Onze handen metafysisch bezien

 

Dat onze handen met het dagelijkse handelen te maken heeft, is zo klaar als een klontje boter. Deze lezing is op diverse locaties gegeven, met name ook aan mijn vroegere cursisten in Nederland en Duitsland (1982-2000). Het Hebreeuwse woord voor hand is jod. Dat is de stam van het woord voor Joden. In Amsterdam ontstond bij de Joodse bewoners, en later ook in ons taalgebruik de woorden jatten en joetje. Een joetje was een tientje. En jatten doe je met tien vingers. Het wordt nu misschien al duidelijk, dat het Hebreeuwse woord jod zeker te maken heeft met onze handen.

 

Nu kent het Hebreeuws naast de grammaticale medeklinkers ook een getallenstelsel, bekend in de kabbala. Dit heeft absoluut niets te maken met numerologie of met iets met magie, zoals sommigen denken. Het is geen abracadabra, maar gewoon een logische denkwijze met een metafysische achtergrond. Zo kent de JoD, dat uit twee medeklinkers bestaat en zowel hand als twee hebreeuwse letters heeft, de waarde 10 (J) en 4(D). Klinkers kennen geen getallenwaarde in het Hebreeuws. Plato wist al eenvoudig uit te leggen, dat je met vijf vingers tot tien kunt tellen, want 1+2+3+4=10. Gewoon dus doortellen.

 

Hierbij valt op, dat we begonnen met de 1 en eindigen met de 4. Hier bestaat een 1-4 verhouding. De duim (1) die tegenover de veelheid staat (de andere vier vingers) en samen een hand vormt. En 1+4 = 5, wat ook vijf vingers weergeeft als een hand. Een heel simpele gedachte.

 

De meest geniale dingen ontstaan niet uit een gecompliceerdheid, maar uit een eenvoudigheid. Daar kunnen de grootste dingen uit ontstaan. Uit de buitenkant van iets [uiterlijkheid] kan blijkbaar wat groots ontstaan (glitter) maar dit kent nooit een lange levensduur. Het verzinkt meestal. Uit de eenvoudigheid, of uit de deemoedigheid [innerlijkheid] van iemand, kan een verborgen gecamoufleerde kant zich ontpoppen in het meest bijzondere van een mens, en waar hij zelf nog geen weet van heeft.

 

We hebben twee handen. Elke hand heeft vijf vingers. Als we naar Plato’s ideeën luisteren, krijgen we naast elkaar 5 en nog een 5 vingers, samen visueel als 55, met de eindwaarde 10 van hand ´jod’. Bovendien is 10 ook de wortel van 55, want 1+2+3+4+5+6+7+8+9+10=55. Ik heb dit betrokken op Genesis 5 en Handelingen 27 en 28. Want samen hebben deze hoofdstukken 27+28 de waarde 55. En niet zomaar daar, maar met grondige redenen.

 

Eerst weer terug naar onze hand. In het Hebreeuws kent hand de waarde 14, want j=10 en D = 4, samen 14. Daarin zien we de 1-4 als een 1-4 verhouding (duim (1) à vingers (4)). Ik pendel dan terug naar Handelingen 28 (2 x 14), hoewel in het voorafgaande hoofdstuk in boekdeel 27:27 namelijk sprake is van de veertiende (14e) nacht. De matrozen op het schip zijn bij de 14e nacht hun richtingsgevoel kwijtgeraakt en zij meenden, dat er rond middernacht al land in zicht was. Dat dit Bijbeldeel vastgekoppeld ligt aan het volgende wordt in het navolgende heel duidelijk. Omdat we de veertien als basis moeten nemen – (hand) gaan we ook naar de februarimaand, die als enige maand 28 dagen kent en het Bijbelboek Handelingen slechts 28 hoofdstukken.

www.zelfbeschouwing.info