustus", voor de kust bij Os­tracine in naam des Keizers, diens hoogste plaatsvervanger in Azië en Egypte, heersend landvoogd van Celesyrië, Tyrus en Sidon. w.g. Cyrenius, vice-Augusti.'

(bron: de jeugd van Jezus, hfdst. 47)

www.zelfbeschouwing.info