Geven is zaliger dan te nemen

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Ik zeg: 'Doe wat je wilt en kunt, want geven is zaliger dan nemen! Maar in het vervolg geef je alleen maar aan behoeftigen en armen, en als iemand geld van je wilt lenen, en zo rijk is dat je kunt zien dat hij het je veelvoudig terugbetalen zal, dan leen je het hem niet! Want als je hem geleend hebt, zal hij weldra in het geheim een vijand van je worden, en het zal je veel moeite kosten om je geld tezamen met de rente weer terug te krijgen.

 

Als er echter iemand tot je komt, aan wien je kunt zien dat hij arm is en niet in staat zal zijn om jou ooit je geld terug te betalen, leen hem dan, en de Vader in de hemel zal het je honderdvoudig op een andere manier hier op aarde al vergoeden, en zal het geld, wat je aan de armen geleend hebt, voor jou in de hemel omvormen tot een grote schat, die na dit aardse leven in het hiernamaals hoog boven het graf op je wacht.

 

Ik zeg je: Wat de liefde op aarde doet, dat is ook in de hemel gedaan en blijft eeuwig; wat echter gedaan wordt uit pure aardse slimmigheid, dat verzwelgt de aardbodem en voor de eeuwige hemel blijft niets over. Wat kan al het aardse bezit voor de mens van nut zijn, als daarbij zijn ziel schade lijdt? Wie voor de aarde en voor het vleselijke zorgt, is een dwaas, want net zoals het vlees van de mens zijn einde heeft, zo is het ook met de Aarde!

 

Als echter het einde der aarde eenmaal onafwendbaar zal komen, op welke grond zal de arme ziel dan kunnen wonen?! Ik zeg je echter, dat ieder mens die zijn lichaam verliest, ook tegelijkertijd voor eeuwig de aarde verliest. En als hij niet door de liefde in zijn hart een nieuwe aarde voor zichzelf geschapen heeft, dan zal zijn ziel zich over moeten geven aan de wind en de wolken en de nevels, en wordt heen en weer gedreven in de eeuwige oneindigheid.

 

Zij zal nooit ergens rust en stilte vinden behalve in het valse en waardeloze voortbrengsel van de eigen fantasie, en hoe langer deze rust duurt, des te zwakker, duisterder zij wordt en tenslotte gaat zij over in pikzwarte nacht en duisternis, waaruit de ziel vrijwel nooit zelf een uitweg vindt! Daarom kun je in de toekomst ook maar beter zo doen als Ik het je nu gezegd heb; maar doe voor dit ogenblik, wat je zelf wilt en kunt!' [GJE1-58:2-6]

www.zelfbeschouwing.info