Hart verbonden met de Heer

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Want waar je schat zal zijn, daar zal ook je hart verwijlen, in hetwelk de grootste schat woont. Ben Ik dus een kostelijke schat in jouw hart geworden, dan zul je Mij waarlijk in der eeuwig­heid niet meer verliezen! Want waar Ik in liefde woon, daar ben Ik pas echt thuis, en vandaar ga Ik dan ook nooit meer weg. Laat Mij derhalve onon­derbroken in jouw hart mogen wonen, dan zal Ik voor jou nooit verborgen zijn! Want alleen de liefde kan Mijn tegenwoordigheid verdra­gen, zoals alleen vuur het vuur ver­dragen kan! Alles wat zelf geen vuur is, wordt door vuur verwoest en ver­teerd. Vraag wel jezelf innerlijk steeds zorgvuldig af of je hart wel voor Mij is, dan zal Ik je in je hart, dat Mij liefheeft, toeroepen: Hier ben Ik thuis met de ge­hele volheid van Mijn liefde, Mijn genade en Mijn erbarming! (bron: de jeugd van Jezus, hfdst.247)

 

[Maar] als je hart aan iets stoffelijks hangt, ook al zou dat op zichzelf nog zo gering zijn, dan kan het net zo schadelijk voor ziel en geest zijn als de zwaarste kroon van het zuiverste goud met de kostbaarste edelstenen. Daarom komt alles slechts aan op de gesteldheid van het hart. GJE3-14 [7-8]

Je moet veel meer met je hart naar boven kijken dan met de ogen die in je hoofd zitten, dan zul je al gauw in het heerlijkste licht wonderen zien. [GJE2-133]

 

Na deze woorden stond JUDAS weer op en zei tegen Mij: "Heer! Doden roept U uit de graven, en zij leven, waarom laat U dan mijn hart in het graf van het verderf te gronde gaan? Ik wil een beter mens worden en toch kan ik het niet omdat ik mijn hart niet kan veranderen. Vormt U daarom mijn hart om en dan ben ik een ander mens!"

IK zeg: "Daarin ligt nu juist het grote geheim van de zelfontwikkeling van de mens! Alles kan Ik voor de mens doen en daarbij blijft hij mens; maar zijn hart is van hemzelf, dat moet hij geheel en al zelf bewerken als hij voor zichzelf toegang wil krijgen tot het eeuwige leven. Want als Ik Zelf eerst het hart van de mens zou bijschaven, dan zou de mens een machine en nooit vrij en zelfstandig worden; maar als de mens geleerd wordt wat hij moet doen om zijn hart voor God te vormen, dan moet hij dat ook ongedwongen ten uitvoer brengen en zijn hart vormen volgens de leer!

 

Pas als hij zijn hart zo gevormd, gereinigd en gezuiverd heeft, kom Ik geestelijk daarin en ga er wonen, en de gehele mens is dan geestelijk opnieuw geboren en kan daarna eeuwig niet meer verloren gaan. Want daardoor is hij één met Mij geworden, zoals Ik één ben met de Vader, van wie Ik ben uitgegaan en in deze wereld ben gekomen om alle mensenkinderen de weg te wijzen en te banen, die zij geestelijk moeten gaan om bij God in de volheid der waarheid te komen! Daarom moet jij, net als ieder van jullie, eerst beginnen met de bewerking van je hart, anders ben je verloren, -ook al zou IK je duizendmaal uit het graf in het vleselijke leven hebben geroepen!" GJE2-75 [6-9]

 

Waar het hart ook maar enigszins goed is, daar is ook nog iedere hulp mogelijk! Zei de Heer tegen de Samaritaanse vrouw in Sichar aan de Jacobsbron. Als het hart is wat het moet zijn, namelijk een vat vol liefde tot God, een vat vol zachtmoedigheid en deemoed, dan is er volledige waarheid in dat hart; en waar waarheid is, daar is licht en vrijheid, want het licht der waarheid maakt ieder hart vrij. En als het hart vrij is, is ook de hele mens vrij. (GJE 1-27,28)

In het hart is alles waarheid, als daarin eenmaal de geest tot het levende denken in God is ontwaakt. (GJE 1-45-8)

 

Waarlijk, Ik zeg je: allen, die Mij in de toekomst geestelijk in hun hart zullen opnemen, die zul­len voor Mij gelijk zijn aan mijn moeder, mijn broeders en mijn zusters! (284, jeugd van Jezus)

 

Alleen met snijdend geweld kan de mens in het eigen hart deze knoop met de geest der liefde doorhakken, waarna hij dan kan beginnen met in het hart te denken, te zien en te herkennen. Pas op deze nieuwe weg komt hij tot de waarheid van zijn en van ieder ander bestaan en leven!

Bron: GJE1‑69

 

Zoek toch in uw eigen hart, daar zult u al vlug meer vinden, dan ik u in honderd jaar zou kunnen uitleggen! Dit zegt Petrus tegen Cyrenius. Hij zegt verder: 'Kijk eens naar ons, Zijn eerste leerlingen en getuigen, of wij zichtbaar veel met Hem spreken! Toch spreken wij meer met Hem dan U en veel anderen, want wij spreken zuiver en alleen in ons hart met Hem en vragen Hem honderd uit, en Hij antwoordt ons in heldere goed verstaanbare gedach­ten, en zo hebben wij dubbele winst. Want een antwoord van de Heer in het hart van de mens is in zekere zin al een deel van zijn leven, terwijl het uiterlijke woord pas een deel van het leven moet worden door de uitgevoerde daad, terwille van het oefenen van de ziel. [bron: GJE2-62]

www.zelfbeschouwing.info