Gistingsproces voor de ziel

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Net zoals voor de nieuwe most de gisting nodig is opdat uit de most een geestrijke wijn ontstaat zo heeft ook ieder mens een soortgelijke gisting in zijn gemoed hoogst nodig als hij over wil gaan in het volle en ware geestelijke. Als een mens alles al heeft wat hij behoeft, dan voelt hij zich behaaglijk; hij heeft nergens zorgen over, hij doet niets, geniet overal van en vraagt zich niet af of er een God is, of er een leven is na de dood van zijn lichaam, of de mens niet meer is dan een dier of het dier meer is dan een mens.

 

Bergen en dalen maken geen verschil voor hem, winter en zomer doen hem niets; want in de zomer heeft hij schaduw en verkoelende baden en in de winter heeft hij goede verwarmingen warme kleren. Zo maakt het hem ook niets uit of het jaar vruchtbaar was of niet; want ten eerste heeft hij voor tien jaar alles in voorraad en ten tweede heeft hij geld genoeg om dat wat hij te kort zou komen aan te schaffen. Nu zo'n mens leeft dan net zo rustig voort als een gemeste os in de stal en denkt ook niet veel meer dan een os en is derhalve ook niets meer dan een genietend dier in een menselijke gedaante.

 

Als je bij zo'n iemand zou komen om hem het evangelie van het Godsrijk te prediken dan doet hij met jou precies hetzelfde wat de os in de stal doet met een steekvlieg die hem stoort bij zijn onbezorgde vreten; de os slaat met zijn staart naar de hem storende gast en die moet er snel vandoor gaan om niet platgeslagen worden of op z'n minst half dood geslagen te worden. En zo iemand die alleen aan eten denkt en door geen enkele zorg wordt gekweld, zal zijn dienaren die eigenlijk niets anders zijn dan de verjagende en afwerende staart van zo'n luxueus levend mens, opdracht geven om je er uit te jagen; en je zult zeker zo snel mogelijk maken dat je weg komt en pas op een behoorlijke afstand erover na kunnen denken, wat de invloed van jouw evangelieprediking op deze vadsige man was.

 

Maar Ik heb de mogelijkheid om zulke ossen een heel andere preek te geven. Ik laat ze op aarde het ene ongeluk na het andere overkomen; daardoor krijgen ze allerlei zorgen en angst en vrees, beginnen na te denken, te zoeken en te vragen hoe het toch mogelijk is dat ze nu van alle kanten belaagd worden, terwijl ze toch nooit onrecht aangedaan hebben en altijd als nette, fatsoenlijke mensen hebben geleefd. Maar dat gebeurt alleen maar voor het nodige gistingsproces.

 

Als zulke mensen dan goed gaan gisten, hebben ze behoefte aan vrienden die hen weer tot rust zouden kunnen brengen; ga dan naar hen toe en predik hen het evangelie, en ze zullen naar je luisteren en nooit meer hun trotse en woedend om zich heen slaande staart tegen je opheffen. Zij moeten dus een gistingsproces doormaken; daardoor zal hun geest meer gaan werken. [GJE1-219]

www.zelfbeschouwing.info