Geest van God

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De geest van God is op de volgende manier te herkennen: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees (lichaam) is gekomen, die is uit God; iedere geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het lichaam is gekomen, die is niet uit God, maar dat is de geest van de antichrist, waarvan jullie gehoord hebben dat hij zal komen en die nu reeds in de wereld is (1 Joh.4:1-3);

Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen. De Geest van God herkent u hieraan: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God. Iedere geest die dit niet belijdt, komt niet van God; dat is de geest van de antichrist, waarvan u hebt gehoord dat hij zal komen nu al is hij in de wereld.

Geestelijk actief zijn - Wees daarom geestelijk actief en doe daarvoor je uiterste best! Laat geen stap die je doet je berouwen! Want dan wordt iedere daad en iedere stap steeds begeleid door Gods grootste zegen. Dank God de Heer daarom dat Hij jullie deze heilige genadevolle kans heeft gegeven, waardoor jullie in n uur meer kunnen bereiken voor je geest, dan anders met jullie wereldse onderwijs in tienduizend jaar! Kijk, zulke bijzonder genadevolle kansen geeft God maar hoogst zelden aan een wereld. Iedereen, die het grote geluk heeft deelgenoot van zo'n gelegenheid te zijn, moet deze dan ook met inzet van al zijn krachten voor zijn geest ten nutte maken. Als God ergens een profeet zendt of opwekt, moeten allen zich om hem heen verdringen om voor hun eigen bestwil het heilige woord van God te horen, want God wekt met diepe, ware, hemelse wijsheid dergelijke mannen slechts eenmaal in de honderd jaar. Grote profeten echter, door wie God de mensen van de Aarde zeer vele en belangrijke dingen meedeelt, worden hoogstens iedere duizend tot tweeduizend jaar naar de mensen van deze Aarde gezonden. Hun doel is de mensen enerzijds zo ruim en uitgebreid mogelijk de verdere, nieuwe wegen van God tot nog grotere volmaaktheid te wijzen en anderzijds weg te voeren van de vele dwaalwegen die zij voor zichzelf hebben gemaakt en terug te brengen naar de ene, juiste weg.

 

Als iemand bij al zijn doen en laten zijn schreden niet in een rechte lijn op Mij richt, is al zijn doen en gaan en staan nutteloos voor zijn leven. En ook al kreeg hij de gehele wereld, maar had Mij niet, dan had hij niets aan de hele wereld; want die is dood! Maar als Ik nu in deze tijd van de onthulling van het Evangelie iemand roep en tegen hem zeg: 'Kom!' - en hij komt niet, dan zal hij de geestelijke dood sterven! Wie geroepen wordt nadat hij naar Mij heeft gevraagd, die moet komen en niet aarzelen! [GJE1-215 [12]

Geestelijke sferen - Dergelijke zielen moeten tenslotte, als zij tot een echt eeuwig leven willen komen, in de zogenaamde geestenwereld veel groter strijd leveren en grotere beproevingen doorstaan dan de strijd, waar ik voorheen slechts zijdelings gewag van maakte. Wie hier echter deze weg gaat, weliswaar onder de nodige inspanningen en met ware wijze levensernst, bereikt al in weinig jaren in alle waarheid, duidelijkheid en met volle zekerheid het eeuwige leven, hetgeen hij elders door de slaperige instelling van de ziel pas na enige honderden, of zelfs na vele duizenden jaren pas kan bereiken, als het goed gaat. Maar als er ook maar iets fout gaat, kan een hier of elders geheel bedorven ziel ook aeonen na aeonen genieten van een zeer miserabel droomleven, waarin zij behalve zichzelf en haar zeer miserabele fantasiebeelden niets waars of reels, of iets buiten zichzelf te zien krijgt. Ondanks dat doet zij toch bittere ervaringen op, die haar leren, dat zij omringd is door louter vijanden waartegen zij zich niet kan verweren, omdat zij die net zo min kan zien als op deze wereld een stekeblinde kan zien waarvandaan de vijand komt of waar andere gevaren hem wachten! [GJE3-31 (4-5)]

 

Allerlei onreine geesten

Er zijn op Aarde een aantal vruchten en grassen en dieren, die in hun groei geholpen worden door onreine geesten, omdat dat zo ingepast is in de goddelijke ordening, want ook duivels moeten de Heer dienen, hoewel dat tegen wil en dank gaat! Want zoals een geketende slaaf zijn heer moet dienen, zo moeten ook de duivels hun diensten verlenen; maar er rust geen zegen op dit werk! En zo zijn er op de Aarde, waarop mensen en dieren en duivels meer dan eens onder een dak wonen en daar ieder op hun manier werken, niet zelden allerlei daden, werken en vruchten, die in hun aard en wezen slecht en onrein zijn.

 

De mensen kunnen zich hier beter afzijdig van houden, als ze verschoond willen blijven van al het mogelijke kwade van de Aarde. De Heer heeft daarom door Zijn knecht Mozes vast laten stellen, wat rein en goed is, en de Heer heeft de mensen het gebruik van onreine dingen, waaraan ook boze geesten werken, ontraden, ‑ en dat is een voortreffelijk voorschrift. Toen later echter allerlei vijanden deze stad en omgeving erg havenden, ging er veel verloren en ook deze les, waarover Paulus in zijn brieven met nogal mystiek aandoende woorden spreekt, als hij het over 'allerlei geesten' heeft. [bron: GJE1‑51]

www.zelfbeschouwing.info