Gods geest in de mens als gids tot alle waarheid

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: [Opmerking: op de berg der verheerlijking]:- Nu werd het drietal (Jacobus, Johannes en Petrus) weer wakker, ze stonden van de grond op en zagen Mij, Mozes en Elia zonder lichtende glans, wat heel aangenaam voor hen was, omdat ze door het te sterke licht van voorheen zeer sterk verblind werden. Ze vertelden hoe ze in hun droom met vele profeten uit vroegere tijden gesproken hadden over alle toestanden van het leven aan gene zijde, precies alsof ze op aarde waren en handelden; ze waren over veel geheime zaken voorgelicht. Mozes en Elia onderwezen hen nog verder over de meest verschillende toestanden in het grote hiernamaals. Het drietal was zo verrukt en gelukkig, dat PETRUS luid uitriep: 'Heer, het is hier goed om te zijn! Als U wilt, zullen we hier drie hutten bouwen: voor U een, voor Mozes een en een voor Elia!" (Matth. 17,4)

 

En terwijl hij nog over het bouwen van de hutten sprak werden zij plotseling door een dichte, lichte wolk overschaduwd zodat ze boven zich geen handbreed verder meer iets konden zien en konden waarnemen. En zie, EEN STEM sprak uit de wolk: 'Zie, dit is Mijn geliefde Zoon, in wie Ik Mijn welbehagen heb, -naar Hem moeten jullie luisteren!" (Matth. 17,5) - Omdat het drietal dit hoorde als het machtige rollen van een sterke donderslag schrokken ze geweldig en vielen op hun knien. (Matth. 17,6) Maar IK ging meteen naar hen toe, raakte hen aan en zei tegen hen: 'Sta op en vrees niet!" (Matth. 17,7)

 

Toen ze hierop hun ogen van de grond opsloegen, zagen ze niemand meer dan Mij alleen en begonnen zich hevig te verbazen over alles wat ze gezien hadden en wat er gebeurd was. (Matth. 17, 8) Het drietal wilde Mij nu nog van alles vragen, met name over de betekenis van alles wat ze in hun droom hadden gezien. Maar IK zei: 'Dit alles zal jullie geest, die eigenlijk Mijn geest in jullie is, jezelf in je ziel openbaren, dan zullen jullie het levend in je hebben; want als Ik het jullie nu verklaar, zullen jullie het verklaarde in je kennis opnemen en dan geloven dat het zo is omdat Ik het jullie zo verklaard heb. Maar dan zijn jullie nog lang niet in de volle waarheid en wel daarom, omdat het verklaarde niet jullie eigendom is maar alleen van Degene die het jullie vanuit Zijn levende schat verklaard heeft; maar wanneer jullie geest het je in je ziel openbaart, is de openbaring jullie eigendom, en dan bevinden jullie je pas in de volle waarheid.

 

De geest echter van wie Ik zeg dat hij jullie geest is, is ook Mijn geest in jullie en deze kent alle dingen en verhoudingen zoals Ikzelf en kan jullie alle wijsheid binnenleiden. Maar nu is hij in jullie nog niet gewekt en volledig werkzaam, dat wil zeggen, dat hij weliswaar op zichzelf wel wakker en werkzaam is, maar zijn waken en werken is voor jullie, ofschoon het voor jullie bestemd is, nog als iets vreemds en iets wat je nog niet eigen is, omdat jullie ziel nog niet zuiver genoeg is om zich volledig met Mijn geest te verenigen. Maar pas wanneer Ik na Mijn jullie reeds bekend gemaakte lijden naar Mijn hemelen zal zijn opgevaren, zal Ik de heilige geest van alle waarheid over jullie ziel uitgieten en haar ermee verenigen.

 

Deze geest, die dan in jullie voor eeuwig volledig n met jullie zal zijn, zal je dan in alle waarheid en wijsheid binnenleiden. Van het visioen dat jullie hier gehad hebben, moeten jullie echter niemand iets zeggen voordat Ik zal zijn opgevaren, zoals Ik jullie nu bekend heb gemaakt; en zeg ook niets over wat Ik bij Caesarea Philippi heb verricht en hier beneden bij deze vissers! -En nu gaan we weer bergafwaarts naar het dorp van onze vissers!" En we begonnen aan de terugweg; onderweg waarschuwde Ik het drietal ook dat ze ook de andere broeders niets van het visioen moesten zeggen tot de vastgestelde tijd, dat wil zeggen, tot na Mijn opstanding en Hemelvaart. GJE5-236 (1-13) - Ev. Matth. 17,4-9

www.zelfbeschouwing.info