Het verlangen naar de Heer

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Zo goed als ieder ander ordentelijk mensenkind, moest ook Ikzelf beginnen met aan een God te geloven, waarna Ik Hem in alle denkbare zelfverloochening steeds meer en meer heb moeten omhelzen, en met steeds sterker wordende liefde Mij aldus geleidelijk aan volkomen aan de Godheid heb moeten onderwerpen. Op die wijze was Ik, als de Heer Zelf, een levend voorbeeld voor iedere mens, en daarom kan iedere mens Mij nu dus ook op precies dezelfde wijze aantrekken als Ikzelf in Mij de Godheid heb aangetrokken, en kan hij door de liefde en het geloof zelfstandig evenzo volledig ťťn worden met Mij, als ikzelf als Godmens in alle grenzeloze volmaaktheid ťťn ben met de Godheid. [JVJ-1]

 

Niet Ik heb de mensen nodig, maar de mensen hebben Mij nodig! Wie Mij verlaat, zal ook door Mij verlaten worden en wie Mij niet zoekt, die zal ook Ik niet ijverig zoeken. [bron: GJE1-87]

God de Vader is de liefde en de Zoon staat voor wijsheid. God had de wereld zo lief, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon, d.w.z. van Zichzelf van alle eeuwigheid uitgaande wijsheid aan deze wereld gaf. (GJE 1-21-1)

Hoe kan God gelukkig zijn! GJE2-6 [3] - Zeg mij eens, welk genoegen kan God nu beleven aan Zijn eigen onverwoestbare leven?! Hij kent toch altijd al precies de werkelijke reden van het bestaan? Kan Hij dan vreugde beleven aan die onontkoombare steeds maar gelijkblijvende kennis? Daarbij heeft Hij geen enkele mo≠gelijkheid om Zichzelf te veranderen! Een mens zou dan toch van verveling dood gaan?!" IK zeg: "Kijk deze mensen hier! Zij zijn Gods vreugde, als zij in Zijn ordening datgene worden waarvoor zij bestemd zijn. In hen vindt God Zijnsgelijken terug. Hun voortdurende groei in alle soorten kennis en daardoor in alle liefde, wijsheid en schoonheid, is Gods onverwoestbare vreugde en zaligheid! Want alles wat de oneindigheid bevat, is daar alleen maar voor de kleine mens, en er is in de eeuwigheid niets, wat er niet alleen maar voor de kleine mens zou zijn. -Nu weet je dat ook! Maar nu gaan we uit deze grot, opdat ArchiŽl zijn opdracht zo snel mogelijk kan uitvoeren!" GJE2-6 [4-5]

 

Ja, de mens moet God moet meer liefhebben dan al de heerlijkhe≠den van de wereld, ook in de kleinste dingen. Immers wat heeft de mens feitelijk aan al die schreeuwerige heerlijkheden van de wereld? Iedere seconde schenkt God ons een nieuw leven; hoe zouden wij Hem dan niet, ook in de klein≠ste dingen, meer liefhebben dan heel de wereld, die immers ver≠gaan zal en die bovendien vol is van bederf en van smeerlapperij? Na elk offer bleek zelfs dat we er op vooruit waren gegaan! Denken en handelen jullie dus ook zo, dan zul je nooit iets verliezen, maar wel altijd heel veel winnen! Het kindje Jezus zei: 'Lieve broers, willen jullie voor eeuwig gelukkig zijn, word dan als Ik!' (bron: de jeugd van Jezus, hfdst.64)

www.zelfbeschouwing.info