Grot Bethlehem

           

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Jozef en Maria op weg van Nazareth naar Bethlehem: ‘Zo naderde ons vrome gezel­schap Bethlehem tot op nog geen zes uren gaans, waar in de open lucht een rustpauze werd gehou­den. (dat wil zeggen, zes uur vóór Bethlehem nog te voet) - Hoe lang zij hier over gedaan hebben is niet bekend van Nazareth tot Bethlehem.

Jozef vraagt Maria wat er in haar omgaat, omdat ze de ene keer vol pijn, de andere keer lacht en straalt van vreugde op de ezelin naar Bethlehem. ‘Ik zie twee volkeren voor me, het ene weent en daarom huilde ik noodgedwongen mee, het andere trok lachend voor mij uit en ik werd daar vrolijk van en moest mee lachen. Maria had vaker visioenen. In de buurt van Bethlehem sprak Maria opeens tot Jozef, dat de weeën begonnen waren. Wat in haar is, benauwt haar en wil naar buiten, zei ze. Ze kan de druk niet weerstaan. Maria zag in de berg – nauwelijks honderd passen van daar – een grot, en wilde daarheen gebracht worden. In die grot – die de herders uit de omgeving tot noodstal diende, werd wat hooi en stro gevonden – en Jozef liet onmiddellijk een schamele rustplaats voor Maria maken. De grot lag afgelegen.

 

Toen Jozef op zoek was naar een verloskundige, leek het hem of zich alles niet bewoog. En er was ook nog een beekje, met een sterk verval van de berg neerkomend. Maar zijn water stroomde niet omlaag het dal in, maar het stond­ of hing ­stil in zijn bedding! Het leek wel of op de aardbodem alles plotseling levenloos was geworden. Je zag geen enkele beweging! Jezus werd even na 12.00 middernacht geboren. Jozef en Maria leefden meer als een week in een schaapsgrot en op de 8e dag bereidden zij zich voor om naar Jeruzalem te gaan en twee tortelduiven naar de wet van Mozes te offeren.

 

Tegelijk moest het kind Jezus besneden en geregistreerd worden – dit was op 15 januari 7 v. Chr. ’s middags om 15.00 uur Europese tijd. Jezus is niet in een kribbe geboren. De voederkrib, die bestemd was voor schapen (en eruit zag als tegenwoordig de voedertroggen op het land bij de herbergen – maar alleen wat lager) werd spoedig gereedgemaakt door de hoofdman Cornelius, die in de grot logeerde met Salome en de twee oudste zonen van Jozef (om de grot te bewaken), toen het kindje Jezus met Zijn ouders terugkwamen na de besnijdenis en Maria moe was van het dragen van het kindje. Salome haalde het mooiste stro en vers hooi en maakte zo een zacht bedje. Maria had haar eerste en echte volledige nachtrust pas na de acht dagen van de geboorte van het kindje Jezus. Buiten vroor het en het water veranderde in ijs. Het was de 15e januari. JVJ: 14 enz.

www.zelfbeschouwing.info