Gedachten van de Heer

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: ĎGedachte van de Heerí Ė ĎEen vastgehouden gedachte van Mij, en een uitge≠sproken woord uit mijn mond?! Als een mens gedachten tot ideeŽn wil samenvoegen en ze uit wil voeren, moet hij, afgezien van de benodigde middelen, een overgrote liefde bij zijn gedachten en ideeŽn voegen. Die liefde verzorgd zijn gedachten en ideeŽn dan als een hen die haar kuikens verzorgd. Daardoor worden de gedachten en de daaruit ontstane begrippen steeds concreter en levendiger en nemen steeds meer vorm aan.

 

En zie, deze liefde is de genoemde geest van God Zelf, die, volgens Mozes, over de wateren zweefde, waarmee iets anders bedoeld wordt dan de nog vormloze en irreŽle oneindige massa gedachten en ideeŽn van God! Levend gemaakt door deze geest, begonnen de gedachten van God zich tot grote ideeŽn te verbinden, en de ene gedachte riep de andere op en het ene idee het andere. En zie, daar vindt dan in de goddelijke orde als vanzelf het 'Er zij licht' en 'het werd licht' plaats.

 

En zo wordt volgens Mozes dan ook alles van het natuurlijke grote scheppingswerk vanaf het oerbegin vanzelf verklaard! Daaraan parallel lopend echter ook, in hoofdzaken, het zielkundige en geestelijke vormingsproces, van het pasgeboren kind tot aan de grijsaard en van de eerste mens der aarde tot aan onze tijd en zo verder tot aan het eenmaal plaatsvindende einde van deze wereld!

 

Dan volgt er in het verhaal van Mozes een regel, waardoor het lijkt alsof God pas nadat het licht zich uit het vuur der liefde werkzaamheid vande geest had ontwikkeld, begon in te zien dat het licht goed was. Dat is natuurlijk in de verste verte niet zo. Het is alleen maar een getuigenis van de eeuwige en eindeloze wijsheid van God, die aangeeft dat dit licht een waarachtig vrij licht is, een geestelijk levenslicht, dat zich vanzelf uit de werking van de gedachten en ideeŽn van God volgens de orde der wijsheid heeft ontwikkeld.

 

Daardoor kunnen de op deze wijze door God naar buiten gebrachte gedachten en ideeŽn zich als zelfstandige wezens volgens de eigen intelligentie, natuurlijk onder de altijd aanwezige invloed van God, verder als uit zichzelf ontwikkelen. Dat wordt met de bijzin van Mozes bedoeld, en niet dat God pas daardoor tot het subjectieve inzicht gekomen zou zijn dat het licht iets goeds was!" bron: GJE2-220

www.zelfbeschouwing.info