Gebed

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De Heer: ‘het ware gebed is de liefde tot Mij; als je dié hebt, dan kun je je lippen altijd die moeite besparen!' En Jozef schoof mee aan, at en dronk mee aan deze echte tafel des Heren, en hij stelde vast, dat de spijze verrukkelijk, ja hemels smaakte. JVJ 214-26 - Het enig ware gebed is de oprechte liefde tot God, de Vader in de hemel en eveneens tot de medemensen, jullie naasten. Alle andere gebeden hebben voor God geen waarde en voor Mij ook niet. God heeft de mensen ook nooit geleerd Hem met de lippen te eren en de harten koud te laten.

 

Maar omdat Samuel luid voor het volk heeft gebeden, evenals enkele profeten, en omdat David voor God de Heer zijn psalmen en Salomo zijn Hooglied zong, kwam het volk tot het loze lippengebed en de koude offers. Maar voor God is zulk bidden en offeren een verschrikking! Wie niet in zijn hart kan bidden, die kan beter helemaal niet bidden, opdat hij zich voor God niet onbetamelijk gedraagt! God heeft de mens geen voeten, handen, ogen, oren en lippen gegeven om daarmee ijdel en zinloos te bidden! Hij heeft voor het bidden alleen het hart gegeven! bron: GJE2‑111 –

 

Wie dit gebed in het hart bidt, maar het echter niet begrijpt, is als een blinde die de zon looft en prijst, maar haar ondanks haar zeer machtige licht niet ziet en zich van haar ook geen voorstelling kan maken. Daardoor zondigt hij weliswaar niet; maar aan de waarheid heeft hij ook niets, want daarbij blijft hij toch in dezelfde duisternis. Als je dus het hart van een mens werkelijk toegerust voor het leven, vergeet dan niet om eerst het verstand goed te ontwikkelen, anders maak je van hem een blinde zonaanbidder waar je niets aan hebt.' bron: GJE1-155 (17,18) –

www.zelfbeschouwing.info