Berg Genezareth

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Geheel anders dan de Morgenkop zou er ook een andere berg van 4000 voet [1250 meter] bestaan. Om deze berg te beklimmen duurde het in die tijd [2000 jaar geleden] ongeveer twee uur en ook de afdaling evenzo lang naar het dorpje Magdala. Op de berg was er een grote rotsblok, waar water uitkwam, als Petrus zijn handen daarop legde. Deze bron bestaat nog. Er was zelfs uitzicht op de Middellandse zee en je kon de torens van Sidon en Tyrus zien. Het plateau was erg ruim, waarop wel een stad gebouwd kon worden. In de bocht van het meer van Galilea was het destijds ondiep. De berg moest aan de linkerkant gelegen hebben van Genezareth en gezien vanuit de blik vanuit de noordelijke kant van het meer naar het zuid westen. [Matth.14:34 en GJE2-143]

De naam is Morgenkop of de plaatselijke taal Juitergli. Het is een der hoogsten en aan alle kanten erg steil, een vrijwel helemaal kale steenkolos. Boven de rotsspleten schijnt het hele jaar door sneeuw en ijs te liggen. Het uitzicht moet echter buitengewoon de moeite lonen.

Door de wens van Jarah via de Heer, is er toen aan beide zeiden een glooiende bergkam aangelegd, westelijk en oostelijk daarvan. Je ziet daar over heel Galilea en ook een groot deel van Judea, het land van de Samaritanen. De hoogte is minstens tweeduizend manshoogte.

 

De Heer: ‘Morgen zal deze berg naar het oosten toe een gemakkelijk beklimbare helling krijgen en wij zullen allen op een nieuw natuurlijke weg van hier naar beneden naar Genezareth kunnen gaan’. [bron: GJE2-129, 130, 131, 133]

 

Als jullie een echt onwankelbaar geloof zouden hebben, dan zouden jullie tegen die hoge berg, die wij bij Genezareth beklommen hebben, van hier uit kunnen zeggen: ‘verhef je en val in de zee, en de berg zou zich verheffen en in zee vallen zoals jullie gezegd en gewild zouden hebben! Maar, wat jullie nu nog niet kunnen, dat zullen jullie eens toch kunnen’. [bron: GJR2-170]

www.zelfbeschouwing.info