Gedragregels

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De Heer: ‘En daarom moet niemand een zondaar haten omdat hij een zondaar is; iedereen doet goed en voldoende als hij de zonde alleen haat en verafschuwt! Maar een verharde booswicht, die één is geworden met de zonde, moet je geen hulp geven! Als hij daardoor echter voor zijn verbetering terecht in de ellende is gekomen, dan moet je aan hem denken, en als hij je wat vraagt, dan moet je daarnaar luisteren. En als je een misdadiger naar de galg ziet brengen moet je geen vreugde voelen over zijn treurige lot, ook al zou hij zijn misdaad waarvoor hij nu de dood in gaat aan jouw huis hebben gepleegd; want weet, dat het niet onmogelijk is dat zo'n misdadiger in de andere wereld zalig kan worden!

 

Liefde moet in alles het voornaamste levenselement zijn van ieder mens! Rechtvaardigheid, die niet in de liefde wortelt, is voor God geen rechtvaardigheid; en de degene die zo recht spreekt is voor God dan ook een tienmaal grotere zondaar dan degene die door hem veroordeeld wordt, en God zal hem eens net zo on­barmhartig veroordelen, als hij zijn naasten veroordeeld heeft.

 

Veroordeel daarom niemand en verdoem ook niemand, ook al zondigt hij nog zo erg tegen jou, dan zul jij ook eenmaal niet veroordeeld en verdoemd worden; want de maat waarmee iemand meet, is dezelfde als waarmee het hem eenmaal in de andere wereld weer vergolden wordt. De strenge, volgens wat voor een wet dan ook rechtvaardige, maar tevens koude, liefdeloze rechter zal eens net zo'n streng rechtvaardig en onverbiddelijk oordeel over zich horen uitspreken; de gerechtsdienaars en scherprechters zullen echter nooit Gods aangezicht zien!

 

Wie een dief en moordenaar vangt, heeft goed gehandeld als hij hem aan het wettelijke gerecht overgeeft; maar de rechter mag nooit vergeten, dat de misdadiger zolang hij in deze wereld leeft, nog geen volledige duivel is, maar een misvormd, verleid mens, die men op alle mogelijke manieren nog kan trachten te verbeteren voor hij als een onverbeterlijke duivel ter dood veroordeeld kan worden!

 

Bij het scherprecht moet het echter zo toegaan, dat de veroordeelde niet meteen gedood wordt, maar men moet hem een hele dag vijf handbreedten boven de begane grond met handen en voeten aan een paal gebonden te kijk hangen. Toont hij dan oprecht en smekend dat hij zijn leven beteren wil, dan moet hij van de paal losgemaakt en in een getuigende en op rechtvaardige liefde gebaseerde verbeteringsinrichting worden gebracht, maar dan niet eerder vrij worden gelaten voordat duidelijk aantoonbaar is dat hij zich verbeterd heeft.

 

Heeft de misdadiger aan de paal echter gedurende de gehele dag geen teken van verbetering, dan is hij een complete duivel en moet daarom ook, als hij nog leeft aan de paal, na zonsondergang gedood en daarna tezamen met de paal op de plaats voor terechtstelling worden verbrand. Ik zeg dit daarom tegen jou, opdat je je in de toekomst daarnaar richten zult, want jij was ook rechter en dat ben je nog steeds bij de Farizeeën en je zorgt voor de graven van de overledenen en de plaatsen voor terechtstelling voor de misdadigers. Gezegend is hij die zich daarnaar zal richten; zijn naam zal schitteren in het eeuwige levensboek! bron: GJE1-174 [6-13]

www.zelfbeschouwing.info