Evangelie aan alle schepselen verkondigen

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De tarwe moet door de verstandige of schrandere zaaier in goed aarde gezaaid worden. Dit blijkt in het voorgaande. Bij Petrus komt de voor hem schijnbare en dwaze gedachte op om het evangelie dan ook letterlijk aan alle levende wezens te prediken, zoals een worm, een leeuw, wilde dieren dus, ook aan vissen, vogels, bergen, meren en rivieren, enz. Hij realiseert zich wel dat de Heer dit niet zo bedoeld heeft, maar toch bekruipt hem deze gedachte. Maar hij is de taal der dieren niet machtig.

 

In het grote Indië (Afrika) zouden er mensen bestaan, die wel met dieren kunnen spreken (zie “In het dal der Gelukkigen”). [digitaal gratis verkrijgbaar!] Dan nog heeft Petrus de symbolische eis van de Heer, het evangelie aan alle creatuur te verkondigen, niet op de juiste manier begrepen. Als hij en de anderen dit aan de juiste mensen verkondigt, zullen die daardoor in alle dingen wijs en machtig worden en met de kracht van de Heer ook de minder geschikte mensen voor zijn leer weten te winnen.

 

De mens (Adam) was van oorsprong heerser over alle schepselen. Dat is hij nu al lang niet meer. De schepselen – ook dus de roofdieren – overheersen nu de mens. Als de mens weer wordt wat hij zou moeten zijn – zegt de Heer  - dan zal hij weer heer over de dieren kunnen worden. Als de mens dat tot stand kan brengen, wil dat zeggen, dat hij het evangelie aan alle schepselen heeft verkondigd. Je moet daarbij echt geloof hebben zonder enige twijfel. Met zulke kracht kun je letterlijk bergen verzetten. Dan zullen andere schepselen je zeker wel begrijpen. (GJE10-213)

 

Begin van eerste onafhankelijkheid

‘De volgende dag ontwaakten de discipelen en zij voelden ze zich zeer gesterkt. Zij voelden nu een onafhankelijkheid en discussieerden onder elkaar, in plaats van de beantwoording aan de Heer over te laten zoals ze dat anders deden. Dat was het eerste teken van hun nieuwe zelfstandigheid en vrije besluitvorming over hun verdere wegen. Bij Petrus leidde dat, ondanks zijn grote liefde voor de Heer, later zelfs tot verloochening. (GJE11-19)

Oefenen in het Woord verbreiden

Alle discipelen verlieten die dag de Heer en verspreidden zich in het dorp en de omgeving. Velen keerden pas 's avonds terug, omdat ze bij de arme bevolking heel goed ontvangen werden. Door de mensen werden er veel vragen werden gesteld over het wezen, de herkomst en de daden van de Heer. Verschillende van Zijn aanhangers en leerlingen hadden tot nu toe nog geen gelegenheid gevonden Zijn woord te verbreiden en zich in hun ambt te oefenen. (GJE11-31) Opmerking: dit was de tweede keer, dat de discipelen (nu ook apostelen) zich oefenden in het Woord verbreiden! – www.zelfbeschouwing.info