Helderziendheid in de Bijbel

Ik heb uit jullie zonen sommige als profeten laten opstaan en ook van jullie jongelingen als gewijden uit God. [Amos 2:11]. De profeet Elisa had de begaafdheid van helderziendheid. Van hem vertelt het boek Koningen dat hij helderziend waarnam hoe zijn dienaar Gehazi de genezen hoofdman Naäman naliep en zich door hem onder valse voorspiegelingen geschenken voor Elisa vroeg. Deze verborg hij dan in zijn huis en Elisa vroeg hem vanwaar Gehazi kwam, waarop deze antwoordde, dat hij niet weg was geweest. Toen zei Elisa tot hem: ‘ben ik niet in de geest met je meegegaan, toen zich iemand van zijn wagen naar jou omkeerde? [2 Kon. 5:20]. Ook  voorzag Elisa hoeveel onheil Hazaël over de Israëliërs zou stichten. Toen Elisa in tranen uitbrak, vroeg deze Hazael Elisa, waarom zijn heer weende? Ómdat ik weet, hoeveel onheil jij zult brengen over het gehele land.’ [2 Kon. 8:11], zei hij.

 

De profeet Daniël zag iemand als een mens aan de oever van Tigris op de 24e van de eerste joodse maand. Hij was gekleed in linnen, zijn ogen branden als vurige fakkels en zijn stem was donderend. Daniel bezweek maar een hand (de engel Gabriel) hielp hem overeind en schonk hem kracht. [Daniel 10:4-10, 18].

De apostel Paulus zag in de nacht – toen hij in Troas was – plotseling een man uit Macedonië voor zich staan, die hem vroeg naar zijn land te komen om te helpen. [Hand. 16:9]. Bij een overvaart naar Italië zei hij tegen de zeelui: ‘Mannen, ik zie vooruit dat onze vaart met gevaar en grote schade verbonden is met deze lading en dit schip, en ook met ons leven. [Hand. 27:10]. Paulus was eveneens helderziend, toen hij aan het volk der Korinthiërs schreef: ‘’hoewel ik fysiek ver van jullie vandaan ben, is mijn geest wel bij jullie, en ik zie met vreugde jullie vastbesloten strijd en het vaste bolwerk van jullie geloof!” [1 Kor.2:5]

 

Engelen kunnen door (via) de mensen tot ons spreken en schrijven. Zie 1 Korinthe 14:32. Vroeger heette dat het de profeten waren, die dit ontvingen, vandaag de dag zijn het – door het oog van de wereld - de mediums. Abraham was feitelijk ook een ziener (profeet), maar zeker geen medium. In de vroegere tijden – ten tijde van de zieners, ging het volk naar een ziener, wanneer het God bevragen wilde. [1 Sam. 9:6+9]. In Rama, in de periode van Samuel, bestond er nog een profetenschool. Toen Saul de nieuwe koning David wilde vervolgen stuurde hij boden naar Rama; deze boden vroegen naar David en ze zagen, dat David en Samuel in trance waren, maar ook zij zelf raakten in trance. Saul stuurde toen nog een keer boden, maar ook dezen ondervonden hetzelfde. Tenslotte ging Saul zelf naar David en in de profetenschool geraakte hijzelf nuook  in trance. Vandaar het gezegde: ‘hoort ook Saul ook tot de profeten?!’ [1 Sam.19:18-24]

 

Later waarschuwde Paulus tegen valse profeten. In 1 Korinthe 14:37 zegt Paulus, dat wanneer iemand zichzelf voor een profeet houdt of voor een geestelijk begaafde, dat hij zich wel realiseert, dat, wat hij daar schrijft, zeker een gebod van de Heer is!’’ (zie ook Jesaja 45:11)

Wanneer je de Bijbel openslaat, dan ontdek je al gauw, dat hier en daar het ‘bevragen naar de Heer’ wordt vermeld. In Genesis 25:22 vraagt Rebekka, de vrouw van Izaäk aan God, hoe het kon dat zij twee kinderen in haar buik voelde leven. Koning Saul kreeg geen antwoorden van God, noch door dromen, noch door een orakelschild of door een profeet. [1 Sam. 28:6]. Toen bevroeg hij tenslotte de tovenares van Endor. Dit verhaal is bekend in 1 Samuel 28:3-19.

 

Ook vandaag zijn profetieën mogelijk door visioenen, dromen of halftrance, via de hoge geestelijke wereld. Joel 3:1-2 beschrijft dat onze zonen en dochters zullen profeteren, ja zelfs knechten en maagden zullen gewekt worden door God. Ook Amos 2:11 vermeld dit.

Lukas 10:18 beschrijft de strijd van Lucifer met de aartsengel Michael. Hij verloor deze. Zie ook Openb. 12:7-8. Petrus schrijft: ‘God heeft hem naar de grotten der duisternis gestuurd waar hij zo lang zal vastgehouden worden, tot hij zich weer tot God zal keren. En Hesek. 28:11-19: ‘een einde met schrikken heb je genomen en je bent tot daarheen verbannen tot onafzienbare tijden’.

 

God wil niet dat de mens verloren gaat. Hij wil, dat allen gered worden en tot de inzicht komen van de heilige waarheid. [1 Tim. 2:4] Alles weer tot God brengen is trouwens ook het doel van de materiële schepping. We moeten toezien dat we ons niet laten gevangen nemen door de zogenaamde wetenschap met al haar suggestieve leringen, dat niets gemeen heeft met de christelijke leer. [Kol. 2:8] De hele schepping zucht en wacht op haar verlossing. {Rom.8:19-23]

Ieder mens krijgt volgens het scheppingsplan een specifiek lichaam. Niet elk lichaam heeft dezelfde gesteldheid. [zie 1 Korinthe 15:38-39].

www.zelfbeschouwing.info