Het Gericht

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Het gericht was 2000 jaar geleden, dat het licht van God uit de hemel in de wereld is gekomen. Hoewel de mensen uit de duisternis zijn gehaald en in het licht geplaatst zijn, houden ze toch veel meer van de duisternis dan van het stralende licht van God voor hun ogen. Dat de mensen het licht afwijzen, bewijzen hun daden die door en door slecht zijn. Gericht is, dat men zichzelf plaats in de duisternis en in het donker wil wandelen, zodat de daden niet gezien mogen worden door het licht.

 

Want iemand die s nachts liever wandelt, dan overdag, dan wil de ziel graag vertoeven in het donkere. Dat is al het gericht van de ziel. Daardoor is de kans groter ergens aan te botsen of te vallen in een greppel. Dat is dan het gevolg van dat gericht, maar niet het gericht zelf. Het gericht is zelf het ongeloof. (GJE 1-21)

 

Jongste gericht - Het jongste gericht heeft plaatsgevonden in de geestelijke wereld in het jaar 1757 - 'Kijk, onder gericht moet u verstaan, dat nu het licht Gods uit de hemel in de wereld is gekomen. Hoewel de mensen uit de duisternis gehaald en in het licht geplaatst zijn, houden ze toch nog veel meer van de duisternis dan van het stralende licht van God! Dat de mensen het licht afwijzen getuigt hun doen en laten, dat door en door slecht is.

 

Als u (Nikodemus) er van houdt om 's nachts te wandelen, dan bestaat het gericht van uw ziel reeds daaruit, dat u meer van de nacht houdt dan van de dag. Als u zich daardoor vaker stoot en u erg pijn doet of zelfs in een greppel of een diep gat valt, dan is zo'n stoot of zo'n val niet het gericht maar alleen het gevolg van het gericht in u, omdat, u van de nacht houdt en de dag haat!' (GJE1-21:9,13)

 

Onder gericht moet verstaan worden, dat nu het licht van God uit de hemel in de wereld is gekomen. Hoewel velen uit de duisternis zijn gehaald en in het licht geplaatst zijn, houden ze toch nog veel meer van de duisternis. Velen zondigen stiekem, dus niet in het ware licht, opdat ze niet herkend en bestraft worden en ze houden daarom meer van het duistere. Dat is het feitelijke gericht. Wat Nicodemus onder gericht verstond, is niet het gericht, maar alleen een straf die op het gericht volgt. bron: GJE1-21

www.zelfbeschouwing.info