Geloof kan veel, liefde kan alles

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De Heer zei tegen zijn leerlingen: ‘Kijk, dat zijn de eigenlijke sleutels van Petrus, om welke reden hem op het laatst nog drie keer door Mij gevraagd werd of hij Mij liefhad. [Hier verklaart de Heer, waarom het water wordt vergeleken wordt met de deemoedigheid! – Bloed, dat ook voor een groot deel uit water bestaat, heeft met de deemoed te maken!] Hoe minder bloed in het hoofd, des te helderder is het verstand; daarom zien echte geleerden er ook niet zelden uit als ongelukkige geesten. Maar het hart moet bloed hebben, het kan het hart niet onverschillig laten of er wel of geen bloed is, want bloed is het leven van het hart!

 

Wat is het bloed dus eigenlijk? Het bloed is hier geheel en al hetzelfde als het water, dus alweer de liefde, maar nu met dit verschil, dat er die liefde onder wordt verstaan die door jullie in het leven in jullie harten wordt opgenomen voor jullie opwekking tot eeuwig leven. Dus evenzo het lichaam dat voedsel opneemt, dat in zijn geheel uit water afkomstig is en in het lichaam omgezet wordt in bloed, dat alle lichaamsdelen voedt en tot leven brengt.

 

[Opmerking: ‘Het lichaam wordt gevormd door de ziel, maar blijft wel direct verbonden met de ziel. ‘De ziel kan niet zomaar sterven en sterft normaliter ook niet, terwijl deze wel het lichaam kan verlaten. In dat geval sterft het lichaam en valt de materie uiteen – als de mens niet eet of drinkt, houdt het leven na enige tijd op].

 

De Heer tegen Petrus: ‘Het geloof kan veel, maar de liefde kan alles. Jij bent een rots in het geloof. Johannes echter is een zuiver diamant in de liefde. Zijn inzichten gaan dieper, dan bij iemand anders bij jullie. Hij is Mijn lievelingsschrijver. Hij zal nog veel bijzonderheden te schrijven krijgen. Liefde geeft ruimte voor veel dingen, maar het geloof beperkt zich tot iets bepaalds.

 

Petrus wordt dan een beetje verlegen. Diep in zijn binnenste is hij wat jaloers op Johannes. (Zie ook tekst: ‘Petrus, heb je Me lief?’ dat Jezus na Zijn opstanding aan hem vroeg). Petrus vraagt Johannes waarom hij steeds een veel dieper inzicht heeft, dan hijzelf. Johannes antwoordt daarop: ‘Ik woon niet in jouw hart en jij niet in het mijne. Er is dus geen maatstaf om vast te kunnen stellen om welke reden mijn mening zuiver en beter is. Accepteer het antwoord van de Heer, want alleen Hij kan hart en nieren onderzoeken. Dus zal Hij ook wel haarfijn weten, wat voor verschillen er bestaat tussen onze harten’. Met dit antwoord was Petrus ook tevreden. (GJE4-88)

www.zelfbeschouwing.info